woensdag 16 september 2020

de jonge poe in engeland

In de 19e eeuw brachten maar weinig Americanen een tijd van hun leven in Europa door. De zeereis was geen lachertje, je was al gauw zes weken lang onderweg en de kans op een storm tussendoor was aanzienlijk. Edgar Allan Poe behoort tot de uitzonderingen, van zijn zesde tot zijn elfde levensjaar hing hij in Engeland rond, tezamen met zijn Moeder en zijn Vader, die er zaken wilde doen, al was diens timing niet erg gunstig, het post-Napoleontische Engeland van de tegen dan goed gek geworden George III maakte juist, na al dat wereldse bloedvergieten, een ernstige depressie door.
    
"Tamerlane", waarin "To the lake" 
Eerst waren de Allans een korte tijd in Schotland, waar ze zowat alle belangrijkste historische bezienswaardigheden bezochten. Wellicht zou Poe zich hier later niet veel meer van herinneren, al schijnt zijn gedicht "To The Lake" uit 1827, dat een verheerlijking is van de eenzame mijmering, doordrongen van het Schotse landschap.
    Vervolgens trokken de Allans naar London, de Vader zou daar blijven, de Moeder zou de zich de komende jaren niet erg lekker voelen en veel tijd doorbrengen in een kuuroord. Edgar ging naar een kostschool in Sloanstreet 146, in Chelsea. Of hij werkelijk zoveel zakgeld kreeg als sommigen van zijn tijdgenoten later kwamen te beweren, daarover maken de biographen nog altijd ruzie, maar alleszins viel hem het bijzondere privilege te beurt, een eigen, apart bed te beslapen. Zijn overste was Miss Pauline Dubourg; die naam zou later terugkeren in het beroemde kortverhaal "Moord In De Rue Morgue" (1841).

de manor school van reverend bransby
Al gingen de zaken van de handelaar John Allan niet goed, op zijn achtste werd Edgar toch overgebracht naar een duurdere kostschool met een uitmuntende reputatie; de school in het landhuis van Reverend John Bransby in Stoke Newington, dat vandaag wel in hartje London ligt maar toéntertijd platteland was. Volgens de meeste biographen leerde hij hier Frans, maar dé top-biograaf van Poe, Arthur Quinn, spreekt dit tegen. Alleszins leerde Poe hier grondig Latijn.
    Ook de naam "John Bransby" duikt op in een van Poes kortverhalen, met name het symbolistische dubbelgangersverhaal "William Wilson" uit 1839. In dit verhaal komt de verteller zijn eigen geweten tegen, als een losstaande entiteit, wat een zeer toepasselijk gegeven is voor de geestesontwikkeling van een jong kind weg van huis. Bransby komt in dit verhaal niet sympathiek uit de verf, dus toen deze later eens werd ondervraagd over zijn beroemdste leerling, sprak die resoluut: "Edgar Allan was een snelle en slimme jongen en hij zou ook een zeer voorbeeldige jongen zijn geweest als hij niet zo erg bedorven zou zijn geworden door zijn ouders."
    Van je zesde tot je elfde wordt je karakter gevormd, dus al weten we weinig over Poes belevenissen in deze Engelse dagen, de draagwijdte ervan is aanzienlijk. Zijn educatie was grondig. Zijn aard werd voor eens en altijd bijzonder gedisciplineerd. En vooral zou hij het provincialisme van zijn Americaanse schrijvende tijdgenoten overstijgen.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

reageer hier en nu