donderdag 21 oktober 2021

gast-auteur

PORTRET VAN DE AARBEIENPLUKSTER
ALS EEN JONGE VROUW

door Robertus Baeken, vanuit de aardbeienvelden





69.

Even na de middag stapte Mieke langs de verlaten weg naar het ouderlijke huis. Zij dacht enkel nog aan Berthe. Hoe dichter ze de woning naderde, hoe banger haar hart begon te bonzen. De omgeving zag er nochtans gewoon uit. Het betonnen wegdek was droog. De bomen langs de braakliggende akkers stonden roerloos, als geduldige wachters onder de bewolkte hemel. Alleen vroeg ze zich af waarop moest gewacht worden. Hier gebeurde nooit iets, tenzij nu en dan het afsterven van een parochiaan, de terugkeer van een zwangere dochter, - gebeurtenissen die met loerende blikken achter beschaduwde vensters werden gadegeslagen en waarover eerstdaags bij de kruidenier van gedachten zou worden gewisseld. De indruk dat de wereld leeg zou zijn, dat er een eindeloze verveling op de dingen rust, dat het doen en laten van de mensen geen enkele zin zou hebben, stemde treurig en moedeloos. Het was de bestemming van de wereld en van alles wat er op aarde gedijde dat het zich naar een laatste avondschemering bewoog. Maar was dit een reden om de blik af te wenden? Om voor die waarheid op de vlucht slaan? Met nieuwe ogen keek zij naar de plaatsen waar ze haar jeugd had doorgebracht. En voor het eerst maakte zij de streek, de huizen en de mensen die er woonden niet mooier of lelijker dan ze eruitzagen. Afgezien daarvan lag het in haar macht om het bestaan voor zichzelf en anderen aangenamer te maken.

   Vol goede voornemens naderde Mieke het ouderlijke huis. Toevallig kwam Anke met haar fiets van de oprijlaan om in haar richting de rijweg over te steken. Met grote spanning wachtte ze hun onvermijdelijk gesprek af. Anke had haar ook opgemerkt en minderde vaart. Mieke ontmoette een blik die de hoop dat haar thuiskomst met vreugde zou worden begroet, meteen de kop indrukte. Vijandige ogen dwongen haar direct in de rol van beschuldigde. Het liet geen twijfel: men had haar uit de schoot van het gezin gestoten! ‘Zeg eens, waar kom jij vandaan?’ Het was of Mieke haar moeder hoorde snibben.

   ‘Vertel ik je straks!’ kwam het even uitdagend van haar kant. ‘Zeg me eerst: wat is er met Berthe?’

   ‘Zij is ziek… Heel erg ziek! Er zou iets niet in orde zijn met haar bloed. Zij is overgebracht naar Leuven!’ Er klonk hulpeloosheid in Ankes stem, wat Mieke het gevoel bezorgde dat het meisje uit een ontwricht gezin kwam, - de oudste zus zwanger en weggelopen, het jongste ernstig ziek, - waardoor ze ondanks haar agressieve taal medelijden wekte.

   Op een toon van onderdrukte hartstocht, om Ankes vertrouwen in haar te herstellen, zei ze: ‘Ik heb met Francis gebroken. Jullie hadden gelijk: die jongen is niks voor mij!’

   Deze blijk van ootmoed miste zijn uitwerking niet. Anke gaf zich op haar beurt bloot. ‘Ze zullen verheugd zijn dat je weer thuis bent.’

   Haar moeder spontaan in de armen vallend, had Mieke met een onverwachte vloed van tranen oprecht haar spijt betuigd, ootmoedig haar misstappen toegegeven.


WORDT VERVOLGD

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

reageer hier en nu