beste lezers, ik richt my nu helemaal op myn persoonlyke schryfwerk, wat zo erg obsedeert, dat andere voornemens toch weêr wat achterblyven: lezen, leviteren, de hall schrobben, in de tuin werken. dwz, kortom: toch wéér duren de dagen te kort.
rond tien uur smorgens opgestaan, wat nog behoorlyk vroeg is, toch als je weet om hoe laat ik naar bed was gegaan daags tevoren. meteen daarop, aan de bureautafel in de woonkamer, begonnen met voort te schryven aan myn novelle "het secretariaat", onderwyl de rest van het huishouden in de tuin ermeê doende was, dode takken in kleine stukjes te knippen. dat schryven gaat ineens weêr erg goed, goeddeels door de mate waarin ik doordrongen ben geraakt van deze volgende wetenschap:"het moét worden geschreven - maar gelukkig: daarom geldt nog niet, dat het vanzelf ook zou moéten worden gelezen."
rond één uur smiddags met alleen maar rocco james conan naar het rivierenhof overgereden, alwaar die er, tussen de prachtige, groene struiken, een goed uur zoet meê was, één dikke boomtak tot aan de rivier-oever te proberen te sleuren.
vanaf twee uur smiddag alwéêr voortgeschreven aan "het secretariaat", ditmaal evenwel beneên, in de werkkamer. het duurde een poos voordat ik daar geïnstalleerd geraakte; eerst dekens en kussens naar beneên moetende dragen, daarna ook nog de muziekbox, die ik mocht lenen van myn broêr serge, en vervolgens ook nog eens de draad van myn computer. myn reserve-draad en myn eigenste muziek-box liggen nog op school, en die school is dicht.
om vyf uur smiddags weêr boven, de beiden children gaan ophalen voor een rit naar het park noord - niet zonder eerst te hebben gestofzuigd onder de twee grote ligzetels, waar zich steeds, na twee dagen reeds, een integrale sahel verzamelt.
afschuwelyk om aan te zien trouwens, lezers, hoe in park noord, meer dan in het rivierenhof, ongeveer de helft van de mensen die je daar hebt lopen, nog altyd niet schynen te snappen hoe ernstig het virus is. precies zelfs, eigenlyk, of die wéten niet eens van een virus af. die lopen met zyn allen te voetballen op een klein voetbalveld, mekaâr rechttrekkend als ze gevallen zyn, mekaâr lachend handen gevend als er iemand een goal heeft gemaakt. deze mensen zou aanstonds het recht moeten worden ontzegd, om straks in een ziekenhuis te worden opgenomen. die krankzinnige mensen hebben het recht niet om straks, zodra ze het beet hebben, andere, oprechte slachtoffers van de wachtlyst te dringen.
op dit ogenblik van schryven, aan de eettafel boven, is het halfzeven savonds... het donker daalt neêr, zoals afgesproken. het zyn erg ontroerende dagen, eigenlyk. het zyn infernale tyden, dat vooral - maar: voor het eerst in tien jaar minstens, ben ik nog eens fulltime aan het schryven, waardoor ik my innig, na te lange tyd, verbonden weet met myn allerdiepste zelf. dus: opgetogen noem ik my toch, om van deze volgende circus-attracties te zyn verlost: feestjes en exposities, optredens van anderen, optredens van myzelf; vergaderingen, bezoekers en eigen visites. verlost van de rolschaatsclub, bevryd van het café. om alleen maar hierzo, aan deze yzig stille schryftafel te mogen zitten. dit klavier zynde het strand van myn leven.


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten