robertus baeken, die de vader is van don vitalski, schreef het boek "leonard en ik", over zyn nonkel leonard, de fameuze beeldhouwer. over 82 afleveringen verspreid, worden die mémoires hier integraal gepubliceerd.
LEONARD EN IK
door Robertus Baeken
37.
Wat heeft dit te beduiden? Miller schrijft over Agamemnon in de tegenwoordige tijd. De doden zijn nooit weg. En niets gaat verloren. Want het bewustzijn bevat het heden, en als zodanig alles waaruit het voortkomt. De herder begrijpt. Hij ziet zichzelf als een totaliteit, als een gegeven waarin het begin en het einde van alle dingen aanwezig zijn. Het ligt bijna voor de hand te stellen dat dit wondermooie proza niet meer is dan een dichterlijke vlucht, bedoeld om de geweldige indruk die het graf maakte, langs de weg van de verbeelding in te kleden. Maar Millers woorden moeten om hun inhoud letterlijk genomen worden. De lezer mag de mystieke eenwording als dagelijks feit alsnog verwerpen; hij moet wel beseffen dat de mythen voortduren. Het slagveld, het dagelijks weefgetouw, de liefde, het verraad: het ligt allemaal nog in onze buurt.
Nadat de Indiase dichter Tagore Tropic of Cancer gelezen had, luidde zijn scherpzinnige commentaar: ‘Miller must be a holy man!’ Na het lezen over Millers bezoek aan Epidaurus, het beroemde amfitheater, deelde ik dezelfde overtuiging. Hier spreekt hij zich ondubbelzinnig uit over het wonder van het hier en nu, over de innerlijke vrede en de vrijheid, over de ziekten van de moderne tijd, over goddelijkheid.
Na het rauwe realisme van Tropic of Cancer en Black Spring hoorden wij plotseling de stem van een wijze. Daar Millers proza geheel gericht is op het vertellen van de eigen levensgeschiedenis, kwamen zijn geschriften ons voor als stadia, die hij had doorlopen om tot zelfkennis te komen. Zelfkennis in de betekenis dat je elk facet van jezelf genadeloos onder de loep legt. Daarmee hadden wij ineens een verklaring voor zijn rauwheid en obsceniteiten. Zoals Le Testament van Francois Villon is Tropic of Cancer een biecht, maar wel met dit als belangrijk onderscheid: Miller vraagt geen genade, geen vergiffenis voor zijn daden. Dit zou immers impliceren dat hij zichzelf beoordeelt, dat hij een interpretatie geeft van zijn eigen gedrag. Tropic of Cancer is juist de geschiedenis van een mens die zich willoos laat afdrijven, van een man die al zijn illusies kwijt is en die met de rug tegen de muur staat.
‘De mens is verraden door wat hij zijn betere natuur noemt,’ schreef Miller. ‘Als hij God vindt, is hij als het ware kaalgeplukt: hij is een geraamte. Men moet zich in het leven wroeten om weer vlees op de botten te krijgen.’
Kennelijk gaat het bij hem uitsluitend om het leven en niets anders. Het leven moet geleefd worden. Dit is de weg van de ogenblikkelijke ervaring die alle belang voor zichzelf opeist. Wetenschap, kunst, religie, ethiek, filosofie, geschiedenis, enz., alles wat door de beschaafde samenleving hoog in het vaandel gedragen wordt, is dan niet langer van tel. Want de wereld is zoals zij direct ervaren wordt: voor Miller een oerwoud vol beesten. De in Parijs rondzwalkende schrijver vergelijkt zich met een hongerige hyena: ‘ik trek eropuit om me vet te mesten.’ In die zin is zijn relaas een grandioze biecht: hij legt getuigenis af van zichzelf en van zijn wedervaren. Hij houdt zich een spiegel voor waarin de lezer kan meekijken en, als dit menselijke hem niet vreemd is, deelnemen aan het proces dat tot zelfkennis leidt. Dit afschrikwekkende middel blijkt tegelijkertijd ook het doel te zijn. Want wat telt is de leeservaring zelf, die, ook al komt zij dus uit de tweede hand, door de samenbundeling of versterking van de krachtlijnen in de verbeelding, ons vaak zelfs boeiender en nog kleurrijker voorkomt dan de directe ervaring zelf.
(WORDT VERVOLGD...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten