zaterdag 28 maart 2020

afterLink - IFBRK 1

vrijdag 27 maart 2020

zaterdagbunnie

monique bol

prent vd week

(c) gericault

indrukwekkender op reproducties dan in het echt, in het louvre, waar het verdrinkt tussen de andere schilderyen


alternatieve feiten




1. boris johnson is eigenlyk de achterkleinzoon van een turkse familie. "johnson" is de familienaam van overgrootmoeders kant, niet van de mannelyke kant, die heette "kemal".


2. de moeder van liesbeth list, die samen met haar in een jappenkamp zat, pleegde kort na de tweede wereldoorlog zelfmoord.


3. johnny voners was drie keer getrouwd. zyn eerste vrouw was els hoebrechts, de kinderboekenschryfster, die net als don vitalski werd geboren in 1971, het jaar waarin neruda de nobelprys won.

4. in nederland is zelfdoding niet meer strafbaar sinds 1904.

weird superhero


mera
sidekick aqauman
1st appearance 1964

waar was je te vrydag

steven vauture komt een boek van me kopen...





dus: ik zit hier te schryven
en tegelyk:
hy komt daar myn schyfsels kopen...

haha...

state of being, 27 maart 2020


halfvyf in de namiddag. in de machine-kamer. die zéér hard wordt opgestookt - ik ben, in huis thuis, een overbejaarde bomma, wat betreft de over-uren van onze alsmaar draaiende chauffage. de ideale temperatuur is voor my die van de zoölogie: afdeling het reptielen-kot.
    na een paar uur lang tamelyk vermoeiende karweien aan het voltrekken te zyn geweest buiten, ben ik heden, als eindelyk, goed bezig met datgene, dat voor myzelf aanvoelt als "myn ding" (hoe dit voor ànderen aanvoelt, zal my pens wezen...), namelyk: druk geconcentreerd bezig zyn met schryven, en niks anders. nog meer byzonder is dit een bezig zyn met schryven op zyn àllermeest primitieve niveau: zonder enige "research", zonder enige broodheer en diens grillen, zonder in het vooruitzicht één of ander medium dat zyn bekrompen eisen zou stellen.
    het is een naïeve, in zekere zin 19e eeuwse manier van door-schryven, en wel op twee niveaus: 1. het hooglied van de vorm; dwz de gedurige meditatie (maar niet de "oneindige" meditatie; zelfs per definitie juist de "zo kort mogelyke meditatie"), betreffende de positie van het leesteken, het aantal lettergrepen van het adjectief. vervalt er in de byzin vooraan één woord, dan heeft dat twee of drie repercussies voor het aantal woorden in de rest van de zin. en 2. de almacht van het fabuleren. van het vertellen van leugens, het liegen, het verzinnen, het schaamteloos, tomeloos uit je verdomde duim zuigen. niet tjechov (psychologie) maar kafka (fabel).
   na zo één goed uur te hebben mogen door-wroeten, gaat de deurbel af. ik hoor die niet, in de machine-kamer; dus luv, die de kinderen boven van soep voorziet, doet haar voorschort uit om te gaan opendoen in myn plaats; en my daarna te komen verwittigen; kan het nog meer aristocratisch?
    aan de voordeur staat een fan van my, met name: steven vauture. ik ken al myn fans by hun voornaam (de familienaam verzin ik vaak zelf...) al is hy toch al de derde fan aan onze deur vandaag, toon waroux en christophe tablaux kwamen vroeger op de middag reeds langs. deze goede meneer vauture draagt hard aanraakbaar, cash geld by zich. myn nieve boek ("het geheim van de yggdrasil") kost 20 euro, maar hy staat erop om my er 30 euro voor te betalen.
    over de grond, als een hockey-puck, schuif ik het kleinood naar hem toe, over een afstand van vier meters, waarna de fan zelf zyn barre centen in myn brievenbus deponeert.
    zodat ik weêr kan voortgaan met schryven, met uit myn nek liegen.
    als jahwe, tot dusver, niet zo bezopen zou zyn geweest iedere tweede dinsdag van de maand, dan had myn leven er àltyd zo uitgezien; boven in huis myn vrouw en kinderen, die genoeg hebben aan mekaâr, en beneên in huis met alle deuren op slot, ikzelf en myn schryftafel, en ook wel een beetje myn demonen; en drie keer per dag een fan, die cash geld komt betalen, om myn schryfsels meê naar huis te mogen nemen.
    stel je dit voor, hoe mooi.
    het kàn: als ik iédere maand van het jaar 300 boeken verkoop. ook in juli en aûgustus.
    

-end


ons feuilleton

HET SECRETARIAAT



feuilleton in 17 afleveringen


door don vitalski



wat voorafging: de verteller van dit verhaal, een zekere brilaap, wil een vreemde man, die in het circus is binnengedrongen, proberen over te brengen naar de directeur.










10.
dus: ik wilde terug naar het secretariaat, zoveel was helder - maar, zo beslisten-ik dit reeds eerder: de allereerste stap in die richting, zou ik absoluut niet zélf mogen zetten. ik zou niks van wat hier gebeurde, mogen hebben willen afdwingen. het moest vanzelf verlopen, of het zou niét verlopen.
    het gesprek tussen deze paar bulderdrangers, die ze waren, viel stil, en allen keken ze weêr in myn richting. "toch," stamelden-ik, "toch zou ik die indringer nu niet meteen weêr van kleêren laten verwisselen - neen, dat nu ook weêr niet. beter niet."
    "dat kàn ook niet!" zei katinocenov.
    "die natte kleêren, die 'ie eerst droeg, zyn weggegooid," zei de giraffe.
    alweêr viel dit gesprek helemaal stil.
    "nu begryp je," sprak de buffel vervolgens, "nu begryp je waarom ik de secretarisvogel wilde hebben. die indringer moet naar de directeur, en naar nergens anders!"
    "maar," zei katinocenov, "kan de brilaap dit dan niet op zich nemen?"
    "tja," zei de buffel. en sprak nog meer:"dat is dus de vraag. kan die kleine, zo jong als die 'r nog uitziet, toch zonder te veel omwegen aan de nodige stempels en zo geraken?"
    "in ieder geval," zei de giraffe, "zeg tegen iedereen - dat ik... dat ik myn spyt heb betuigd!"
    al gebeurde dit maar enkel met zyn twee grote, glimmende, indringende oogbollen, toch was nu ook de indringer zelf, zoals die er byzat, tot my beginnen te spreken, lezers. tevoren was 'ie, byna onafgebroken, in de laagte voor zich uit blyven turen, alsof 'ie feitelyk zou hebben gezocht naar iets dat zich onder het tafelblad zou hebben bevonden, zo leek het; inmiddels echter, had 'ie zyn hoofd enigszins naar boven gekanteld, en was zyn kleine, verschrompelde, lykbleke aangezicht zich beginnen te tonen aan ons - en meteen, als vanzelf, zochten die twee ogen nu naar de myne; schichtig maar ook stoutmoedig, doodsangstig maar ook byna gelaten fataal. "ken my!" schenen die twee ogen my te willen aanroepen. "en begryp my, bovendien!" maar, om het juist te hebben: niét, lezers, schenen die twee ogen my te willen zeggen:"red my!" of minder nog:"help my!" die indringer moest worden begrepen, maar méér schynbaar niét - want: als een gevolg van dat begrip, zo snapten-ik, en zo snapten-'ie dit zelf misschien ook, kwam alle rest vanzelf.
    en toch: net zolang bleef 'ie bibberen, volstrekt alsof 'ie op ellentriek stond.
    "dat klopt," zei de buffel. "die matrozenaap - die is nog jong, en totaal onervaren. maar: toch moet hy doen wat hem te doen staat. hy moet zich ogenblikkelyk, met die indringer by zich, by de directeur gaan aanmelden. zonder een omweg!"
    "maar: dan moet 'ie toch eerst," zei katinocenov, "naar het secretariaat?"
    "het secretariaat? wat valt er daar dan te beleven, op dit moment? zonder de secretarisvogel, zelfs zonder doctor strausius? wat kan je nu op dat secretariaat nog gaan zoeken?"
    "ik zou voorzichtig willen opperen dat die indringer hier in ieder geval vandaag nog weg moet," sprak de giraffe.
    "maar niet in andermans kleêren!" riep de buffel - en optenief begon weêr hun discussie, opeens. toch wel. op den duur ging de buffel helemaal overeind staan, hy stampte de paar meubels in zyn buurt tegen de grond, zette twee stappen achterwaarts, lachte - en trok zyn revolver. "niet doen!" zeiden de minotaurus en katinocenov ongeveer gelyktydig. "jullie moeten hiermeê stoppen!" zei de buffel. hy richtte zyn revolver meer zywaarts, naar een kleine, geheel leêge fles, staand, als een sprakeloze fetisj, pal bovenop één van die stomme, rommelige kleêrkasten - maar: daarna richtten-'ie die revolver op die poster, dat affiche van die erge, lachende circusclown, van dat wintercircus. wat we allicht niet voor mogelyk hielden, gebeurde nu toch - katinocenov gilde nog uit:"hey, buffalo bill!! ben je gek of zo!!" en riep nog:"die paddenstoeltjes, daardoor komt dit!!" "ja!" zei ook de giraf. "dat waren gigantisch erbàrmelyke paddenstoeltjes!!"- maar: te laat; de buffel haalde zyn trekker over - en: een waanzinnige knal, die het was, doorkliefde dit vreselyke tafereel.
    de tyd stond stil. of scheen zelfs een kléin beetje terug achterwaarts te lopen, alsof 'ie zyn trekker twéé keer, drié keer, tienduizend keer opteniéf overhaalde - "BANG!!"
    "BANG!! BANG!! BANG!!"
    de poster scheurde los - en viel van de wand...
    de kast zelf viel in twee stukken uit mekaâr.
    myn oren suisden, de giraffe begon te gillen...
    "BANG!!!"
    "het spyt my!" declameerde de buffel dan. hy keek naar zyn eigen revolver, aarzelde 'n weinig - en gooiden-het rokende tuig, ter besluit, met een heftig gebaar op tafel. hy draaide zich om, lachte, stapte naar de deur. hy draaide zich optenief om, byzonderlyk in myn richting; en op het eind van dit alles prevelden-'ie:"jy bent van het secretariaat! jy moet dit helemaal afwikkelen!"
    hy deed de deur weêr open - een onwaarschynlyk helder daglicht begroetten-ons. door de donkerte van zelfs het kaarslicht dat binnen heerste, hadden we byna aldoor gemeend dat deze gedurige, vermoeiende scène by de giraffe thuis, zich verre na middernacht aan het afspelen moest zyn geweest - in waarheid was het, duidelyk, nog érg vroeg in de prille morgen. een veelheid van bulderdrangers, om niet te zeggen de meerderheid, was vast nog in slaap. achter het vage, nevelige wolkenspel aan de verre einder, scheen zelfs de zon nog niet te zyn doorgebroken. dit was, lezers, het bleke, witte, ziekelyke morgenlicht, dat hoogty was komen te vieren, en dat, inderdaad, aan het normale daglicht nog maar voorafging. daardoor juist was dit morgenlicht het meest meêdogenloze licht van al; daar het, als enige, de kracht in zich wist, om het nachtelyke duister naar huis te sturen.

WORDT VERVOLGD



afterLink.

donderdag 26 maart 2020

vrydagbunnie

julie londen
ten tyde van voor de grote crisis

prent vd week

(c) hemen jamundar

minder / meer

minder: stress

meer: blote borsten

onderschat / overschat

onderschat: de veerkracht en vindingrykheid van een mensengroep

overschat: het belang van altyd maar méér en méér en vlugger en nog vlugger en nog méér

naar waarde geschat: volledige stilstand

weird superhero

captain truth

(c) fujitani,
1945

wat deed je ten donderdag

verven...

en timmeren, zelfs...

en van antwerpengrad genieten,
als van een soort cubaanse grootstad...

state of being, 27 maart 2020



rond halftien smorgens opgestaan. als het aan myzelf had gelegen, was ik wel nog iéts langer zelfs onder de dekens gebleven (het gisteren netjes vier uur snachts zynde geworden)- maar, merkwaardig genoeg: er stond ons een uitstap voor de boeg, warempel; met name tot by onze immotheker op de americalei, voor een zoveelste herziening van onze leen-credieten; met zicht op, als het eventjes gaat kunnen, herbouwingen aan onze badkamer en onze keuken (waar ik my niets by kan indromen - maar: het is luv haar business...)
    die rit was psychedelisch. iedereen die vandààg leeft, weet het. muisstille straten, propere lucht. een prachtige stad, prachtige gevels. geschiedenis. en: eender waar je wil, kan je parkeren... precies of dit speelt zich af in het begin van het jaar 1967 of zo.
    ik kàn dit niet meer loslaten, als ik deze crisis overleef, ga ik voort als een "nieuwe hippie".
    die immotheker lachten-onze voorzorgen helemaal weg (we wilden niet eens by hem binnenkomen, doki?); hy zei:"pfff, vroeg of laat krygen we toch allemààl corona?" zo zou het leven wel weêr simpel zyn, man...
    terug thuis, huiswerk als leerkracht; opstellen verbeteren, aan de lopende band. maar: dit is fyn werk; ik zie by al die tieners naar binnen, als door een reeks van frisse, heldere kyk-vensters, een soort efteling. wat ze doen, wat ze denken, wat ze voelen... educatief is het ook; onder iedere zin myn commentaren, zoals:"het is niet "jou dag", maar "jouw dag"." of ook:"het is niet "komaan, zij mama", maar wel: "komaan, zei mama"." etc.
    vervolgens toch nog de kans gezien om een béétje voort te schryven aan "de indringer", dwz het verhaal dat het vervolg vormt op "het secretariaat", welk feuilleton héden loopt op deze blog (het feuilleton genaamd "het secretariaat wordt alleen maar gelezen door myn broêr serge, en verder door niemand; maar: dat is in orde.) wel niks "nieuws" geschreven, wegens gebrek aan meditatieve stilte, maar toch gedurig kunnen herschryven... dwz dan weêr méér details, dan weêr minder details. dit, tot in myn kist, a.u.b.
    vervolgens opteniéf corvée; met de kinderen naar het park, het rivierenhof. dat is waar ze these days hun kicks krygen. "papa mogen wy dat zakmes" - "oké dan" - en dan, na létterlyk één halve minuut: diep in haar duim gesneden. kreunn... ik heb die kinderen zelf gemaakt - dus: hierover zeuren, is debiel.
    zo is het nu keihard, vooral by de jongste gezinnen; onze halve economie wordt nu door kinderen gesaboteerd, niks minder. een belangryke boekhouder moet, van thuis uit, zyn rendementscyfers herzien en vlug doormailen - maar: toch eerst die fruitpap maken. een dringende herziening van de isomorfen opstellen, plus daarvan de parallelle minima - maar: eerst die kleine dat rond-druipende verf-penseel snel uit zyn twee handen nemen!
    het is beter zo.
    al leefden we nog beter zoals 19e eeuwse slavendryvers in louisiana, in grote, witte huizen, waar opa op het terras voor de kleinkinderen zorgde, onderwyl we zelf, met de paarden, naar het veld konden...
    inmiddels werd het dus vroeg in de avond.
    byna alle honderd exemplaren van "het geheim van de yggdrasil", myn dichtbundel, zyn de deur al uit. dwz: ze zyn reeds allemaal besteld en afbetaald zelfs; my nu onverwacht 800 euro winst opleverende - maar: nu alsnog de gehele logistiek. die valt ook meê - maar: de post komt alsmaar geen enveloppen brengen.

interludium


dreamer




gelukkig m'n dromen vanmorgen diréct by het wakker-worden genoteerd. een paar kernwoorden volstaan. nu is het halfnegen savonds; ik weet er NIKS meer van. maar: zometeen bekyk ik die nota's, en dan komt dat toch gegarandeerd weêr terug. extreem merkwaardig toch eigenlyk hé...

(na te hebben opgezocht) inderdaad, ik weet het weêr, toch vaagweg. ik was tezamen met eric somers en myn broêr jeroen op een expo van conceptuele kunst. ik vroeg my af:"wat vind ik hier nu misschien goéd?" ik betrapte myzelf hierop: dat ik dit eventjes niet zélf durfde te beslissen, wegens geen houvast. toen dacht ik pas, zeg, ik heb toch zélf ogen in m'n kop... eerst speelde die droom zich af op lambermontmartre. "vergane glorie". alleen een paar zeer slechte schilders... en maar één verkoper, aan een bureautafel, in het midden van dat grasveldje... op een ogenblik dacht ik: ja, déze kunst vind ik wél goed -- - het betrof een paar antieke zeevaarders-landkaarten, mooi ingekaderd... *** maar vooral droomden-ik voor het eerst sinds deze quarantaine dat ik nog 'ns aan het optreden was. voor maar drie mensen, luv en nog twee vriendinnen, in een café. de tekst/monoloog kwam van zeer ver uit m'n geheugen, half improvisatie (een verneukte versie van "beuling met appelmoes) maar het was érg tof, érg verrassend grappig...

-end


ONS FEUILLETON

HET SECRETARIAAT



feuilleton in 17 afleveringen


door don vitalski



wat voorafging: er is een indringer in circus bulderdrang, en de verteller van dit verhaal wil het op zich nemen om die indringer verder te helpen...












9.
de bedoeling had er natuurlyk uit bestaan om de buffel, die niet begreep wat hem boven het hoofd hing, die ene, afgryselyke tyding te bezorgen, die ik daarjuist nog maar zelf, zonder dat ik het wilde, had moeten vernemen van de wakkere sprinkhaan; die boodschap betreffende de ontzettende dood van jerry bill, de zoon van de buffel, door dryfzand in de vlakte van het losse zand - een boodschap die, inderdaad, was bevestigd geworden door het slangenmens, en die dus zeker en vast van waarheid moest zyn doortrokken - vermits, ten eerste, het slangenmens niet kon liegen, en vermits er, ten tweede, ook omtrent het slangenmens maar moeilyk gelogen kon worden; het slangenmens beheerste de kunst van het leviteren; met als een gevolg: als je dingen over hem zei die leugenachtig waren, dan werd je ogenblikkelyk, datzelfde moment nog, door hem opgejaagd en maf-getreiterd. tenminste, naar werd volgehouden. zelf had ik daar geen ervaring meê.
    onderwyl de buffel my aankeek, zag ik, als vanzelf maar toch onverwachts, het meer authentieke, het meer eerlyke, het meer diepzinnige mensenwezen in zyn persoonlykheid ineens naar boven schynen te wellen. zyn échte wezen, van vlees en bloed - zoals hy écht was, àchter dat veel te stoere masker van 'm, en àchter die karikatuur. wat zou dit bericht met hem doen? nu al was deze cowboy zo overdreven geagiteerd aan het geraken geweest - alleen nog maar door dat gedoe met die kleêren... die 'ie dus uitgerekend aan zyn zoon had willen geven...
    "wat dan?" vroeg de buffel my ongeduldig. en sprak weêr:"zeg het, verdomde brilaap!"
     dus: de bedoeling, lezers, bestond eruit, zoals jullie het begrypen, dat ik hem nu gelyk iets zou hebben meêgedeeld als, pakweg, dit volgende; iets zoals:"jouw enige zoon, jerry bill - die is gestorven." of anders:"jouw zoon is niet meer in leven." of nog anders:"een paar dagen geleên al, is jouw zoon helemaal doodgegaan - in dryfzand..."
    hoe kort en krachtig dergelyke bewoordingen misschien ook - ik vermocht ze simpelweg niet op te brengen.
    "wat is er?" vroeg ook de minotaurus optenief, met schuddend hoofd, terwyl die bezig was, het papieren zakje te verscheuren, waarin zich daarjuist nog die paddenstoeltjes hadden laten aantreffen, door dewelke ze überhaupt zo opgewonden waren geraakt. hy schudde met zyn brede hoorns en brieste. "wat kom je hier toch eigenlyk uitsteken!"
    "pas op," zei de buffel tegen de minotaurus. "ik ben zélf die knakker gaan halen. die brilaap." en tot my sprak hy weêr:"zeg het, kleine matroos!"
    ik stamelde zomaar iets uit, eender wat in my opkwam. moeder, helpe my! "misschien," zo zei ik, "misschien zal die broek hem niet eens passen. toch?"
    om alle mogelyke razernyen meteen te pareren, sprak ik onverdroten nog méér voort, myn woorden zomaar ergens vandaan plukkend. "maar los daarvan," stamelden-ik, "los daarvan heeft de buffel," zei ik - en ik hernam:"de buffel heeft toch gelyk!"
    "hunk??,- hoe bedoel je dan?"
    "je kan niemands kleêren zomaar, alsof dat normaal is, aan iemand anders willen doorgeven... al zeker niet als je die kleêren hebt toevertrouwd aan een persoon die wordt gezien als een professioneel kleêrmaker."
    in het flakkerende kaarslicht ging de buffel terug overeind staan. "goed gesproken! goed gezegd! jy bent goed bezig! jy bent een zoon van jouw vader!"
    "maar - zeg eens hier," hoestte de minotaurus naar my apart. en sprak, nog steeds met dat papiertje in zyn tien vingers:"om te beginnen - want: dat wilden-ik, eigenlyk, daarjuist al wel vragen, sorry - maar," zo vroeg 'ie, "ben jy wel écht, als ik mag vragen, van het secretariaat? in feite? want ik bedoel: helemààl echt? of misschien maar 'n stagiaire? ja - dàt, om te beginnen!"
    "toch wel," zei katinocenov met tegenzin. "hy is," zei katinocenov, "een nieveling op het secretariaat - maar hy werkt er toch echt. van die familie die ooit, ten tyde van wat heet 'de laatste grote verhuis', die gestrenge winter van toen, is kunnen ontsnappen uit de konvooien van het commando van de witte apenkooi."
    alweêr geleek deze vergaâring voor my persoonlyk een gunstige baan te willen beschryven. beter zelfs nog, dan verhoopt. ten eerste had ik intussen een standpunt ingenomen, dàt was al iets zeer goeds. bovendien betrof het een standpunt dat ik ook eerlyk kon onderschryven. dat je niemands kleêren zomaar mag beginnen rond te delen, alsof ze van jouzelf waren - dat klopte, daar was ik het meê eens. en meteen daarop werd, bovendien, myn uiterst aparte positie nog 'ns bekrachtigd - die van myn echte, concrete, aanwysbare dienstbetrekking in het zo uitzonderlyke secretariaat, beste lezers. een gigantische stap in de goeie richting - twee of drie stappen tegelyk, misschien zelfs! vanzelf moest ik een lachje versmaden... want: het secretariaat was alles. ik had het uiterlyk van een bespottelyke matrozenaap, dat klopte - maar: ik was van het secretariaat.
    de minotaurus zei niks meer. de buffel evenmin. de giraffe nam eindelyk nog 'ns het woord, meer bepaald zoals hier nu volge:"het spyt my," articuleerde de giraffe moeizaam doch helder. "het spyt my als ik dit verkeerd heb ingeschat. ik wilde de buffel écht niet ambeteren! ik heb een grote fout gemaakt!"
    dus, om het vlug af te ronden; wat my te doen stond, was dit: ik zou die indringer, pjotr lavaski, zo snel mogelyk, en vooral zo zelfstandig mogelyk, zonder hulp van anderen, naar ergens anders moeten zien over te brengen - vermoedelyk, zoals al gesuggereerd door de buffel, toch best in één keer tot by de directeur, jazeker. een reis tot by de directeur, dat was iets dat my, goed nagegaan, zeker en vast zou lukken, en waar ik aldus, zodoende, totaal niet voor hoefde terug te deinzen. maar, jammer genoeg: voor zo'n onderneming zou ik toch eerst, niks aan te verhelpen, naar het secretariaat, naar de oude robot terugmoeten; met name voor de nodige stempels, de nodige pasjes, de enige, juist gesorteerde aanbevelingen... figuren zoals de schildpad of de oude robot, die daar al eeuwigheden in de touwen hingen, die konden waarschynlyk zomaar, op goed geluk, met leêge handen tot by de directeur zelf binnengeraken - maar: persoonlyk was ik daar nog te bangelyk voor, voor zoveel avontuur. ik was nog te bedremmeld en te bleu - daar moest ik, inderdaad, eerst nog de nodige papieren voor byeen gaan halen.
    alleen: als ik nu terugliep,- wat dus wilde zeggen: terug naar het secretariaat; om daar myn collega's, of eêrgezegd: myn oversten, te gaan uitleggen waar dit om draaide - een indringer - in circus bulderdrang!!... zouden die van het secretariaat my dan wel nog zomaar weêr kunnen laten gaan?
     om het my in eigen persoon verder te laten opvolgen?
    of zouden ze dit voorval dan niet juist, veeleêr, voor zichzelf willen opeisen, of voor mekaâr? om het myzelf toch alleszins uit handen te nemen - ja, metéén! hoe érg zou dit dan zyn - "maar," vatten-ik snel, "dit gehele verhaal gaat zichzelf uitwyzen. de truuk was toch juist, had ik al gezegd, om niet zélf iets te beginnen?" ik moest dit vanzelf zyn beloop laten hebben.

WORDT VERVOLGD 

afterLink

woensdag 25 maart 2020

donderdagbunnie

digi-bunnie jirka depreter

prent vd week


agenda dees week

de agenda...
tsss...
die rubriek is hier nu al twee weken lang totaal knudde...

terwyl die agenda, feitelyk, dé verborgen reden was voor deze hele blog...

lectuur

voor erotische vrouwen,
ja,
maar ook voor gruwel en voor folteringen heeft manara een goed oog...
op deze photo bedoel ik die spookmuts met dat kruis, maar ook, helemaal rechts, op de achtergrond, zo'n nutteloos daar gekruisigde die daar hangt...

waar was je te woensdag

ik zeg niet dat de hele hele wereld my in myn kamerjas moet zien,
maar toevallig liep ik zo,
toen bert eraankwam,
en ik moet ook zeggen: ik voél my zo, dwz zoals hier;

ik ga precies nooit meer die mallemolen terug in kunnen...

bert lezy kwam zyn dichtbundel halen...

we schuiven het boek naar mekaâr, over drie meters...

een uurtje later kwam met zyn motor
ook nick hannes langs voor zyn boek...

naar de post...
voor enveloppen...
een rytje van twintig mensen,
over zeventig meters verspreid...
gelukkig in een wel zeer zonnige zon...

ik wilde myn dichtbundels daar gaan opsturen, dus ik liet zo'n boekje worden gewogen. de postbeambte zegt:"jy bent toch vitalski zelf he?" ik zeg:"ja." "en dit boek heb jy dus zelf geschreven?" ik zeg:"ja, helemaal zelf." de postbeambte zegt:"zou ik er ook zelf één kunnen kopen?"

aint that business!...

another day at the rivierenhof...

erg zonnig, erg mooi...

dank god op uw knieën voor dees park...

ik dacht: die kinderen zitten àldoor met mekaâr, om te spelen;
dus gisteren dacht ik: ik zal rocco eens in zyn eentje ergens meê naartoe nemen,
kan die even zichzelf zyn.
we stapten uit, aan een waterkant,
zyn eerste reactie toen 'ie daar op de oever stond:
"ik wou dat mollie er by was."

actua

"als ze my gaan verbieden om met myn koersfiets door de bossen in myn buurt te fietsen, dan ga ik burgerlyk ongehoorzaam zyn," zo komt hans vandewege binnen. vyf minuten later zegt 'ie dit nog eens.

ik kan de redenering volgen, maar er is nog een verschil tussen zoiets voor jezelf beslissen, en zoiets zo graâg aan de grote klok te willen hangen.

foei!

ons feuilleton

HET SECRETARIAAT


feuilleton in 17 afleveringen


door don vitalski



wat voorafging: er schynt in het circus een indringer te zyn gevonden; de verteller van dit verhaal, die iemand van het secretariaat is, gaat daarom een kykje nemen in de caravan van de giraffe...






8.
het basisonderwerp van hun onenigheid bestond uit dit volgende. nu dit weêr. het ging erom dat deze pjotr lavaski, toen die by de giraffe naar binnen werd gebracht, dat die toen kletsnatte kleêren aanhad - alsof 'ie door een stormregen aan het lopen was geweest, hoewel het toen toch al een paar dagen lang totaal niet meer had geregend (de engelbewaarder klaagde daar al over, want die leefde van regenwormen.) of zou die indringer hier ergens in een greppel zyn gestruikeld? hy kreeg de kans niet om dit zelf uit te leggen.
    de gestrafte giraffe was van opleiding een kleêrmaker; zyn kasten waarom daarom tot barstens toe volgeladen met kapotte kleêren, binnengebracht door de armetierige bulderdrangers; en ossipon katinocenov was het personage geweest dat dit, jammer genoeg, tot een voordeel had willen wenden; zich als eerste by de giraffe en zyn vrienden vervoegd hebbende, was het katinocenov geweest die, zo vernam ik, met het initiatief op de proppen was gekomen, de indringer dààrmeê, met dié kleêren, warmer te proberen te kleden. en zo kwam het dat ze aan hem, dwz aan de indringer, de eerste, de beste zogenaamde "skinny jeans" te leen hadden gegeven, die ze tegenkwamen. de indringer had er niet zelf om gevraagd, maar duidelyk had 'ie er ook geen bezwaar tegen gemaakt.
    een uur later was toen ook de buffel gearriveerd, met zyn houtblokken. hy werd al kwaad toen 'ie inzag dat zyn trawanten de indringer niet naar de directeur wilden brengen; nog méér verloor de buffel zyn evenwicht vanwege dit volgende: die lichtblauw gerafelde jeans die die indringer nu rond zyn twee benen droeg, met dik opgekrulde boorden onderaan - dit was, zag hy, zyn broek! dwz: die van de buffel zelf! "maar - daar kan jy toch nooit in??" sprak de spion. "die broek is toch veel te klein voor jou?" waarop de buffel tweehonderd keer uitriep:"dat weet je nu toch al - die broek was toch niet voor my bestemd!" "voor wie dan wel!" "dat weet je toch! dat weet je nu toch onderhand! die broek was toch voor myn zoon,- voor jerry bill? hoe dikwyls moet ik dit er nog indrammen!"
     onderwyl dit gekibbel d'rmeê bezig was, zich in cirkels zonder eind te voltrekken, drong er ten zoveelste male, maar nu veel meer goedaardig, een volstrekt wonderlyk idee tot my door. om dit alles tezamen te vatten: eerst was ik, in deze caravan, beginnen te begrypen dat myn leven op losse schroeven was komen te staan; dit, zonder veel meer; alles kantelde, maar ik besefte nog niet in welke richting. vervolgens was ik, kort daarop, tot het inzicht gekomen, maar dan meer angstig, dat ik alle raadsels die zich hier nu voordeden, moest zien te reduceren tot maar één raadsel, en dat het om dié reden vooral noodzakelyk was om myn kalmte te bewaren. maar nu, ten slotte, kwam daar deze volgende, meer synthetische eindgedachte nog eens bovenop, letterlyk zoals hier nu voor jullie genoteerd:"voor myzelf is dit, wat hier nu gebeurt, een verlossing - ja, méér dan vermoedelyk!" zo begreep ik. "het opduiken van deze figuur, deze indringer - voor my persoonlyk zal die, op dit moment in myn bestaan, dé gedroomde hefboom blyken - een soort van springveer, bedoel ik, tot iets nog beters, nog hogers!"
    de secretarisvogel was foetsie; doctor strausius was foetsie; de anderen op het secretariaat, de oude robot en al die anderen, die werden té erg in beslag genomen door hun strikt dagelykse schryfwerk, de ditjes en datjes waarmeê ze àltyd erg druk bezig waren - ik moest, zag ik in, deze vreemde verschyning, deze échte indringer, voor myzelf zien op te eisen. dat was alles. en dan was, zoals myn moeder het noemde, myn "broodje gebakken".
    ja, dit was de einduitkomst van alle mogelyke problemen, en de eindbestemming van myn bezoek aan de giraffe; die indringer moest worden voortgeholpen: door my persoonlyk. hoé dan wel juist en precies, dat speelde zelfs byna geen rol - maar door my, door my alléén. dàt was, van nu af aan, van levensbelang.
    en inderdaad, zo benadrukten-ik dit nog maar eens: precies zo zeker als het was dat myn status nu zou gaan aangroeien, door wat hier gebeurde, net zo helder was nu ook het gegeven dat ik, om dit te bereiken, geheel niks mocht proberen te forceren. ik mocht myzelf niet verraden. de buffel moest zyn zegje doen, de minotaurus moest zyn nummertje opvoeren - net zolang, totdat het niet anders meer kon of ze kwamen allen, integraal vanzelf, tot by my terecht.
    immers: reeds wàs de buffel my komen halen. reeds zàt ik hier nu zo, by die reddeloze figuren, aan deze tafel, naar hun geschiedenissen te luisteren. het ging, m.a.w., vanzélf de goeie kant uit. "wat denk jy?" vroeg de buffel zelfs, opeens, aan my. dwz: aan my persoonlyk.
    waarop ik myzelf hoorden-uitspreken, dit volgende:"als die kleêren voor jerry bill zyn bestemd - jouw beroemde zoon, die schietgrage desperado..."
    "ja? wat dan? zeg het!"
    "maar dus," zo hernam ik aarzelend... "jy bevestigt dus formeel - dat die kleêren voor jouw zoon zyn bedoeld?"
    "ja? en dus?"
    "wat is er dan?"
    "zeg het!"
     "in dat geval," zei ik voorzichtig... "in dat geval moet ik jou nu meteen reeds, iets integraal afgryselyks meêdelen, omtrent jouw zoon..."
    "o ja? wat dan wel juist? spreek!"
    "spreek!" zei ook de minotaurus.
    welk een lot! wie was ik, om die arme, grote, krachtdadige, maar stilaan wat oud geworden cowboy vanmorgen, nu uitgerekend déze onheilstyding te moeten overbrengen? waarom had die onnozele sprinkhaan, komende van de bende van jerry bill, dit niet zélf gedaan?
    en toch, hier alles by mekaâr, toch begreep ik waarom het niet anders kon...
    maar hoé dit dan te zeggen?
    ik zou myn boodschap toch onmogelyk kunnen laten beginnen met zoiets afwykends als "volgens de sprinkhaan," of zoiets halfslachtigs als "de sprinkhaan is my daarjuist komen meê te delen, dat waarschynlyk..."- neen, niets hiervan! het was myn ding, myn boodschap voor hem.

WORDT VERVOLGD

afterLink

fanmail

auteur filip marsboom liet my weten
een "vitalski-verzamelaar" te zyn;
maar vervolgens bewees 'ie dat 'ie dit nog écht bedoelden-ook;
zelfs
de badmuts ter promotie van "de geur van nat haar" bezit die nog netjes...

dinsdag 24 maart 2020

woensdagbunnie


so leronzo












(inderdaad... april 2020 deden, na 15 jaar anders, de snapchat-bunnies hun intrede op deze nochtans enorm ouderwetse blog...)

prent vd week

(c) david

a day in a life

24 maart, halftwee snachts:
afronden schryfwerk aan "de opkomst en ondergang van circus bulderdrang"

(ik durf nu die pompeuze titel toch wel te verkondigen
ten slotte zit ik nu toch reeds in de pre-kladversie van hoofdstuk 6,
waar er slechts 14 hoofdstukken gepland zyn)

24 maart, halfdrie snachts:

lezen in garavaccio, door manara,
in myn slaapkamer,
na eerst, in beide buizen van eustachius, oordroppels te hebben genomen


die manara had een paar debiele boeken uitgebracht ("gulliverna", "odysseus", ...), net zolang totdat ik dacht: nu stop ik hier écht meê - maar by deze hier is de obsessie authentiek en het gehele verhaal ook subliem...