dirk langhendries...
één jaartje ouder dan ikzelf...
vorige maand onwel geworden, vandaag niet meer onder ons...
ik kende hem vooral langs bert...
waanzin...
donderdag 19 juli 2018
press
alwéér een heel goeie kritiek betreffende groningen...
(waarom kan dit nu nooit eens in vlaanderen...)
(waarom kan dit nu nooit eens in vlaanderen...)
waar was je te woensdag
ik speelde, met voldoende succes, "de ideale schoonzoon", op "de zomervertellingen", in eksel...
voor een publiek van een kleine zeshonderdtal mensen...
hier ook de burgemeester bezyden me...
voor een publiek van een kleine zeshonderdtal mensen...
hier ook de burgemeester bezyden me...
woensdag 18 juli 2018
dinsdag 17 juli 2018
uit de oude doos
al een tydje op zoek ben ik, naar een bepaalde western classic, zy het tevergeefs, over een man die in zyn blokhut terug thuiskomt, om daar te moeten inzien dat zyn gehele, idyllische gezinnetje in zyn afwezigheid werd afgeslacht, met name door een vyandige indianenstam - de rest van die film, in velerlei wydse sneeuwlandschappen, bestaat uit de homerische wraakactie die daarop volgt.
maar: ik vind die film niet terug; onterecht keek ik reeds naar "a man called horse", dwz het eerste uur gekeken, daarna er doorheen gescrolld; en gisteren hetzelfde met "little big man". die laatste prent katapulteerde my evenwel meêdogenloos terug naar het jaar 1987, toen ik die voor het eerst aanzag...
ik was zestien jaar oud. het was een vrydagavond. de zaterdagavonden mochten we uit, maar de vrydagavonden was het thuisblyven geblazen. geen onaardige staat van zyn; de schoolweek van je afgeschud, het oneindige weekend nog integraal voor je. in de vroege avond wellicht in bad geweest (vrydag was het bad-tyd).
een avondje televisie, zodoende. we waren met zyn zevenen thuis, wyl er in de zetels maar plaats was voor hooguit zes mensen. dus was ikzelf voor de televisie op de grond beland, op een vouwbed van dikke, zachte kussens, met die zetels en die familieleden àchter my.
in die tyd kon een mens nog helemaal stoned worden van een film...
het kan niet anders of ik had ergens een lief, dat ik de volgende dag zou terugzien!!;- of anders had ik misschien juist géén lief; da's eigenlyk inwisselbaar.
en toen kwam er, na 72 minuten, dit beeld op myn netvlies; die onberispelyk glanzende, zeer jonge maar in alle stilte kreunende dame - in principe was ze hier slechts bezig met in haar eentje te liggen bevallen; zodat het in principe iets helemaal zedigs was.
ik dacht dat die scène ongeveer twintig minuten voortduurde, maar vandaag, by naêr inzien, moet ik bemerken dat ze hooguit zeventien seconden duurt...
maandag 16 juli 2018
zondag 15 juli 2018
agenda dees week
maandag: repetitie nele bauwens, vergadering johan braeckman - beide onder voorbehoud
dinsdag: idem
woensdag:"de ideale schoonzoon" voor zomervertellingen rtv, hechtel
donderdag:"de ideale schoonzoon" voor zomervertellingen rtv, ninove
vrydag overdag: repetitie nele bauwens
zaterdag: op naar wissant...
dinsdag: idem
woensdag:"de ideale schoonzoon" voor zomervertellingen rtv, hechtel
donderdag:"de ideale schoonzoon" voor zomervertellingen rtv, ninove
vrydag overdag: repetitie nele bauwens
zaterdag: op naar wissant...
state of being, 15 juli 2018
wonderwel pas om halfeen smiddags wakker geworden. wat wel nog steeds maar wil zeggen, dat ik acht uurs geslapen heb. de voorbye tien dagen sliep ik telkens maar zes uurs, dwz één uur tekort. buitendien kruipt dat weg- en weêr ryden naar groningen niet in je hemdsmouwen, zeker niet ten tyde van hittegolven en zandstormen.
arbeiden met de kinderen in huis is moeilyk, maar: toch heb ik wat kunnen lezen in de zeer uitgebreide kafka-biographie van reiner stach. helaas: ook hier weêr dat "afstandelyke", niemand schynt echt in kafka zyn vel te kunnen doordringen - wel technisch informatief, maar nooit organisch, nooit op een of andere manier van sap doordrongen - zoals dit nochtans wél gebeurt met de biographieën betreffende veel àndere wezens. byvoorbeeld: als je de enid starkie-biographie van rimbaud achter de kiezen hebt, dan voelt het werkelyk alsof je met rimbaud aan tafel hebt gezeten... of: de ellerman-biographie van joyce, idem. maar kafka, ook nu weêr, blyft die afstandelyke zwartwitphoto van die man in dat gesloten pak.
in het byzonder wil ik de genese van "het slot" eindelyk eens uitpluizen. in myn top tienduizend van beste boeken aller tyden, staat met kop en schouders al myn leven lang "het slot" van franz kafka op nummer één. het is ook het enige boek dat ik zomaar kan blyven herlezen...
voorts quasi de gehele dag bezig geweest met het verversen van de kooien van de dwerghamsters én zelfs de kooi van de rystvogel. met deze labeur was ik erg opgezet, het tegelyk een manier geweest zynde om met de kinderen te spelen. zodat we, met dit zweet-weêr, naar geen verre speeltuinen op excursie hoefden. de kinderen zyn echt al een eeuwigheid supertof; die serene intimiteit van in de ardennen, loopt hier gewoon voort. dwz: voor hetzelfde geld hadt byzonderlyk mollie "moeilyk handelbaar" kunnen wezen, door zich te vervelen, door aanhoudend te lopen jammeren dat er een vriendje moét komen, of door 10.000 keer na mekaâr te lopen zeur-vragen "mag ik niet op myn twaalfde al een paard kopen, in plaats van op myn zestiende pas?" maar: heden hebben ze veel verbeelding. ze beginnen zelf te schilderen. rocco james conan kan een uurlang in zyn nieve boekje over de nachtwacht zitten lezen, en die dierenkoten waren dus een fyne hobby ook, op het terras in de lommer.
tevens onverwyld de voetbal-finale kunnen volgen, jihaa! ook ik was fervent kroatië-supporter, zeker vanaf die nep-penalty voor die zogezegde hands-onzin - maar: na het laatste doel van frankryk vond ik toch: die winnen met recht en reden, al die anti-franse commentatoren zouden toch allemaal een pak rammel moeten krygen. dat frankryk "voos" heeft gespeeld is juist extra sterk, dat "sterke" spel van byvoorbeeld de kroaten wordt daarby iets anekdotisch, een oubollig zich moê maken.
snachts, in de machine-kamer, my opnief aan de tekst gezet van "de ideale schoonzoon", met oog op de aanstaande televisie-opnames daarvan. de voorbye twee weken zat ik tot over myn oren aan iets gloednieuws te arbeiden, "beuling met appelmoes", en vanuit dié delirische staat van zyn, wou ik "de ideale schoonzoon" alvast helemaal verbranden - geen nieuw huis kunnende bouwen, zonder je vorige huis eerst helemaal neêr te halen; maar: inmiddels neem ikzelf, en eigenhandig ook, voor die schoonzoon toch wél myn petje af. en nog geen klein beetje, verdomd. 50 procent van de keren dat ik deze voorstelling reeds speelde, was het publiek erg enthousiast (in olmen, wommelgem, vosselaar, de kaleidoscoop), en 20 procent van die gigs werden met een sympathie ontvangen (de kleine arenberg, wervik, aarschot); doch: 30 procent van die optredens, stuitten op een muur van absolute weêrzin (leeuwarden, maaseik, roeselare) mensen vonden my daar zo slecht, dat ze er kwààd om waren. wat nu, dan wel? flink wat van de negatieve kritiek heb ik ter harte genomen, namelyk wanneer die ter goeder trouw klonk. daardoor is in de loop van het lange jaar die tekst nog spitser geworden. de nieuwe, meer literaire, minder comedy-gerichte verteltrant van "beuling met appelmoes" leerde my nu ook iets, op een goed moment; namelyk om "de ideale schoonzoon" eens anders te bekyken; niet vanuit dat hysterische, dat geacteerde; bekyk die tekst, die wel degelyk de bedoeling heeft om "lollig" te zyn, nu eens echt zuiver tekstueel, dwz niet met oog op die lach, zelfs al is die een doel, maar enkel met het oog op articulatie. naar binnen gericht. een ding an sich.
inmiddels is die tekst een geniaal dier. indien niet "grappig", dan nog steeds "verbluffend". eigenlyk is dit een soort kwadraat van comedy; je kan byna niet meer lachen: doordat iédere halve zin op zes manieren tegelyk een grap herbergt. ik heb hier in myn handen dus eigenlyk de "finnigans wake" van de vlaamse comedy. als ik daar nu een publiek meê tegemoet vaar dat zoiets niet smaakt, dan is dat maar zo. fuck die dommeriken.
dus, zo bedenken we nu, dàt was, vier dagen geleden, die ardeense groene berg die ik zag, dewelke zich opeens als een vervulling aan my voordeed. niet als een berg waar je naartoe moet, of je doorheen moet, of naar uitreikt; maar die een vervulling aanschouwd is.
pfieuw... ja, toch schryf ik dat hier allemaal zo neêr...
column streekkrant editie kempen
EROTIEK IN DE KEMPEN
Te voet onderweg door Wechelderzande, voor een barbecue ter plaatse, voerde ik met een goeie vriend van my ten zoveelste male een discussie over de vraag, wààr het nu feitelyk het best vertoeven is voor mensen: in de stad, byvoorbeeld in Antwerpen, of "op den buiten", byvoorbeeld in de Kempen. Myn vriend maakte toen een bizarre opmerking, hy sprak:"In ieder geval hebben mensen die in een dorp wonen, betere seks dan mensen in de stad." Hier wilde ik het fyne van weten - om niet te zeggen: ik voelde my in myn kruis getast!
Ten eerste staan in een dorp de huizen veelal los van elkaar, zodat de inwoners daarbinnen, meer lawaai kunnen maken. Dat gaat niet alleen over hygen en krysen, maar ook over krakende beddensponden - als je onderburen hebt, zoals in de stad meestal het geval is, kan je het gewoon niet liggend doen. Bovendien baden dorpen vaak in een geur van vers gemaaid gras en hooi, wat bevorderlyk is voor onze dierlyke instincten. Evolutionair gezien, zyn mensen knaagdieren. En ook hebben de meeste Kempische huizen een oprit; by een rendez-vous by iemand thuis, wordt de bezoeker al helemaal opgewonden wanneer hy nog maar bezig is met zich naar de voordeur te begeven; dit voorspel is in steden ondenkbaar, daar loop je door de straat net zolang totdat je aanbelt. En tenslotte: in een dorp kent iedereen elkaar, wat in het byzonder de erotiek van het overspel bevordert; het verbodene, het geheime, is per definitie heel erg opwindend. In een stad kan het niemand wat schelen waar je mee bezig bent.
Enerzyds dacht ik: wat een flauwekul allemaal. Anderzyds voelde ik voor de eerste keer in myn leven de aandrang, om effectief naar de Kempen terug te verhuizen!!
column streekkrant editie antwerpen
NIEUW ZIEKENHUIS
Nog dit jaar verhuist het Stuivenberg Ziekenhuis naar de Kempenstraat, aan het Kempisch Dok, niet ver het kruispunt van de Leien en de Noorderlaan. De site, intussen quasi volledig gebakken en geserveerd, is alles by elkaar 65.000 vierkante meter groot, en telt mooi 19 verdiepingen. De gelykvloerse verdieping zal goeddeels een winkelstraat worden. Maar de vraag blyft waarom we nu nog altyd niet weten wat er gaat gebeuren met het voormalige ziekenhuis. De psychiatrische afdeling blyft waar ze is, en dat betreur ik een beetje, omdat deze buurt, de 2060, toch al een free clinic huisvest. Eventjes was er sprake van dat het Muhka naar Stuivenberg zou komen - Seefhoekenaren juichten dat toe, maar alle andere Antwerpenaren stemden tegen - om redenen die my niet overtuigden.
De laatste nieuwe, hardnekkige roddel is nu, dat er op de site een wooncomplex gaat worden neêrgezet zoals aan het Militair Hospitaal. Niet slecht, maar hopelyk komt er dan ook een pin-automaat te staan, want integraal de buurt 2060 kan alleen maar pinnen in het ziekenhuis - is dat op zich niet totaal mesjogge? Met, vier jaar geleên, het verdwynen van de laatste gazettenwinkel, in de Kerkstraat, en, een paar dagen geleên, het opdoeken van Café De Reiger in de Pothoekstraat, is de klassieke Seefhoekenaar zyn wortels onderhand kwyt.
zaterdag 14 juli 2018
myn opdrachtgeefster in groningen, rolien scheffer
hier een zeer tof krantenverslag van het evenement;
https://slaggroningen.nl/verslag-een-plezant-huiskamerfeestje-vol-grappen-en-grollen/
hier een zeer tof krantenverslag van het evenement;
https://slaggroningen.nl/verslag-een-plezant-huiskamerfeestje-vol-grappen-en-grollen/
de next day
waren we ook nog eens live in de prinsentuin
zie achteraan moya, vooraan runa, rechts de wilde vriendin van moya...
zie achteraan moya, vooraan runa, rechts de wilde vriendin van moya...
state of being, 14 juli 2018
ik had een leuke bende photo's van onze doortocht in groningen met het "vlaamse dichterspodium" - maar precies dat die photo's er mail-gewys niet meteen doorkomen...
nu lig kik in m'n hotelkamer en mis ik myn gezin, vooral eigenlyk myn dochter, die me namelyk een heel lief briefje had meêgegeven - dat ik pas mocht lezen als ik ging slapen...
het is hier wel zeer fyn. de gig was ook buitengewoon goed, alle dichters waren op hun paasbest, de band swingde stevig, met een uistekende sound, en de samenstelling van het geheel was buitengewoon. het publiek ook zeer zinvol...
afterLink
van zodra je ergens één fan heb, mag je zeggen dat je daar een "fanbase" hebt. dus heb ik een fanbase in groningen, met dezerik, die myn miss piggy-gedicht zomaar uit zyn hoofd kent...
vrijdag 13 juli 2018
letterkundig essay door don vitalski
VLAAMSE DICHTERS VANDAAG
-dit is de uiterst uitgebreide "brochure-tekst" voor by het vlaamse dichterspodium, hetwelk ik voor vandaag, vrydag de 13e juli, mocht te zamenstellen, voor het jaarlykse gedichtenfestival in groningen.
Paul Snoek uit Sint-Niklaas is dood. De onvolprezen JMH Berckmans uit Leopoldsburg is dood. Leonard Nolens uit Missenburg leeft nog, maar kan moeilyk tot in Groningen geraken. Toch werd ondergetekende, Don Vitalski, het verzoek voorgelegd, op 13 juli 2018 een waarachtig "Vlaams dichterspodium" op touw te zetten. Er blyft krankzinnig veel keuze over, 's lands poëzie bloeit als nooit tevoren. Alleen al het tweemaal per jaar opduikende, Vlaamse poëzietydschrift Het Liegend Konijn laat iedere keer opnieuw mooi veertig dichters aan het woord - die telkens alle veertig minstens goed genoeg zyn om serieus te worden genomen. Inderdaad, daar zitten ook wel Nederlanders tussen... Maar die zyn nooit zo spannend als Vlamingen, by wie de verhouding geschreven versus gesproken taal veel meer complex is... Valt uit zo'n onoverzienbare weelde werkelyk een achttal dichters te selecteren, dat voor Vlaanderen representatief zou heten? Acht meesterdichters, nog nét iets boeiender dan de anderen? Natuurlyk, ziehier...
De in levensjaren gerekend jongste dichteres op ons Vlaamse podium is de sinds 1993 in Hasselt getogen Moya De Feyter, wier by momenten ronduit geniale verzen terecht reeds allerlei pryzen wonnen. Haar jonge leeftyd is van betekenis; op onze poëzieavond is zy tegelyk de meest meest zoekende, meest verwachtingsvolle stem in huis. In haar debuut getiteld "Tot iemand eindelyk", wordt het aardse paradys hooguit bedreigd door onophoudelyke roadkills, overreên slangen en doodgeklopte muggen, samen te vatten als volgt:"ik wilde een minnares zyn maar werd / een huilende eekhoorn in een doodskist". Binnen haar universum van "volmaakt gevouwen stapels kleren" komt een regel als "ik baar een kind zonder hoofd" byna té hard binnen, die zou je eêr verwachten in "Deze zachte witte kamer", het debuut van haar tien jaar oudere collega Runa Svetlikova uit Mortsel. Waar De Feyters zinnen vaak blootsvoets, want voorzichtig wandelen, schynt Svetlikova forser te stappen, in laarzen. Haar keiharde gedicht "Myn kind werd niet als sneeuw geboren" moet deel uitmaken van ons patrimonium:"Ze heeft myn ogen, zeggen ze (...) Je ogen zyn de som van / wat ermee gezien is. (...) ik zie godzydank in haar gezicht / myn ogen niet." Al kan De Feyter er ook wat van, byvoorbeeld in haar ode aan haar moeder:"ook de merrie van de buren / moest het veulen drie dagen schoppen voor ze het te eten wilde geven."
Een befaamde Nederlandse schryver-markies liet wel eens opgetekend worden dat als je alleen maar een dichter bent, dat je dan eigenlyk net zo lief dood kan zyn. Een verlossing uit dit onverbiddelyke inzicht zou misschien bestaan uit een herwaardering van het genre genaamd het 'lange gedicht', zoals dit in Vlaanderen obsessief werd bedreven tot in het begin van de 20e eeuw, en dat per definitie meer ruimte, meer aandacht eist. Delphine Lecompte uit Gent, niet officieel maar wel in praktyk nog méér dan Els Moors onze Dichteres des Vaderlands, schynt ertoe voorbestemd om die taak, 'lansbreekster voor het lange gedicht', op een dag nog op zich te zullen nemen, zo moeiteloos als haar verzen uitbreiden, nooit één moment om fantasmen verlegen. Haar nieuwste, alweêr zeer lyvige bundel, "De baldadige walvis", haar zesde op vyf jaar tyd, schynt nog meer hallucinatorisch dan haar voorgangers. Hier spreekt, kortom, een ras-dichteres, raadselachtig in haar totale gebrek aan terughoudendheid - daarin misschien alleen gelyk aan dichter Peter Holvoet-Hanssen, die ik ook graag had uitgenodigd, maar die was verhinderd. Terloops misschien vermelden dat dit genoemde Walvisboek van Lecompte ook een prys zou moeten krygen voor beste vormgeving van het jaar - dankzy de arbeid van Gert Dooreman, wie anders.
En dan nu een paar mannelyke dichters. Wat een beetje jammer is. Pas toen ik bezig was met programmeren, kwam ik tot het verpletterende inzicht dat op het moment, anno 2018, de meisjes bezig zyn, de jongens onder tafel te schryven.
Al staat daar wel op eenzame hoogte de gewezen Antwerpse stadsdichter Styn Vranken, oorspronkelyk uit Leuven, uniek om minstens drie reênen; 1. alle vyf zyn dichtbundels zyn erin geslaagd om helemaal uit te verkopen; 2. zonder zich te bezondigen aan de soms wat geaffecteerde podiumtruukjes van onze huidige, misschien wat overschatte generatie slam-dichters, weet Vranken zyn mild ironische toonaard als geen ander ook op dichterspodia tot leven te brengen, tussen zyn fyne gedichten door telkens een inleidinkje opdissend als zelfstandige miniatuurtjes, een Toon Hermans niet onwaardig; 3. één van zyn bundels is getiteld:"Wees gerust / maar niet hier."
Niet onvergelykbaar met Styn Vranken is de Gentenaar Christophe Vekeman. Eens dood en verast, zal Vekeman worden herinnerd als een romancier; zyn enige dichtbundel tot dusver, "Dit is geen slaapkamer meer nu", is misschien niet meteen een historisch onomkeerbare totaalbybel. Toch moét Vekeman op het Vlaamse podium present tekenen, namelyk omdat hy onderhand dringend, als auteur tout court, ook in Nederland minstens zo beroemd zou moeten worden als pakweg Dimitri Verhulst.
"zo is een gedicht een plek om zacht / in te wonen"; helemaal anders, want veel meer kwetsbaar en veel voorzichtiger dan Vranken en Vekeman, is de nu hard opkomende Max Temmerman uit Brasschaat (Brasschaat zynde een zeer ryke gemeente benoorden Antwerpen.) Zyn debuut werd terecht genomineerd voor de C. Buddingh'prys, maar dat hy die prys uiteindelyk misliep, is naderhand beschouwd niet integraal wraakroepend; pas in zyn zonet verschenen dérde gedichtenboek, "Huishoudkunde", schynt Temmerman zyn eigen, sensuele, vreemd kabbelende stemgeluid helemààl te hebben gevonden, in regels als deze:"De doden verlaten ons nooit. / Ze schepen in op een lange omvaart / met als bestemming de eindeloze deining."
Het is jammer dat er in Vlaanderen geen pryzen en zelfs geen subsidies worden uitgereikt aan dichters die alleen maar op het internet publiceren, zoals ikzelf. Google myn nederige naam, Don Vitalski, lees myn veelsoortige poëzie, en stuur meteen daarna uw protestbrieven naar onze federale overheid. Ook zyn er waanzinnig goede dichters die helemaal niét publiceren - wat dàt zen-boeddhistische genre betreft, is het op 13 juli alvast reikhalzen naar de komst van de tragikomische meesterdichter Johan Petit, in zyn fatale onschuld inhoudelyk vergelykbaar met Nescio. "weete wat / ik pak gewoon watdak kan krygen / ik pak het gewoon", schryft Petit zeer dapper. Hy is meer Vlaams dan de anderen en zyn onderwerp is obsessief betrokken op het moeizame overleven in Antwerpen, de volkse grootstad. "en zo / na verloop van tyd / komt die dan terug / terug naar huis / waardat niemand zegt / gy stinkt / waardat alleman zegt / gy / gy zyt van hier".
Een festival behoeft een hoofdact, een magister, en laat dat nu maar mooi, o vrienden van de poëzie, Benno Barnard zyn geworden - aldus: een Amsterdamse Engelander op het Vlààmse dichterspodium. In het Zuid-Antwerpen van de jaren negentig was Barnard nu eenmaal een decennium lang myn graag geziene buurman, gretig deelnemend aan het woelige sociale Vlaamse nachtleven. In zyn zopas verschenen, onnavolgbaar virtuoze dichtbundel "Het trouwservies", zyn tiende of elfde bundel, schynt Barnard meer speels dan ooit;"Ik ben een puber van zestig en myn gemoed (...) slaat vyftien / glazen achterover om een beetje te rymelen / en te zwymelen". Maar dat is een momentopname, in zyn geheel zyn deze gedichten weêr ongemeen ambitieus en gelukkig ook voortreffelyk. Laat ons hopen dat deze Vlaamse poëzieavond, waar de wereld zo naar uitziet, wordt afgesloten met, byvoorbeeld, Barnards huiveringwekkende gedicht "Het rendez-vous"; zo helder als een pseudo-anekdotische Eliot - maar zo toverachtig als een Borges in één.
Het kan niet anders of de Nederlanders zullen ons weten te pruimen. Zeker in de wetenschap dat deze avond muzikaal kracht zal worden bygezet door de Vlaamstalige swingband Veston - een revelatie zonder weêrga; vinnig, kwiek, lollig. Als ik het zelf voor het zeggen had, zouden we zo rap mogelyk terugkeren naar de tyd van Willem I, toen Vlaanderen en Nederland simpelweg één waren. Hoe mooi zou dat zyn, in deze tyden van kunstmatig aangestuurde verdeeldheid.
donderdag 12 juli 2018
postkaart
vandaag (donderdag) onze laatste dag in coo... jammer...
vrydag 13 juli presenteer ik het door myzelf samengestelde "vlaamse dichterspodium" in groningen; met;
moya de feyter
delphine lecompte
runa svetlikova
styn vranken
christophe vekeman
max temmerman
johan petit
benno barnard
en muziek van veston...
x
vrydag 13 juli presenteer ik het door myzelf samengestelde "vlaamse dichterspodium" in groningen; met;
moya de feyter
delphine lecompte
runa svetlikova
styn vranken
christophe vekeman
max temmerman
johan petit
benno barnard
en muziek van veston...
x
Abonneren op:
Posts (Atom)










































































