dinsdag 24 oktober 2017

ludwigs unterwegs


















begin deze mistige week
heeft er zich in uitgerekend de sint-augustinusgrot
in bazel
een archeologische vondst voorgedaan;

van myn eigen, felomstreden kabinet
wist niemand er iéts van,
er was niemand die er iéts van wist.

enkel myn persoonlyke begeleider,
met wie ik daags tevoren
tezamen was in het koffiehuis,
in het jachtdorp,

sprak my er op goed geluk over aan,
die morgen -

en wel degelyk werd ik toen onverhoeds
een sensatie gewaar,
die my beving;

er 
“stond iets op til…”

en zelfs wist ik my ertoe gedreven
om voor myzelf
desnoods in een schouwburg

het juiste deel van het applaus
te zullen gaan opeisen -

op
het juiste moment.

voorlopig, om geen aandacht te trekken,
knikte ik wie my passeerde glimlachend toe.

want ik wou dat iemand anders keizer was,
en niet ik.

ik wou dat ik iemand anders
om amnestie kon vragen - en niet andersom.

---

maar, zeggen nu myn adviseurs:
er had zoveel méér in gezeten!!

wat heb je gedààn -
er
had zoveel méér in gezeten!!

terwyl juist zyzelf
van niks wisten!!

van niks, niks, niks!!

dat was een keerpunt voor my...

de meerderheid van myn ministers veroorlooft zich intussen
een soort klassiek ballet
waarby zy, als dansers, mekaâr vermyden.

en zelf durf ik amper nog buiten te komen.
diep in- en weêr uitademend, wandel ik
langs oude schilderijen

en druk nu ieder halfuur
de dolk een beetje dieper in my.