zaterdag 27 november 2021

gast-auteur

PORTRET VAN DE AARDBEIENPLUKSTER

ALS EEN JONGE VROUW 

 

door Robertus Baeken, vanuit de aardbeienvelden






127.
In plaats van de doodsteek dat een eerlijk antwoord haar had kunnen geven, indien zijn verdenking juist was geweest, voelde Mieke zich door dit ontwijken onbillijk beschuldigd. Maar zij was niet bang. Na alles wat ze had doorgemaakt, - en in een flits beleefde ze opnieuw de laatste avond in de kattenschuur, zoals ze radeloos en ten einde krachten, naakt voor de ouwe, maar met grote tederheid haar ondergang had overleefd, - deed zich in haar opeens de blinde drang gewaarworden om zichzelf nog een laatste keer te slachtofferen. In het besef dat het verkeerd zou zijn iets van Martin te verwachten, - zij durfde aan zichzelf eindelijk toe te geven dat zij allang in stilte op hem verliefd was en dat ze gerekend had op een aanzoek of iets dergelijks, - deed Mieke een uitval. Het had iets van een wanhoopsdaad als middel om hem op de proef te stellen. ‘Ik weet wel: jij hebt het over mijn verhouding met Niessen,’ zei ze met een koelheid, die hem wel moest raken. ‘Maar dat zijn uiteraard mijn zaken!’

   ‘Het is dus waar?’ Martin kreeg het nauwelijks gezegd. Hij slikte droog, of zijn tong hem lelijk in de weg zat.

   Nu Mieke zag dat zij hem zo hevig had doen schrikken, kreeg ze medelijden. ‘Ben je mal? Niessen is een vreselijke haan. Geloof me, als hij tegen je bij een potje biljart het loodje legt, vindt die vent wel iets anders om het alsnog van je te winnen. Niks dan blufpoker!’ Zij liet zich met een lachje achterovervallen. Haar handen steunden het hoofd.

   Martin had een kiezeltje gevonden. ‘Ha, jij weet het… van de biljartclub?’

   Tussen haar halfgesloten oogleden volgde ze de bewegingen waarmee hij het steentje telkens opgooide en in één haal weer uit de lucht graaide. Hij heeft iets te zeggen, dacht Mieke, maar hij zal er niet mee voor de dag komen, ook al zitten we hier nog een eeuwigheid samen. Dadelijk ga ik naar huis om nooit meer terug te keren. Beseft hij dan niet hoe hij me voor schut zet?

   Met zekere nonchalance, alsof zij zich er niet van bewust was dat ze iets onbehoorlijks deed, trok zij haar knieën op, zodat de zoom van haar jurk halfweg naar beneden schoof. Natuurlijk was het Martin niet ontgaan. Van zijn stuk gebracht, keek hij de kant op vanwaar hij verwachtte dat zijn broer zou komen. Voor Mieke maakte het niets uit wie er op de proppen kwam. Zij herinnerde zich weer de verrukkelijke, bijna zwevende momenten bovenop de rug van zijn paard, toen de indiaan haar ondanks zijn ruwe bast, had laten zien ook teder te kunnen zijn.

   ‘Je doet raar, Martin! Zie je niet, ik wil graag een zoen!’

   Alsof hij haar ontblote knieën nu pas als een uitnodiging verstond, kwam hij over haar heen kruipen. Mieke sloot haar ogen. Maar in plaats van de verwachte zoen, voelde ze zijn koortsachtige handen, die haar slip langs weerszijden naar beneden trokken.


WORDT VERVOLGD...

Geen opmerkingen: