zaterdag 10 januari 2026

state of being, 10 januari 2026

die autobiographie van marc lenagan nu eindelyk uitgelezen. nooit eerder is myn zicht op een bepaald artiest na het lezen van diens biographie, zo dràstisch getransformeerd geworden.

de inhoud van dat boek, voorts, is zo verontrustend, dat het je al byna niet meer zou opvallen hoe opzienbarend dit stuk proza ook stilistisch wel niet is, hemingway 2019.

maar: egotische verhalen die gewoon maar "waar gebeurd" zyn, dingen niet meê in de draaimolen van litteraire pryzing. hun inhoudelyke dringendheid is zo groot, dat hun vormelyke verdiensten erdoor worden verdonkeremaand. wat ook goed is.

door omstandigheden waar ik hierzo niet dieper op in kan gaan, ben ik vandaag en vannacht aan het doorkauwen en doorkauwen op een vraagstuk - met name, de zeer precieze onderscheiden tussen "betrokken" en "verantwoordelyk" en "schuldig" - op zo'n manier, dat ik nu eigenlyk eventjes, ergens, door een hoog venster zou willen springen - om er gelyk helemaal vanaf te zyn.
    dat is echter maar een phrase, ik wil blyven bestaan, alleen al om myn naasten te dienen.
    mensen helpen, is iets dat helpt tegen depressie.
    enfin, niet tegen clinische depressie, natuurlyk.

je krygt een budget. dat ziet er flink uit, yeah! je gaat aan het organiseren, komt goed - en ineens: je eindigt zelf onderaan. je bent gierig - en toch eindig je onderaan. je neemt je voor, dit de volgende keer zeker nooit meer opniéuw voor te hebben. 

mollie naar eksel gereden, iets voorby leopoldsburg. daar zit zy, myn dochter dwz, nu op toneel-camp. nu dat weêr, inderdaad. van het internaat naar het camp. maar dit soort ritten, die zich aan een hoge frequentie voordoen, brengen ons tegelyk ook wel dichter by mekaâr. er deemstert een volwassenheid door haar, waar ik van byleer. "na negen uur savonds, mag jy voortaan geen koffi meer drinken!" aanzie helder de contouren van myn eigen, onnozele, onbeholpenheid. 

zie het syntactische verschil en daarvan de verschillen in betekenis: "myn eigen, onnozele onbeholpenheid" versus "myn eigen, onnozele, onbeholpenheid."
    in die eerste phrase, is dat "onnozele" een definiërend iets: "myn eigen, onnozele onbeholpenheid." in die twee zin, is dat onnozele iets dat voorbykomt, een ingeving, meer improvisoir en veel minder definiërend; "myn eigen, onnozele, onbeholpenheid." doordat ze niet wil definiëren, is ze meer teder, en daarom meer geschikt in deze context, die over emotie gaat.

zoals jullie weten, nader ik de voltooiing van myn stuntgedicht "de vereeuwigde lotus" - dat, alles byeen, hardop gedicteerd, één uur voortduurt; daar ben ik, zoals jullie weten, al drie jaar lang dagelyks aan bezig; nu heden bemerk ik, lezers, hoe er zich, in de voorlaatste alinea's van dit geheel (de laatste zyn al klaar), ineens sneeuw wil voordoen - niét omdat het zo geconcipieerd werd, doch gewoon maar alleen, tot myn schande, doordat het buiten, actueel, toevallig werkelyk aan het sneeuwen is, meer niet. dus het sneeuwt in myn gedicht: doordat het buiten nu toevallig aan het sneeuwen is. dat schynt dé definitie van amateurisme.
    maar - het is niet anders.
    ergens zou het ook amateuristisch zyn om my daartegen te verzetten.

Geen opmerkingen: