donderdag 17 september 2020

gast-auteur

HET GEVAAR LOERT IN MOMBASA


van onze correspondent in de jungle robertus baeken

aflevering 13

wat voorafging: Geïnspireerd door een beroemd ontdekkingsreiziger besluit onze held een in Afrika vermiste landgenote op te sporen. In Mombasa komt hij in contact met de Swahilisprekende Duvel, die hem, met zijn veertigkoppige expeditie, zal vergezellen door de jungle.



Duvels humeurige aanwezigheid werd pas minder onaangenaam toen hij ’s avonds een schoon hemd aantrok. ‘Jij had buiten Waldteufel nog andere muziek geloof ik, - niet?’

   ‘Jazeker! Van Franz Schubert nog wel. Het overbekende lied: Der Lindenbaum.’

   ‘Laat horen!’

   Met de woorden: ‘Je moet er wel van houden, natuurlijk!’ liet ik de muziek uit de hoorn klinken.

   Tijdens de zwanenzang ontstond een langdurige stilte waarbij ik me nieuwsgierig afvroeg of Duvel het deftige en hoogromantische lied wel op prijs kon stellen. Toen de klank van de begeleidende piano als laatste wegdeemsterde, begon hij over heel iets anders. ‘Je kijkt de hele tijd als een verliefd kalf! Heb je die jonge vrouw waarnaar jij zo naarstig op zoek bent, al eens gezien?’

   ‘Natuurlijk! Van Damme gaf me haar foto. Hoe zou ik haar anders herkennen?’

   ‘Laat me kijken!’

   

Daar het om een groepsfoto met vijf jonge meisjes ging, was ik hem wel enige uitleg verschuldigd. Dat ze er stuk voor stuk zeer appetijtelijk uitzagen, hoefde niet gezegd. ‘De familie Jansen. Links beneden zit de moeder. Clara is de jongste en ook de meeste opvallende. Zie, zij draagt een witte, geplisseerde tuniek! Onder haar buste zit een parelketting.’

   ‘En wat een lange oorhangers! Ja, ik herken haar! Zou ze een beetje gek zijn of zo?’

   Volgens mij had Duvel het vooral over haar spottende mond, haar vranke, uitdagende blik. Ik vatte die kenmerken eerder op als verborgen kwaliteiten waar een botterik als hij nooit een sikkepit van zou begrijpen, precies zoals hij om dezelfde reden altijd in het duister zou tasten waarom een kerel als ik op ’n goeie dag voorgoed de brui kon geven aan een behoorlijk betaald baantje als boekhouder.

   Duvel knikte. ‘Ik heb dat kind een week voor haar vertrek ontmoet. Zij heet nu Jane. Wilde volledig komaf maken met haar verleden. Geloof me, ik weet alles over haar. En daarom zeg ik: kijk niet als een verliefd kalf. Pas op je tellen! Ze is gek.’

   ‘Dat wordt van mij evengoed gezegd!’

   ‘Twee gekken dus! God weet passen jullie dekseltje toch wel op elkaars potje. Want zoals jij beweert: de ene gek is de andere niet.’

   Hoofddrager Bobo riep ons in het Swahili. Dat het vlees op de barbecue gaar was, hoefde hij niet te vertellen. De heerlijke geuren waren allang tot bij de tent doorgedrongen. 


WORDT VERVOLGD...


Geen opmerkingen: