Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht column streekkrant. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht column streekkrant. Sorteren op datum Alle posts tonen

zaterdag 26 oktober 2019

column streekkrant kempen / antwerpen




EINDE

Op woensdag 27 januari van het jaar 2010 schreef ik myn eerste column voor de Antwerpse editie van wat toen nog "De Streekkrant" werd genoemd. Zo ben ik dit gazetje trouwens àltyd blyven noemen, met de naam "Streekkrant" wist je beter waar je aan toe was. Geen controversiële politieke stellingnames, waar je sommige adverteerders mee tegen de borst zou hebben gestoten, en ook geen wereldnieuws over olietankers in de Golf van Perzië. Alleen maar eenvoudige, eerlyke berichtgeving over restauratiewerken aan de Kathedraal, over een spookryder in de Klappeistraat, over een optreden van een lokale doedelzak-groep in café De Cabron. Dat was myn onderwerp, punt uit. En daar was ik erg bly om ook. Columnisten die voor de zogeheten "gerenommeerde pers" schryven, zyn verplicht om eigen, gedurfde standpunten in te nemen, en die krygen dan kwaaie lezersbrieven op hun dak, waar ze dan opnieuw op moeten reageren. Dit kan niet goed zyn voor je hart. En de authenticiteit van zo'n debat is in de grond toch fake; uiteindelyk wint de broodheer. De macht van een columnist duurt maar net zolang als zyn opdrachtgever het wenst.

Vanaf 25 oktober 2013 schreef ik bovendien ook aparte columns voor De Streekkrant van de Kempen, wat maakt dat ik hier, alles bij elkaar genomen, exact mooi 760 columns bijeen creëerde. En ja: deze bezigheid was tot een tweede natuur voor me geworden... Dus inderdaad: wel zeker ga ik dit missen. En vooral zal ik jullie nu missen, lieve lezers. Ook voor De Morgen en voor Gazet van Antwerpen heb ik ooit mijn pen mogen slijpen - maar van De Streekkrant kreeg ik altijd, wonderwel, tiendubbel zoveel lezersbrieven binnen. Oprechte dank daarvoor! Als God het wil, komen mekaar zeker nog wel eens tegen... 


woensdag 26 maart 2014

column streekkrant editie antwerpen dees week


IVO VICTORIA

Alwéér Een Boek Over Het Zuid

Het leven van een waar Antwerps Nachtburgemeester gaat niet over rozen. Je mag wel overal gratis binnen, en liefst op de eerste rij zelfs, maar als je tijdens een voorstelling terug weggaat, wordt dat gezien als een daad van arrogantie. Alles dat je doet, heeft het karakter van een statement. Zo was ik vorige week op het maandelijkse festival genaamd "De Sprekende Ezels" in het geweldige café Kiebooms op het de Coninckplein. Na een kwartiertje reeds, werd ik echter weg getelefoneerd. Welnu, de gehele week lang kreeg ik haatmails van alle artiesten die op dat ogenblik nog moesten gaan optreden. Ze dachten dat ik was weggelopen: speciaal om hén niet bezig te moeten zien. Dus ja, vaak heb ik echt wel een zeer moeilijk leven. En jawel: bijna àlle mooie vrouwen willen quasi gratis met mij naar bed - maar de volgende morgen blijkt dan steeds dat ze nog ergens een agressief vriendje hebben zitten, zodat ik opniéuw op de vlucht kan. Kortom: een Nachtburgemeester voelt zich, terecht, wel eens onbegrepen.

Eergisteren was het overigens ook weer zover. De laatste jaren lees ik eigenlijk alleen nog maar De Streekkrant; met De Streekkrant weet je tenminste zéker dat de berichtgeving authentiek is, de redactie sympathiek en zelfs het drukwerk tot in de kleinste details helemaal artistiek. Toch was er mij ongewenst nog eens een àndere krant in de handen gevallen, De Standaard, welk onding ik weinig waardeer, omdat ik de columnist Marc Reynebeau een naar omhoog gevallen kwal vind, maar goed, zijn collega Tom Naegels lust ik dan weer wél, of toch alleszins enigszins.

En ziehier: op bladzijde dertig kwamen we een bespreking tegen van het nieuwste boek van de naar Amsterdam uitgeweken Sinjoor Ivo Victoria. Zijn roman is kwestie werd getiteld "Een Dief Van Vuur", en heeft als onderwerp: het Antwerpse Zuid ten tijde van de roemruchte jaren negentig. Uiteraard kom ik in dit boek, naar ik uit De Standaard kon opmaken, veelvuldig aan bod; dat bestaat niet anders, want in de jaren negentig wàs ik het Zuid. Ik had een relatie met Ann Piérlé, An Miller en Tine Reymer, deed optredens met Tom Van Laere, Mauro Pawlowski, Bent Van Looy en Peter Van den Eede, en ik ging nooit slapen behalve in Café De Scène, De Nieuwe Linde, Het Quadrivium, De Pacific en/of het Papegaaike. Kortom: hiér liggen mijn wortels als Nachtburgemeester. En dat werd in dat artikel in die stomme krant dan ook wel bevestigd. Maar op het einde zei de redacteur:"Dit is het eerste boek ooit over de Antwerpse jaren negentig,"- en die opmerking doet pijn, want vier jaar geleden publiceerde ik een 600 bladzijden tellend naslagwerk over dit onderwerp. Dat boek heet "Ik Slaap Als Een Croissant", en er werden 7.000 exemplaren van verkocht. Vandaar: alleen in De Streekkrant lees je dingen die écht waar zijn!

zondag 19 juni 2022

rip

steady eddy is gestorven.

grasduinend door myn blog, kwam ik onderstaande column tegen, geschreven voor de streekkrant, in october 2015. eddy speelde daarin geen hoofdrol, maar goed: hy kwam er toch in voorby.
    de folkore en het provincialisme in dit tekstje zyn een beetje kinderachtig - maar goed: het was dus voor de stréékkrant.
    (ik schreef ook wel eens een column die helemààl over eddy ging, en waarvoor hy my 2 decennia lang is blyven bedanken - maar die vind ik nergens meer.)



_______________


DIKKE NEK! (column streekkrant 7/10/22)

Een paar dagen geleden zat ik met een goeie vriend in het lauwe herfstzonnetje op het terras van café De Muze - een van de beste staminees van 't Stad, de plek werd failliet verklaard maar de diensters en kelners ter plekke, hebben gelijk hun krachten gebundeld, om deze legendarische zaak toch nog voort te zetten. In feite zou De Muze, waar zoveel geschiedenis aan hangt, gesubsidieerd moeten worden!

In ieder geval: ik had die vriend met wie ik was, al een tijdje niet meer gezien - al is hij uit het straatbeeld van deze regionen niet weg te branden: de straatzanger Steady Eddy, je kent hem, de meest getrouwe straatzanger van allemaal, al dertig jaar lang bij iédere temperatuur met zijn gitaar rond zijn nek van de partij. De tequila's smaakten ons uitermate goed, en voor het eerst sinds lang voelde ik mij nog eens "in mijn nopjes", zoals dit heet. Wat uitzonderlijk is, want als Antwerps nachtburgemeester màg ik mij eigenlijk niet goed voelen; telkens wanneer ik glimlach of lach, is dat een belediging voor alleen al de Antwerpse daklozen, die het iedere dag alsmaar moeilijker krijgen om de eindjes nog aan mekaar te knopen. En toch, ik zei het hem zelfs hardop:"Eddy, ik ben precies effenaf gelukkig vandaag!"

Precies op dit moment kwam daar, vanuit de Handschoenmarkt, een kaalhoofdig, nors ogend man voorbij gestapt. Ik had die vent nooit eerder gezien, maar toch keek hij me scherp in mijn ogen aan. En dan sprak hij opeens, luid en helder:"Dikke nek!" En liep weer voort...

Dat hij dit letterlijk bedoelde, is praktisch onmogelijk, want toevallig sta ik, zuiver fysiek, eigenlijk bekend als één van de dunste nekken van heel Antwerpen. Daar kan je met een duim en een wijsvinger omheen. Dus waar kwam dit vandaan? Ik begreep er niks van. Helaas zit de wereld zodanig in elkaar, lezers, dat slechte ervaringen zwaarder op ons doorwegen dan toffe ervaringen. Dus: voor de rest van de dag verviel ik in een somber, droevig gepeins. Misschien had die kerel gelijk, misschien was ik écht een soort rotzak? Op het eind van de lange dag kwam ik bij mijn lief, ik vroeg haar:"Vindt gij mij een dikke nek?" "Een dikke nek?" vroeg ze meteen. "Da's nog zacht uitgedrukt!"

Maar: intussen heb ik toch weer troost gevonden, en wel in het bijzonder bij deze gedachte: die kale voorbijganger, dat moet een Brabander, een Oost-Vlaming of een West-Vlaming zijn geweest. Want voor mensen uit dié streek, heet iederéén die in Antwerpen woont een "dikke nek". Precies zoals ze daar ook altijd denken dat wij alles dat buiten Antwerpen ligt, als "één grote parkeerplek" zouden aanzien. Da's helemaal niet waar, wij zijn erg vriendelijk, maar zij daar, in Leuven, Niewpoort en Gent, zij daar zitten zélf met een minderwaardigheidscomplex. Dus ja: laten wij, Sinjoren, die scheldterm, "Dikke Nek", als een geuzennaam omarmen.

En toch, toch ben ik nog altijd kwaad op die man...

maandag 28 augustus 2017

column streekkrant - editie kempen

(dit is blykbaar myn 200e column voor de kempische streekkrant.) (de antwerpse editie zit ongeveer op het dubbele...)


MAISVELDEN

Pas was ik nog eens in Essen, waar mijn grootmoeder langs moeders kant vandaan komt, en die overigens, met haar kranige 94 levensjaren, nog steeds zeer goed kan koken. Ik hou zeer veel van deze landelijke gemeente, Essen - een zeer eigenzinnige plek; het doet er Kempisch aan, maar het ruikt er naar Antwerpen vanwege het naburige Kalmthout, dat sinds jaar en dag een uitzonderlijke goede treinverbinding met Antwerpen heeft. Maar vooral is Essen exotisch, doordat het langs drie kanten door Nederland wordt omringd.

Ditmaal ging ik er met mijn kinderen naartoe, die persé wilden deelnemen aan de jaarlijkse maisdoolhof aldaar, op het prinsheerlijke recreatieterrein Bosrust. Ik moet eerlijk zeggen dat ik voor deze excursie niet echt stond te springen, namelijk omdat ik van maisvelden soms een angstaanval krijg. Toen ik nog een kind was, ben ik wel eens verloren gelopen in een tamelijk omvangrijk maisveld in Gierle. Wat nog lang niet zo erg is als je weg kwijtraken in een Canadees maisveld! In Canada zijn er maisvelden die even groot zijn als één reusachtige, Vlaamse stad; een paar keer per jaar gebeurt het, dat een roekeloos kind daar verstoppertje in gaat spelen; dat kind vinden ze nooit meer terug, ook niet met helicopters; het verhongert, of wordt opgegeten door een coyote. Dit soort horror was in Gierle niet aan de orde! Toch schrok ik mij die dag, als achtjarige snotaap, een bult. Ik was al een tijdje aan het rennen, ik vond mijn weg niet meer en geraakte in paniek. Toen stond er plotseling een kereltje vlak voor mij, van precies mijn leeftijd, in precies eenzelfde korte broek. “Hoe geraak ik hieruit?” vroeg ik hem. “Ik weet niet,” sprak hij terug. En we gingen ieder ons weegs. Nadien heb ik dat ventje nooit meer gezien, maar nog altijd word ik soms wakker in het midden van de nacht - wie was die jongen? Zou 'ie nog leven? Had ik hem niet moeten redden, toen mijn vader mij daar eindelijk was komen vinden?


Nee, ook in dat doolhof in Essen heb ik, door deze herinnering, weer afgezien. Mijn Oma heeft gelijk: volgende keer kan ik maar beter, het laatste weekend van augustus, in Essen meedoen aan de zogenaamde “Pruuverkes-route”, een fietstocht van 15 kilometer - met om de haverklap een tussenstop om wat bij te drinken!

zondag 19 mei 2019

column streekkrant editie kempen

BELS LYNTJE

Vorige week hadden we het in "De Streekkrant" over het belang van de Steenweg Op Ravels, dé Brooklyn Bridge van de Kempen, maar meteen daarop werden wy bedolven onder boosaardige lezersbrieven:"En het Bels Lyntje dan!!" Bezwaarlyk kunnen wy hier àlle Kempische doorwegen nader belichten - maar het is waar: het Bels Lyntje, dat min of meer evenwydig loopt met de Ravels Steenweg, is toch echt wel één der zeven wereldwonderen. Ik weet het niet zeker, maar volgens myn Nonkel Charel komt de naam "Bels" van het dialect voor "Belgisch", zoals ook te horen in grappen als "Er waren eens nen Ollander en nen Bels". In ieder geval trok het Bels Lyntje ooit, sinds eind 19e eeuw, een mooie, ambitieuze spoorlyn van Turnhout naar Tilburg en terug. Inmiddels zyn die vele rails en bilzen door een prachtig fietspad vervangen, een van de allereerste fietsostrades ooit, maar het toffe is dat er vandaag de dag nog overal restanten van die treincultuur te bezichtigen vallen. Om de zeventien landmyl passeer je seinwachtershuisjes, by Weelde-Statie zie je nog overblyfselen van de eens zo statige locomotief-loods - mét draaischyf! En wie langs het Bels Lyntje doorfietst tot Baarle-Nassau, steekt in één ruk maar liefst negen keer de grens over - een absoluut wereldrecord! Toevallig heeft uitgerekend zopas nog, Turnhouts schepen van cultuur Astrid Wittebolle de nieuwste plannen voor het Bels Lyntje bekend gemaakt; nog meer aandacht voor het spoorverleên, byzonderlyk aan de voormalige Yzeren brug over het kanaal, en mogelyk zelfs van Turnhout tot Tilburg één lange kabelbaan. Voor de uitkyktoren te Merksplas wordt overwogen, een benjispring-punt op touw te zetten.

woensdag 4 november 2015

column streekkrant editie antwerpen





TRIOMF OP LINKEROEVER

De grote genoegens in het leven worden ons bijna allemaal verboden. Daarom is het ook niet meer dan logisch dat we nooit eens mogen fietsen in de Voetgangerstunnel. Hoewel er elders in de stad nergens zo'n effen fietspad voorhanden is. Eigenlijk zou er hier zelfs een halfjaarlijkse officiële koers moeten worden georganiseerd. Zo overdacht ik een paar dagen geleden nog, toen ik met m'n goeie vriend Jo Jespers naar Linkeroever fietste voor een trompetrepetitie.

U las het goed: een trompetrepetitie. Alle muzikanten in Antwerpen weten hoe moeilijk het is om een locatie te vinden waar zij hun muzen de vrije loop kunnen laten. Pianisten van het Conservatorium spelen met een hoofdtelefoon, speciaal om hun onderburen te sparen. Jonge rockgoden betalen zich blauw aan de repetitiekelders van het ver afgelegen Trix. En Jo Jespers speelt trompet ongeveer zoals zijn oud-oom , de Antwerpenaar Henri-Floris Jespers het zou hebben gedaan. Dat wil zeggen: behoorlijk experimenteel. De eerste keer toen hij op zijn appartementje in de paleisstraat zijn koperen blaastuig tevoorschijn haalde, stond daar dadelijk - letterlijk - de brandweer voor zijn deur. Voorbijgangers op straat hadden die er bijgehaald.

Met deze mooie nazomer pleegt Jo Jespers zijn trompet daarom op zijn rug te dragen, om zo naar de meest noordelijke kant van Linkeroever te fietsen. Het eenzame, meest romantische bos van Antwerpen (kort achter Sint-Anneke) ruimt er nederig plaats voor onbetreedbaar, maar gelukkig ook geruisloos industrieterrein. Daar gaat hij fors op een stukje rots boven het vlakke water staan. Soms speelt hij twee uur lang niets anders dan experimentele toonladders. Met een indrukwekkende echo hoor je ze weerkaatsen vanaf de overkant, in huiveringwekkende verlatenheid. "Ja," zo besloot hij. "Speciaal om niemand lastig te vallen, moet ik twee uur per dag fietsen, vooraleer ik trompet kan spelen."

Hij heeft nochtans niet te klagen. Columnisten zijn ook maar gefrustreerde "muzikanten" op zoek naar een plekje. En nooit zullen hun stukjes, zelfs niet die voor De Streekkrant, hoe ijverig geschreven ook, zo'n uiterst verpletterende macht kunnen uitoefenen op Antwerpen City als de trompet van Jo Jespers. En bovendien geniet hij daar ook wel een zeer prachtig uitzicht. Zoals de voormalige eigenaar van café De Nieuwe Linde, de naar Luxemburg uitgeweken schrijver/auteur Luc Huybrechts, broer van Carl, dit ooit wel eens formuleerde, omdat zijn eigenste vader toen naar Linkeroever verhuisde:"Je moet op de lelijkste kant gaan wonen - om de schoonste te kunnen zién!"  

zondag 15 mei 2016

column streekkrant - editie kempen

PADDENKULLEN

Ik vraag mensen nooit om hulp, ik betààl liever voor een verhuisploeg of voor een tuinman, en dat heeft één goede reden: ik wil ook niet zélf worden opgetrommeld om by Jan en Alleman het onkruid te komen wieden, te pas en te onpas. Niet dat ik een luierik zou wezen, maar anders is het altyd wat, en myn dagen zyn te kort. En toch: het voorbye weekend ben ik toch by vrienden op een ladder gaan staan, teneinde daar de zogenaamde blauweregen van de muren te helpen trekken. Klimop is altyd erg mooi - voor héél even; daarna vreet het je hele huisbouw aan.

De reden waarom ik nu toch wél ging, had veel te maken met het feit dat deze vrienden woonachtig heten in de zwaar onderschatte gemeente Grobbendonk. In Grobbendonk wonen maar 7000 mensen, maar ik ken ze byna allemaal. En dat komt dan weer omdat ik daar met veel plezier aan de oevers ga zitten van de Kleine Nete. De kracht van de Kleine Nete, bestaat hieruit: zy neemt het over van de ziekelyke, dunne, onuitstaanbare rivier genaamd de Aa. Van alle waterwegen, Kempische kanalen en Vlaamse binnenzeeën vind ik de Aa de aller-ergste. Toen ik een bengel was van een jaar of zes, ging ik eens spelen met vrienden in Gierle - ze kwamen iedere woensdagmiddag samen in "den Hof van de Pastoor". Later op de middag, terwyl het begon te bewolken, vroegen ze my of ik zin had om naar een bende "paddenkullen" te gaan kyken, zynde het Kempisch voor kikkervisjes. Als aanstaand Nobelpryswinnaar in de biologie kon ik daar geen neen tegen zeggen. Dus wy op onze BMX'en, tien minuutjes fietsen naar de soppige, ondiepe Aa. Myn vriendjes lieten het aan my over om die paddenkullen te vangen, in myn brooddoos, maar daarnà werden ze actiever: één van ze ging op myn borst zitten, twee anderen hielden myn armen vast - en de vierde kneep eerst myn neus dicht, en stopte my vervolgens de ene dikke paddenkul na de andere in myn mond. Nog terwyl ik die arme, walgelyke beestjes min of meer doorslikte, dacht ik gestreng by mezelf:"Wacht maar, jongens! Ooit, binnen een jaar of veertig, ga ik een gevierd schryver worden by De Streekkrant - en dàn zal dit onrecht aan de zéér grote klok hangen!" De boosdoeners heetten Erik Sips, Peter Maes, Jan Vander Eycken en Gert Dekelver...

Dus dààrom ga ik graag naar Grobbendonk; de Aa houdt daar op met bestaan. De Aa is maar een samenvloeisel van een paar hopeloze plassen en beken, in de Liereman, Arendonk en Ravels: de Wouwerloop en de zogenaamde Nattenloop - welke rivier wil er nu "de Nattenloop" worden genoemd? Een mens krygt diaree als hy eraan denkt… De Kleine Nete is zoveel meer edel! 44 kilometer lang, voerende van Retie naar Lier - jawel: de Kleine Nete is de Ganges, de Nyl en de Huang-Ho van de Kempen!! 

donderdag 10 november 2016

column streekkrant editie kempen

DIERENBEULEN

Naarmate de feestdagen naderen, is er altijd gigantisch veel te doen in Kempenland. De geïnteresseerde wereldburger wordt er bijna angstig van, niet wetende waar hij éérst naartoe moet. Alleen al het vorige weekend... Op één en dezelfde dag zakten er minstens twee van 's lands meest gerenommeerde comedians naar ons af; de altijd erg sympathieke Nigel Williams kwam sfeer scheppen in de spiegeltent op het Dorpsplein in Olen, de arrogant geboren Jeroen Leenders deed hetzelfde maar dan in Jeugdcentrum 2200, op de Grote Markt in Herentals. Kempenaren boven de dertig gingen naar Nigel, Kempenaren onder de dertig naar Jeroen (ik ben blij dat ikzelf wel boven de dertig ben…) In het heemerf aan de Waaiberg te Kasterlee dan weer, vierde, ook nog eens datzelfde weekend, de zeer aantrekkelijke Vlaamse folkgroep "Tefrent" zijn tienjarige bestaan, voor een afgeladen, geestdriftige tribune.

Die naam, "tefrent", verwijst overigens naar een zéér boeiend Kempisch dialectwoord. "Tefrent" wil zeggen "anders, verschillend"; en inderdaad wordt het om de honderd meters op een andere manier uitgesproken. In Lommel, Diest en Wuustwezel zeggen ze "tefrent", maar in Tunrhout hoor je het vaker uitgesproken als "tefrengt", dus met die typisch Turnhoutse "-ng" achteraan. In Balen zeggen ze "Tefreint", in Aarschot "trofrent". Alleen in Mol kan je nog horen waar het woord vandaan komt, en hoezeer het aan het Engels gelieerd is; de echte Mollenaar zegt "differijnt". Dus allemaal tefrente manieren om hetzelfde te bedoelen!


De grootste drukte beleefden we het voorbije weekend evenwel in mijn geboortedorp Vosselaar. Al waren de Messentrekkers, zoals de Vosselarenaren heten, nog maar amper bekomen van het Halloweenfeest op de Konijnenberg, toch doken, achter het gemeentehuis, de scouts van Vosselaar weer in hun alom gevierde smoutebollenfeest, voor het vijftigste jaar op rij. En toch, beste lezers van De Streekkrant; al dit veelzijdige entertainment in alle windrichtingen ten spijt, toch moeten er ook hier, klaarblijkelijk, afschuwelijke slechteriken blijven bestaan, voor wie een optreden, een feest of een beignet niet voldoende is. Vorige week dinsdag is er in datzelfde Vosselaar, op de wei aan de Kriksenstraat, een koe doodgeschoten, een hoogdrachtig prachtexemplaar van het ras Blonde d'Aquitaine. Eerst werd het geschoten tussen haar poten, daarna nog een tweede keer, in haar kop. Geen betoog hoeft het, wat voor een uiterst laffe, lage, schandelijke en misselijke wandaad dit is. Laat ons hopen dat dit niet werd gedaan door diezelfde flauweriken die beweren dat het gat in onze ozonlaag voor vijftig procent zou worden veroorzaakt door de flatulentie van onze veestapel. Laat ons hopen dat déze misdadigers tegen de lamp lopen en het gevang in vliegen.

donderdag 18 september 2014

column streekkrant editie kempen


WEELDE-STATIE

Ik voel mij, als wekelijks auteur in deze legendarische Streekkrant, een beetje schuldig, namelijk over het feit dat, van alle Kempische gemeenten, het flink onderschatte zogenaamde "Weelde-Statie", nog nooit eerder in deze columns ter sprake is gekomen. Welke gemeente, pas op, zéker niet valt te verwarren met Weelde zelf! Zoals de Schotten eens zullen losscheuren van de rest van het Verenigd Koninkrijk, of beter zoals de Basken vanaf 2019 niet meer bij Spanje zullen horen, en zelfs Vlaanderen (God weet) ooit zal losscheuren van Wallonië, zo kwam, als pionier in separatisme, in 1977 reeds, Weelde-Statie helemaal los van het imperium Weelde zelf. En terecht! Hoewel de gemeenten strak tegen mekaar aan liggen, zijn de verschillen onderling gigantisch. Een Weeldenaar is doorgaans groot, blondharig, intelligent maar traag van begrip; de Weelde-Stationaar daarentegen, is vaak eerder klein van gestalte, eerder bruin- of zwartharig dan blond (en vaak ook wel met donker geverfd krulhaar onder de oksels), en buitengewoon clever. Deze verschillen hebben aannemelijk een klimatologische oorsprong. In Weelde regent het praktisch het hele jaar door, zodat de mensen zich daar moeten voortbewegen als vikingen op zee; in Weelde-Statie dan weer, is het altijd zonnig, zelfs met Kerstmis. Héél soms regent het daar toch wél, maar dan is dat daar gelijk reden om een feestje te geven.

De geschiedenis van Weelde-Statie is bovendien ook veel rijker dan die van Weelde tout court. Hoe Weelde preciés is ontstaan, dat weet eigenlijk nog altijd niemand. Eerst was daar alleen maar gras, wind, zand, rots en onkruid, en verder niks. Op een dag, in het midden van de zestiende eeuw, stond daar ineens, van de ene woensdag op de andere donderdag, een kerk met een zéér scherpe piektoren (de Baptistkerk), maar niemand is ooit aan de weet kunnen komen wie dat wel mooie bouwwerk daar heeft neergezet, laat staan waarom en/of op wiens kosten. Maar omdat die kerk daar nu eenmaal was, zijn er toch ook een paar mensen gaan beginnen wonen, Baarle-Hertogenaren vooral, die zelf al helemaal gek waren geworden van het niet meer weten of ze nu in Baarle woonden dan wel in Hertog (zéér lastig voor je belastingaangifte!!)

Weelde-Statie daarentegen, is ontstaan, zoals de naam alleen al dit zegt, rond de kern van het station van Baarle-Nassau. Vele Nederlanders die ooit, op de vlucht voor Napoleon, per trein van Tilburg naar Turnhout afreisden, waren doorgaans zo blij dat ze uit Nederland waren weggeraakt, dat ze in Nassau al uitstapten om feest te vieren. In de andere richting ging het andersom: sommige Vlamingen die naar Nederland moésten, kregen onderweg met zoveel schrik en tegenzin te kampen, dat ze in dat tussenstation in Nassau al door het raampje van de trein naar buiten kropen, en nooit meer terugkwamen. Om die reden wordt Weelde-Statie wel eens "het Australië Van De Kempen" genoemd...

zondag 7 oktober 2018

column streekkrant editie kempen


MIE BROOS

Zoals de aandachtige Streekkrant-lezer al lange tyd weet, is ondergetekende opgegroeid in het dorpje Vosselaar, by de Konynenberg. Het heeft my altyd getergd dat dit "Vosselaar" verward schynt te moeten worden met het inderdaad wel byna gelyknamige "Vorselaar", dat er 20 kilometer vandaan ligt, en dat er verder niks mee te maken heeft. Vosselarenaren heten messentrekkers, zyn stoer en ryk en graag gezien; Vorselarenaren hebben helemaal géén officiële bynaam, en dat zegt genoeg. Vorselaar bestaat nog maar sinds 1820, en telt ternauwernood 8000 inwoners. Bekende mensen van Vorselaar zyn allemaal sportlui, met veldryder Bart Wellens wel op kop. En dan huist er ook nog wel één ster-acteur daarginds, met name Erik Goris, gekend van Thuis én van Familie. Hy is in Antwerpen geboren, maar onlangs vrywillig naar de Kempen verhuisd.

Maar goed, uiteindelyk kent Vorselaar toch ook wel één indrukwekkend stukje geschiedenis, met name de historisch waarachtige Mie Broos, de befaamde volksgenezeres, die leefde op het Heiken van 1839 tot 1927. Voor arme sloebers maar ook voor Kardinalen en Prinsen van overal in Europa, bereidde deze wonderlyke dame, in het echt Maria Van Loock geheten, zalfjes, kruiden en papjes, die ze verpakte in mosselschelpen. Als een soort vrouwelyke Robin Hood hielp ze de arme mensen gratis voort, terwyl ze de ryken dubbel liet betalen. Ooit werd ze voor de rechtbank van Turnhout gedaagd, verdacht van heksery, maar uiteindelyk werd ze weêr vrygesproken, als een antieke Kavanaugh. Maar goed, daar staat dan weêr tegenover dat ook Vosselaar, in de figuur van Tineke Schellekens, haar eigen volksgenezeres heeft!

zondag 6 mei 2018

column streekkrant editie kempen


KFC TURNHOUT

Zoals iedereen die De Streekkrant leest, erg goed weet, ben ik een geboren Turnhoutenaar, een "bink". Ik kwam ter wereld in het Sint-Elisabethziekenhuis aan de Parklaan. En toch: ik was nog nooit van mijn leven in het Turnhoutse voetbalstadion geweest, dat daar nochtans recht tegenover ligt. Wel kwam ik er geregeld vlakbij in de buurt, mijn lief ging vlak daarnaast naar de Handelsschool, en in het Stadspark iets verderop, werd ik ontmaagd - mocht het jullie iéts interesseren  Maar deze week betrad ik die grasmat dan toch, voor de eerste keer ooit. Doordat ik er mocht gaan optreden voor een Kempische, beneficiaire gentleman's club, "De Ronde Tafel" geheten. Het ene lid van de Ronde Tafel is ingenieur bij Bobbejaanland, de anders is, althans tot voor kort, eigenaar van Peeters-Govers.

Het verbaasde mij een beetje, maar deze bende hard levende, jonge ondernemers, stond doodleuk middenin dit voetbalveld te barbecuën. "Mag dat wel?" zo vroeg ik mij voorzichtig af. Wat als Eden Hazard hier morgen over een braadworst struikelt? "Neen," was het antwoord. "Eigenlijk mag dit niet - maar ja, wij sponsorren dit hele veld; zonder ons, kan dit stadion gewoon niet bestaan." Het bouwwerk zag er zeer netjes uit, al deed het mij als Turnhoutenaar toch pijn om te moeten merken, hoeveel kleiner het is dan de stadions van pakweg Geel of van Westerlo. Dat er rond de grasmat heen, een atletiekpiste blijkt te liggen, doet ook enigszins afbreuk aan de grandeur. Maar oké, toch was ik fier om hier tegen een bal te mogen sjotten. Die ging meteen deklat, paal, deklat, binnen!






zondag 5 mei 2019

column streekkrant editie antwerpen

ANTWERPSE FLUITJES

In het kiezelzog van de me-too-beweging, is het voor onze Antwerpse bouwvakkers officieel verboden geworden om voorbywandelend schoon nog al te olyk na te fluiten. Daarom is het misschien tyd om eventjes stil te staan by dat "fluiten" en het Antwerpse cultuurleven meer in het algemeen. De kroon wordt gespannen door de uitdrukking "fluitjesbier", zynde bier dat eêrtyds opzettelyk met water wordt verdund, om te ontsnappen aan de controles van de lokale gardevilles. De legende wil dat een zekere Nederlandse kroegbaas genaamd Willem, in café het Leeuwke, niet ver van de Vrydagmarkt, jarenlang Nederlands fluitjesbier tapte een Belgische pilsglazen. Daar bezyden gedenken we de weêrzinwekkende Antwerpse uitdrukking "fluitjesmelk", dat duidt op halfvolle melk, maar ook op onvruchtbaar mensenzaad. Zoals Freddy Michiels noteert in zyn Antwerpse woordenboek:"Hoelaank zit de Jef na al te oefene op Greta, ik geloëf dat hem schiet mee fleutjesmelk." Ten slotte noteren we daar ook nog "fluitjeszetter", wat duidt op een straathond (een "straton"), die eender welke teef bespringt. Uiteraard ook weêr van toepassing op het menselyke ras: rokkenjagers die geen onderscheid maken, heten in het koekenstad eveneens "fluitjeszetters". Over wie dan wordt gezegd:"Doe nen 'ond ne rok oan, en 't is al goe veur hem." Dikwyls zyn dat soort jongens regelrechte "flierefloiwters". Al betekent het woord "flierefluiter" in Antwerpse context ook vaak "homofiel"- zie byvoorbeeld het naslagwerk "De flierefluiter" van Hugo Kegels, over de 20e eeuwse homoscène in Antwerpen. - (Vreemd: soms duurt het vele uren om myn verhaaltje voor De Streekkrant voor mekaâr te krygen - maar vandaag was het een fluitje van een cent...)

dinsdag 24 februari 2015

column streekkrant editie kempen



BOUWEL

Goddorie, dat is nu al bijna twintig jaar lang dat ik hier iedere week opnieuw, met hart en ziel, voor de Kempische Streekkrant mijn stukjes bijeenschrijf - en nog nooit, zo hebben ze mij erop gewezen, nog nooit is het gebeurd dat ik hier de glansrijke gemeente Bouwel heb vermeld! Shame on me, hier zijn geen excuses voor! Behalve misschien  het feit dat het dappere maar wel zeer kleine Bouwel sinds einde jaren zeventig reeds, geen eigen gemeentebestuur meer heeft; dat werd samengesmolten met het altijd maar uitbreidende, imperialistische Grobbendonk, het Duitsland van de Kempen. De fusie tussen die twee heb ik altijd een zeer slecht idee gevonden. Wat gaat er boven een echte Bouwelaar? In de volksmond worden mensen die van Bouwel afkomstig zijn, steevast de "Bladerdabbers" genoemd, wat ongeveer wil zeggen, "Zij Die Steeds Met Hooivork En Spade In Herfstbladeren Staan Te Delven." Je kan daar eens om lachen, maar bijzonderlijk het opruimen van nat herfstgebladerte is van cruciaal belang, een kwestie van leven en dood. In de vele gemeenten waar deze taak, veelal uit luiheid, met opzet over het hoofd wordt gezien, zoals in Arendonk, Retie en Zoerle-Parwijs, vinden er tot 20 procent méér ongevallen plaats, steeds door fietsers die op die natte, gladde bladerhopen uitschuiven en hun stuur verliezen.

De patroonheilige van Bouwel is Sint Bonatus, de uitvinder van de gruyere-kaas, die hij ontdekte in Besançon, de hoofdstad van Franche-Comte, en dat brengt ons meteen bij de belangrijkste in Bouwel geboren en getogen Bladerdabber, mijn beste vriend de Francofiel Bart Van Loo. Laatstgenoemde is vooral gekend om zijn expertise over het Franse Chanson. Daar zette Bart Van Loo zopas een wervelend theaterstuk mee op de landkaart, "Chanson", samen met die andere oer-Kempische swingboys: Eddy Et Les Vedettes. Vandaag staat Van Loo opnieuw sterk in de belangstelling, ook in "De Wereld Draait Door" in Nederland, ditmaal met een adembenemend boek over Napoleon en de Franse Revolutie. Kortom, Bouwel staat bovenaan in de Kempische hitnotering.


Een minder gekend maar net zo sympathiek Bladerdabber is de vader van Bart Van Loo. Het is van die vader dat Bart het schrijversbloed in zijn aderen heeft borrelen. De vader van Bart schrijft geen naslagwerken of romans, maar wel wat anders: al vijftig jaar lang noteert hij iedere dag opnieuw, in een speciaal daartoe ontworpen schrift, die hij bewaard in een speciaal daartoe ontworpen schriftenkastje, hoeveel graden het buiten is. Dus je kan bij hem eender welke datum opvragen; vier oktober 1985, 15 december 1970, 8 februari 1996 - hij zal je vlekkeloos weten te zeggen hoe koud of hoe warm het die dag was. Dit is het begin van alle geschiedschrijving, zéker in ons dan weer zo klamme, maar dan weer zo aangenaam zonnige Kempenland.

woensdag 26 september 2012

column streekkrant deze week



VERDRIET

Als Iemand Iets Heel Ergs Meemaakt, Moet Dat Een Aanleiding Zijn Voor Iedereen Om Zich Te Bezinnen.

Een paar dagen geleden is er in Merksem een tweejarige kleuter gestorven door CO-vergiftiging. ATV zond meteen, zonder aarzelen, een interview uit met de getroffen grootvader, nog terwijl je op de achtergrond politieagenten heen en weer zag lopen. Dit was de ergste televisie die je ooit van je leven had meegemaakt. "Neen!" Zo riepen, samen met mij, nog anderen hardop uit. "Hoe kan een nieuwszender dit zomaar willen uitzenden, hoe kan die interviewer zo'n gesprek over zijn hart krijgen? Die arme, arme mens moet met zijn onuitsprekelijke verdriet alleen worden gelaten!"

Dus die uitzending was ronduit immoreel. Ondraaglijk. Juist zoals het nu ook, uiteraard, praktisch ondoenbaar is om dat verdriet van die mensen hier in zoiets als De Streekkrant ter sprake te brengen - maar onderhand komt er toch een tweede besef naar boven: als we die wenende, getroffen grootvader indachtig blijven, kunnen we terwijl wel neerkijken op de achterlijke zogenaamde problemen en kinderachtige nep-zorgen waar wijzelf iedere dag mee kampen.

Mensen die vandaag zullen vloeken omdat ze in een file staan aan de Kennedytunnel, nog anderen die zich voor het hoofd zullen slaan omdat ze één of andere rekening niet kunnen betalen, en nog anderen die somber wakker worden omdat ze hun huis te klein vinden of hun buurman te luidruchtig: laten wij allen ons diep schamen om zoveel boosaardige gevoelens bij zo'n kinderlijke, futiele peulschillen en bijkomstigheden. Dat is dan toch de enige reden waarom het wél goed was van die grootvader om zo dapper te zijn om, gek van verdriet, toch die camera te trotseren.

donderdag 22 mei 2014

column streekkrant editie kempen




FLYEREN

Vorige dinsdag hing ik nog eens rond in de Vroente. De "Vroente" is écht waar het enige woord dat rijmt op "groente" (als jullie nog een woord kennen dat rijmt op "groente", mogen jullie mij verwittigen, en deel ik aan àlle lezers van De Streekkrant gratis een fles champagne uit.) Maar behalve een mooi woord, is de "Vroente" aldus een prachtig natuurpark aan de Kalmthoutse heiden, waar ik toch vaak ga wandelen. De Kalmthoutse heiden zijn ontroerend zuiver, voor mij een groter wereldwonder dan de hangende tuinen van Babylon en de Chinese Muur tezamen.

Aan de ingang van het Museum van de Vroente stond er, zeer uitzonderlijk, een jonge student te "flyeren". Dat wil niet zeggen dat hij daar stond te zweefvliegen of met zijn oren flapperen, maar dat hij, zodoende, druk bezig was met het uitdelen van "flyers", dus van pamfletten (het betrof een pamflet betreffende het brandgevaar van de Kalmthoutse heiden; over hoeveel hectaren natuur daar iéder jaar opnieuw verloren gaan doordat er toch àltijd wel één dorpsidioot opdraaft, die daar ergens met een brandende sigaar tussen zijn lippen gaat staan plassen, die sigaar dan per ongeluk laat vallen, maar eerst doorgaat met plassen vooraleer te beseffen hoe droog het gras er overal bezijden hem bijligt…)

Ik wilde in het museum naar binnen, en omdat ik in Kalmthout kom voor rust en meditatie, eerder dan voor nog meer politiek of sociologisch gestook, stak het uitzicht op deze flyeraar mij enigszins tegen. Ik dacht:"Kunnen ze een mens dan nooit eens met rust laten?" Maar kennelijk was ik niet de enige die er zo'n suffe weerzin voor aan den dag legde; op twee minuten tijd zag ik drie koppels binnen- en/of weer buitenkomen, en allen reageerden even voos. Eén koppel deed alsof de jongen met zijn pamfletjes niet bestond, een ander koppel weigerde zijn blaadjes aan te nemen. Maar vooral het derde koppel was afschuwelijk: ze namen de flyer aan,- je zag de jonge student dan ook vreugdevol opkijken; "Ja! Eindelijk interesse!" Maar dan, zonder het ding gelezen of zelfs maar bekeken te hebben, gooiden ze deze flyer, voor die jongen zijn ogen, weg in de eerste, de beste vuilnisbak voorhanden.

Alleen al uit compassie bij zo'n grof onrecht, zag ik mijzelf op de student afstappen. "Mag ik ook eens zo'n flyertje?" "Eh… Natuurlijk." In plaats van het weg te steken, begon ik het van voren naar achteren uit te pluizen en bestuderen, en daarna nog eens van achteren naar voren. Dan vroeg ik:"Heb je zo nog een paar flyers? Dan kan ik er ook een paar van aan mijn vrienden geven." "Is het dan zo boeiend?" Vroeg hij ineens. Ik zei:"Vind jij dan van niet?" "Ik weet niet," zei hij. "Ik heb het zelf nog niet bekeken eigenlijk…"

donderdag 4 september 2014

column streekkrant antwerpen


GOED DOEL

De Antwerpse humorist Youssef El Mousaoui is goed bezig. Ten eerste haalt hij alle krantenkoppen gewoon door de mensheid te beloven maar liefst twéé maanden lang te zullen wegblijven van alle sociale media. Zover is het al gekomen: dat wij zo erg verslaafd zijn aan facebook, dat iemand die er eventjes van afkickt, bewondering wekt. De stap is dan ook groot.

Bovendien is Youssef zo goedhartig om deze adembenemende stunt te koppelen aan een goed doel. Net zolang als hij zich aan zijn woord houdt, net zolang als hij wégblijft van facebook, mogen mensen geld storten op zijn rekeningnummer. Een plan dat zo simpel is dat het niet kapot kàn. En ook goed van timing, want geef toe: de ice-bucket is nét weer over zijn hoogtepunt heen. Wie heeft er niét aan meegedaan? Ikzelf ging zelfs twéé keer onder de emmer; je kan het nazien op youtube, als je googlet "Vitalski ice-bucket"; ik deed dit niet alleen ter bestrijding van de vreselijke ziekte ALS, maar ook om reclame te maken voor het sympathieke café waar ik vlak voor stond: Bato Batu, dat onlangs is verhuisd van het Mechelse Plein naar de Lange Nieuwstraat.

Nog eens bovendien is het goede doel dat Youssef beoogt, ook erg goed gekozen: al het geronnen geld (tot dusver meer dan 10.000 euro!) gaat naar daklozen hier bij ons én in Marokko. "Te opzichtig," zeggen sommige Moslims. "We moeten de armen bijstaan, maar dan discreet, en niet via zo'n openbare oproep." Fout, zegt Youssef terecht. Het Westen moet weten dat Moslims hulpverlening prediken. Da's inderdaad eens wat anders dan al die explosief destructieve wan-beelden van IS die heden ons netvlies bestormen! Een zeer welkom antidotum.

Misschien is het nu echter ook wel tijd om een persoonlijk boontje te doppen, hier in De Streekkrant, met uw permissie. Een jaar en een half geleden had ik samen met Youssef een optreden in het verre Hasselt. Ik deed het voorprogramma, Youssef het hoofdprogramma. We waren allebei steengoed, alleen Youssef was nog iétsje steenbeter dan ik. Maar waar het over gaat, is dat nà dat optreden zijn auto in panne viel, en dat hij met graagte van ondergetekende een lift naar Antwerpen kreeg. "Kan je me niet gelijk tot in Wilrijk brengen?" Aldus Youssef. Dat ging niet, nà twaalf uur 's nachts moet de Antwerpse Nachtburgemeester in de stadskern zelf rondhangen, dat is een wettelijke plicht. Wel gaf ik mijn collega die avond 20 euro te leen voor een taxi. En ja, voor deze oproep is de tijd nu aangebroken: dear Youssef, ik had je dit liever via facebook gemeld in plaats van hier in de krant - maar jij moet mij die 20 euro nog altijd terug!!

woensdag 22 oktober 2014

column streekkrant editie kempen


MOL BOM

Van de week, meer bijzonderlijk de voorbije dinsdag, was ik nog eens op bezoek bij de "Sopweikers". Niemand die weet waar die zitten? Dat zijn de inwoners van Mol. Nog meer specifiek: ik moest op bezoek bij iemand in Heidehuizen. Mol heeft vele deelgemeenten, officieel door Mol zelf gehuchten genoemd, en onder die noemer dan ook in kaart gebracht: Achterbos, Donk, Ezaart, Ginderbuiten, Gompel, Millegem, Rauw, Sluis en Wezel. Uitgerekend de woonwijk genaamd Heidehuizen, waar die vriend van mij woont, heeft géén apart naambord gekregen, en staat niét op de kaarten, hoewel het dus evengoed officieel een gehucht is.

Terloops zal het sommigen zijn opgevallen dat de benaming "Millegem" wel voor dikke problemen kan zorgen, doordat er ook een gemeente "Millegem" bestaat in Ranst. En ja, soms gebeurt het: dat er iemand een taxi bestelt voor de Kerkstraat 14 in het Millegem van Mol, maar dat die taxichauffeur eerst per ongeluk naar dat andere Millegem rijdt. In deze is iédereen verliezende partij, dus waarom dit niet wordt aangepast, begrijpt niemand.

Mol zelf, in zijn geheel, is totaal onvervangbaar. De belangrijkste Vlaamse coryfeeën komen allemaal van daar: Guy Mortier, Tom Boonen, An Lemmens, Jef Sleeckx, Zjef Vanuytsel, Viktor Lazlo, Serbvais Verherstraeten, Barabra Dex, Tanja Dexters, Siegfried Bracke en zelfs Senne Rouffaer (u weet wel: Kapitein Zeppos!) Hoe kan dat, zoveel genieën op zo'n paar vierkante meter? Mijn eigen vriend daarginder is minder beroemd, Daniël Kasteels, een vriend van nog op de lagere school, met wie ik altijd contact ben blijven houden omdat hij eerst mijn fietsen, later mijn brommers en tegenwoordig mijn auto goedkoop repareert. Een toffe kerel, met als enige psychotisch nadeel dat hij zich persoonlijk schuldig voelt telkens wanneer het regent. 

De aandachtige Kempenzoon zal dit wel hebben gelezen in de gazet: dat uitgerekend vorige week dinsdag het station van Mol algeheel moest worden ontruimd wegens bomalarm. De ontmijningsdienst "DOVO" kwam ter plaatse, om een verdacht uitziende sporttas te bestuderen. Loos alarm, zo bleek. De enige die daar niet van opkeek, was ikzelf. Juist omdat mijn auto moest worden hersteld bij mijn maat in Heidehuizen, was ik met het openbaar vervoer gekomen. Aan zijn keukentafel dronken we pils tot het avond werd. We volgden het nieuws op Ring Tv: station ontruimd wegens verdachte sporttas. "Blijf dan nog maar wat hier," zei m'n vriend. Pas tegen de avond aan, toen mijn vriend vroeg of ik hem kon betalen voor zijn carrosserie-werk, kwam plotsklaps het besef tot mij:"Verdomme! Mijn sporttas ben ik ergens vergeten!"

Bij deze zou ik, via De Streekkrant, mijn verontschuldigingen willen aanbieden aan iedereen die hier last van heeft ondervonden...

woensdag 25 december 2013

column streekkrant kempen





KEMPISCHE KERSTMIRAKELS

Wij Willen Wél Een Feestbus!!




Goed vier jaar geleden, zaterdag 25 december van het jaar onzes Heren 2010, reed ik, een klein halfuurtje na de middernachtmis in de Antwerpse Sint-Willibrordus-Kerk, mijn Renault Megane uit de garage, niet voor de lol, maar wel omdat mijn toen pasgeboren dochtertje Molly de slaap niet kon vatten - tenzij op de achterbank van een zachtjes ronkende station-wagen; een verwende gewoonte, die er bij haar reeds toén helemaal zat ingebakken. De bedoeling was om de geheiligde dennenwouden van de Kempen op te zoeken, meer bepaald die van het schitterende gehucht Vosselaar, waar mijn Pa en mijn Ma wonen. Ik dacht:"Ik drink daar een Glühwein, en dan maak ik weer rechtsomkeert; heen én terug staat dat zelfs 's nachts toch garant voor een goed uurtje voortbollen."

Het door Jezus Van Nazareth getekende gesternte besliste evenwel anders, mijn dochter was echt héél erg rusteloos, en daarom moest ik, eens ter hoogte van de Konijnenberg, nog meer en méér blijven gasgeven. Op goed geluk ontvouwde zich daar een adembenemend mooie route voor mijn twee ogen, langs onze meest bijzonder stukjes Kempische oernatuur; van de Boskant en Tielendijk naar Dongenbos en de Hoge Rielen. Eens ik echter, zonder dat dit op voorhand gepland was, à negentig kilometers per uur het Albertkanaal overstak, werd dit verhaal ietwat grimmiger. De Kempenaar begrijpt het; de Limburgers zijn wel tof, zeker wanneer ze ons met hun grote borden opzij van de weg zo enthousiast "welkom" heten, maar 's nachts ben je daar weinig verloren! Ik prevelde hardop tot het Christusfiguurtje, dat ijverig aan mijn achteruitkijkspiegel hing te bungelen:"Here Jezus, ons lot is in Uw handen vannacht."

Rond halftwee 's nachts passeerde ik Genk en daarna arriveerde ik in de kleine maar zeer wonderlijke gemeente genaamd Lutselus. Hoewel de wanhoop mij nader stond dan het hardop lachen, werd ik gelijktijdig toch een zekere opluchting gewaar, omdat ik nooit écht had geloofd in het bestaan van een gemeente met de naam Lutselus - maar nu zag ik het met mijn eigen oogkassen - Lutselus bestaat! (Maar: niét in de Kempen.)

Vlamingen die hun geschiedenis kennen, voelen dit aankomen: juist toen ik, precies wanneer Molly eindelijk in slaap viel, de prachtige Regina Paciskerk van Lutselus passeerde, begon dit bouwvallige maar hoogvereerde bouwwerk ineens, zo zag ik, te daveren in zijn grondvesten, en ziedaar: precies voor mijn twee onverschrokken oogbollen zag ik het zelf gebeuren, hoe deze prachtkerk voor 95% in mekaar begon te zakken - net op Kerstavond, hoe kon dit?

Met Jozef en Maria als mijn getuigen, sprak ik ogenblikkelijk hardop het oprechte voornemen uit, om nooit van mijn leven ooit nog met Kerstmis, maar ook niet met nieuwjaar of met Pasen, de auto te nemen - maar ziedaar: vorige week, met de Kerstavond van 2013, nam ik, tezamen met mijn gezinnetje en ook mijn Grootmoeder, de trein van Antwerpen naar Turnhout: totdat daar, precies tussen Lier en mijn  eindbestemming, m.a.w. precies ter hoogte van Nijlen, een gigantische kastanjeboom op de rails neerstortte, zo aangeblazen door Jahwe's opnieuw met de Kerst op ons afgestuurde storm…

Met oudjaar deze week, o lezers, zou ik, zo was het althans plan, als internationaal Nachtburgemeester de bus dan maar nemen, maar - ziedaar: de feestbussen van Mol, Geel en Willebroek zijn afgeschaft. Wat nu? Te voet van mijn Nonkels naar mijn Tantes en weer terug? Maar wat, o lezers, van De Streekkrant, wat als ik dan klokslag om twaalf uur 's nachts, druk doende ben met langs de grachten van Mol Donk te strompelen? Zo kàn je toch geen goed jaar inzetten??

dinsdag 17 februari 2015

column streekkrant editie antwerpen


deze column behelst een voorval dat ik wel echt heb meêgemaakt, maar dan niét vorige week, doch wel, om het eerlyk te hebben, inmiddels precies tien jaar geleden...


BESTOLEN

Vorige week viel my het geluk te beurt, voor een televisieprogramma voor één dag te mogen afreizen naar het beeldschone, verre eiland Malta. Myn bankkaart was ik evenwel reeds een paar dagen kwyt, zodat ik my genoodzaakt zag om, daags voor het vertrek, flink wat cash geld te gaan afhalen op myn bank aan de De Keyserlei. Meteen toen ik daar, met een paar honderd euro's op zak, weer buiten stapte, werd ik nogal hardhandig aangeklampt door een vreemd ogend sujet - iemand die ik van haar noch pluim kende, maar dat zelf wél pretendeerde my zeer goed te kennen. Hy sprak een exotische soort nonsens-taal, en algauw maakte ik my uit de voeten.

Amper was ik de Frankryklei overgestoken, of dat vreemde lastpak bleek opnief met my helemaal meê te lopen. Opnief greep hy een van myn armen beet, en toen wist ik het wel zeker: die kerel wilde my rollen - die moest, was duidelyk, myn transactie aan het bankloket hebben gevolgd en hebben geteld hoeveel cash ik wel niet by me droeg. Eigenlyk was ik beter, daar en toen, plotsklaps en onaangekondigd weggerend;- een live achtervolging zou vast teveel aandacht hebben getrokken, nu reeds keken er af en toe een paar mensen om: wat, dachten ze, spookt die naargeestige snuiter daar uit met onze geliefde nachtburgemeester? Maar ze konden zich niet moeien ook niet, want voorlopig deed die slampamper wel niks illegaals. Hy was alleen maar opdringerig, en greep inmiddels m'n béide schouders beet. Ja, hy was bezig met zakkenrollen. Maar daarvoor, zo bedacht ik aandachtig, mocht hy vroeger opstaan! Myn portefeuille en al mijn zuur verdiende centen in de linkerzak van mijn goed spannende jeans zittende; daar hield ik myn linkerhand stevig bovenop, kon geen halve muis in naar binnen!

Warempel, de ganse Carnotstraat door bleef hy tegen my aanleunen en meêlopen, intussen slecht verstaanbare fabels debiterend als zouden wij ooit, zo beweerde hy, tezamen op vacantie zijn geweest, als zouden wy ooit, in de Bowling Stones, tegen mekaâr gebowld hebben bovendien. Tot we ter hoogte van de Kerkstraat kwamen, daar liet hy me plotsklaps helemaal los. Hy stopte abrupt met praten, draaide zich om en rende heen. Ergens politie hier? Ik nam adem en begaf my in byna rennende vaart terug naar huis. Voor alle zekerheid nam ik thuis in de woonkamer al myn geld uit myn geldbuidel en telde het nauwgezet na in het lamplicht boven de tafel. Hosanna in den Hoge! Het recht zegeviert! Al myn Maltese Dollars, handje contantje, zo gemakkelyk liet ik mij niet beplunderen! Dan wilde ik naar myn geliefde bellen, om te vragen of ik nog brood moest gaan halen. Ik greep naar myn binnenzak rechts - goddorie, verdorie, verdomme: myn gloednieuwe gsm, een van 500 euro - gestolen, foetsie, niet meer by my...  

maandag 9 oktober 2017

column streekkrant editie antwerpen

DRIE IN EEN

Een Antwerps columnist is als een strandjutter op Sint-Anneke: hij scharrelt bij elkaar wat hij maar kan vinden, en probeert dat dan samen te knopen tot een geheel, iedere week opnieuw. Sommige brokstukken die zich aandienen in onze dynamische Schelde-metropool, zijn echter te klein voor een heel artikel. Hieronder een overzichtje van de drie belangrijkste ideeën die vandaag tot mij kwamen, maar die nét niet indrukwekkend genoeg bleken voor één integrale column in uw lijfblad, Deze Week.

1. Te Hard Lachen

Een opiniepeiling bij onze Antwerpse bevolking heeft onlangs duidelijk gemaakt dat geluidsoverlast en burenherrie ons probleem nummer één zijn. Maar een goeie vriend van mij, Ludo M., die woont in de buurt achter het Oud Justitiepaleis, kreeg de Smurfen onlangs aan de deur met een wel zéér eigenaardige klacht: de buren hadden die agenten naar hem gestuurd, omdat hij, zo vonden ze, al de hele dag lang te hard aan het lachen was. Je zal wel zeggen: da’s flauw, maar effectief: nog terwijl hij me dit vertelde, begon hij wéér te lachen - en spontaan greep ik naar m’n oordopjes!

2. Antwerpen Of Italië?

Aan Italië hebben we onze eigenste Rocco Granata te danken, en nuttige termen als “autostrade” en “senze unico”. Toch is het verschil zeer groot. Daarnet was ik in Napels voor een museumbezoek, en daarbuiten, aan de Piazza Napoli, viel mijn oog op een verkoper, die er met veel kabaal allerlei nootjes aan de man bracht. De verkoopstand zag er precies hetzelfde uit als van die notenverkoper op de Groenplaats: een tafelblad, met alle soorten noten erop - maar het verschil: bij die Italiaan stond dat tafelblad op wielen; en daarmee begon ‘ie, intussen, het liefst door de meest drukke steegjes, heen en weer te paraderen, bergop, bergaf over de kasseien - hoe hectische, hoe liever. Je ziet het verschil ook in Rome: in Antwerpen is die éne politie-helicopter al controversieel, in Rome vliegt er permanent een eskadron van négentien helicopters over en weer…

3. Theater-Garage

In Borgerhout Extra Muros is er zonet een splinternieuwe, sublieme, prachtige theaterzaal opengegaan:"De Theatergarage”! Check it out!