door onze correspondent robertus baeken, vanuit de korenvelden van salem...
47.
Mijn eerste foto was die van de voorgevel. In de hal ging het licht aan. Achter de voordeur klonk het kwaadaardig keffen van een hondje. Me bewust dat de deur openging en het enerverend gekef onverpoosd naderde, maakte ik een tweede foto. Een derde. Zelfs een vierde. Lucretia stompte me aan. Dat gebeurde op ‘t ogenblik dat een beschaafd heertje ons op afstand gestreng uitleg vroeg over onze aanwezigheid hier. Dat hij een schoothondje aan de leiband had, herinnerde me aan het krantenartikel over die bijna gewurgde hoogleraar biologie aan de UA. Dus waagde ik het erop om in ’t Nederlands verder te gaan. Ik stelde me voor.
Dat ik architect was, daarvoor hoefde ik niet te liegen. Mooi gezegd, maar evenwel dik gelogen, was het smoesje dat ik in opdracht van de VUB bezig was met een geïllustreerd naslagwerk over Franse en Belgische patriciërswoningen uit de negentiende eeuw. De madame had me onlangs haar toestemming gegeven om dit in onvervalste empirestijl opgetrokken gebouw, voor de eerste keer onder de aandacht van een geëerd publiek te brengen. ‘Mag ik?’ Ik maakte nog een vijfde foto van de voorgevel. Daarna nog een zesde, dit keer enkel van hem en het hondje. Het duurde wat eer ik ermee klaar was.
Het hondje, een pekinees, had opgehouden te keffen, zodat de professor in de gelegenheid was dichterbij te komen en zich vrij tot de jongedames te wenden. Ik hoorde Lucretia antwoorden dat zij als toerist voor drie dagen in een hotel te Saint-Hubert verbleven.
WORDT VERVOLGD...


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten