vrijdag 2 april 2021

gastauteur


HEKSENJACHT

door onze correspondent robertus baeken, vanuit de korenvelden van salem...


46.

Het soupertje in ons hotel was aan de bescheiden kant. Nadat de koekjesmeisjes de menukaart met behulp van mijn vertaling aandachtig hadden bestudeerd, vond Lucretia haar wereldbol voor de eerste keer wat aan de ronde kant, terwijl Roosje dan weer erg over haar al te lang verwaarloosd dieet inzat. Door de vele roomboters waarmee de aangekondigde delicieuze gerechten volgens hen werden klaargestoomd, konden deze hen minder bekoren dan de goedkope, koude salades. Volgens mij had het eerder te maken met mijn voorwaarde dat ik best bereid was hun gemeenschappelijke kamer te betalen, maar zij voor hun eigen maaltijden zelf moesten opdraaien.

   Rond achten stonden we weer buiten. Te vroeg om te gaan slapen. Ik stelde voor een tweede keer naar die ommuurde Franse woning in het nabijgelegen Vesqueville te wandelen. Kon ik daar wat foto’s nemen van dat schitterende landhuis. Sneeuwwit begreep de ware bedoeling. ‘O ja,’ riep ze enthousiast, met haar ogen op de verdikking in mijn broekzak. Lucretia had er nog steeds geen benul van dat daar een alarmpistool zat. Vandaar was zij het om een andere reden met haar koekjesvriendin oneens. ‘O nee,’ voerde zij met een diepe zucht aan. ‘Mijn voeten doen verschrikkelijk pijn. Genoeg voor vandaag!’

   Pas toen ik opperde dat we de auto konden nemen, ging ook zij akkoord.

   Het schemerde toen wij er aankwamen. De toegangspoort was ondertussen helemaal zwartgeverfd, dichtgedraaid en door middel van een ketting met hangslot zwaar vergrendeld. Wat verder was de bres in de muur op een laatste halve meter na gedicht. Wij boften dat de metselaars op die plek, behalve stapels bakstenen, ook hun houten ladder hadden achtergelaten. Zo kon deze perfect dienen om, na via de trapvormige steenmassa’s bovenop de muur te zijn geklommen, langs de achterzijde veilig weer af te dalen. Alleen Lucretia was er niet zo gelukkig mee. Met bang fluisterstemmetje herhaalde zij voortdurend dat ik doordraafde. Nog grover werden haar beschuldigingen toen we, ten gevolge van ons gebukt rondsluipen onder tal van boomtakken, laag neerhangend onder het gewicht van appels en peren, bij haar ongetwijfeld de indruk wekten zich ongewild bij twee gemene dieven te hebben aangesloten.

   Langs een omweg bereikten we de brede oprijlaan. Onder de openheid van een bleek maanlicht stonden daar zes geparkeerde limousines netjes op rij te blinken. Vooraan herkende ik een statige, zilvergrijze Rolls. Al die uitgestalde rijkdommen verzekerde me er nog eens van dat ik hier, bij die door de ouwe metselaar zogenoemde Hollandse Madame, op het juiste adres zat.


WORDT VERVOLGD...

Geen opmerkingen: