ik eet nochtans veel vitaminen, these days. maar misschien is dat van die slaperigheid zelfs juist de oorzaak. je weet nooit hoe die chemische fabriek die ons lichaam is, in mekaâr zit.
die strips van oliver schrauwen zyn niet te geloven. die drukken myzelf met myn neus op myn eigen afvallige knypkonterigheid; dié anarchie, dwz van die oliver... die schynt zich van niks iets aan te trekken, die volgt echt alléén maar zyn eigen goesting, als hy verhalen vertelt...
dat durf ik niet, of niet meer... zyn publiek moet toch enorm klein zyn?
goed, nu heeft hy wel zelfs een prestigieuze prys gewonnen; twee keer na mekaâr zelfs; maar - hoeveel heeft die geléden?...
de dingen gaan de mist in zodra je ervan moet léven - maar je kàn niet zo'n dingen "na je uren" maken; dus je moét er wel van leven...
wat later wel rocco naar de piano-les gereden. daar in de auto een uur zitten wachten, een meerwaarde; zondag doe ik by diane thuis nog eens "de levende lotus", dus ik loop van letterlyk van smorgens tot snachts op de ergste tongbrekers te repeteren.
deze is een hele moeilyke: "almachtig myn zich aandachtig in traag verzakkende prachtige draagvlakken vertakkende dakraam,"- dat is totààl grammaticaal, maar druist nog méér totaal in, tegen ieder ook maar enigszins normaal vlaams-linguistisch ritme-patroon. dat middenstuk is er te veel aan, dat doorbreekt elke keer opnieuw iedere mogelyke verwachting...
goed.


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten