maandag 1 januari 2007

de "dodendraad"

een elektrische versperring aan de grens tussen België en Nederland tijdens WO I.
de grens tussen oorlog en vrede.
geen banale improvisatie of een experiment.
het aanwenden van dit wapen steunde op militair-wetenschappelijk onderzoek en op technische ervaring te velde.

























van het Zwin in Knokke tot de voorsteden van Aken.
op Belgisch grondgebied, niet heel nauwkeurig.
De grens tussen Knokke en het Drielandenpunt is bijna 450 kilometer lang. Om deze afstand wat in te korten, kwamen grote stukken Belgische grond achter de dodendraad te liggen.

vb niemandsland



De vaak gebruikte benaming “niemandsland” is misleidend omdat dit van het binnenland afgesneden gebied door de Duitsers werd bezet als er bewoning was.
De inwoners zaten dan opgesloten tussen de dodendraad en de rijksgrens, die door het Nederlandse leger met prikkeldraad was afgesloten.
Mooie voorbeelden hiervan zijn de drie “bulten” in het noorden van de Antwerpse Kempen (Essen, Nieuwmoer en Wildert; Meer, Meerle, Meersel-Dreef en een deel van Minderhout; Poppel, Weelde en Ravels). De bewaking van de 54 kilometer lange rijksgrens met Baarle-Nassau werd met de plaatsing van de dodendraad herleid tot 15,5 kilometer.

het wezen van omheiningen

krishnamurti (1895 – 1986)


als mensen ergens een muur bouwen zullen andere mensen er altyd alles voor over hebben om die muur weêr neêr te halen

vb 1

de chinese muur

vnl 1368-1644
byna 9000 km
tegen nomadische volkeren
einde = 17e eeuw mansjoes en van binnenuit tegen de keizer

vb 2: berlynse muur

45 km

1961-1989

tegen leêgloop vd DDR

aanvankelyk op huizen heen; vluchten van voordeur naar achterdeur

staat geheel op de DDR omdat arbeiders vd DDR daar niet buiten mochten komen

vb 3: westelyke jordaan-oever

aanvang 2002

moet 700 km worden

anti-terreur-hek vs muur van schande

berlyn = tegen leêgloop, dit hier is tegen inloop van bvb zelfmoordterroristen

wanneer werd de dodendraad opgericht

In april en mei 1915 werd gestart met de werkzaamheden.
De versperring werd niet van west naar oost of omgekeerd opgetrokken. Op diverse plaatsen werd begonnen met de bouw van losse stroken. Sommige stukken waren volledig klaar in juni of juli 1915, andere volgden pas in augustus 1915. In Geistingen en Ophoven werd de draad pas medio 1916 opgericht. In Zondereigen (Baarle-Hertog) werden de eerste palen en benodigdheden voor het plaatsen begin juli 1915 aangevoerd. Op 24 juli 1915 werd de draadversperring er van stroom voorzien.

door wie opgericht?


De dodendraad werd opgericht in opdracht van het Duitse bezettingsleger. Eerst werd het traject bepaald en het terrein ontbost. Daarna werden Duitse geniesoldaten en vrijwillige Belgische werklieden aangevoerd. Sommige van deze Belgen hadden nooit handenarbeid verricht. Ze droegen fijne schoenen en een slechte jas boven betere kleren. Wanneer ’s avonds de Duitse officier het verdiende dagloon wilde uitbetalen, bleef hij met de helft van het geld zitten. Een groot deel van zijn vrijwilligers was naar Nederland gevlucht.

uitzicht

Nadat het traject was vastgelegd, werden palen in de grond geheid. Het ging veelal om dennenhouten palen. Daarop werden porseleinen isolatoren geplaatst om de stroomdraden aan te bevestigen. Meestal telde de versperring vijf of zes draden, op een dertigtal centimeter van elkaar gespannen en bevestigd aan de Belgische kant van elke paal. Hoog daarboven waren nog twee draden aangebracht voor de stroomvoorziening: de Speiseleitung. In principe moest er gladde draad gebruikt worden van drie tot vijf millimeter doorsnede, maar de bouwers beschikten niet over een voldoende voorraad, zodat ook vaak prikkeldraad werd gebruikt. Aan beide zijden van deze versperring stond op ongeveer anderhalve tot drie meter afstand een evenwijdig lopende, ietwat lagere en stroomvrije prikkeldraadversperring ter bescherming van mens en dier.

waarom

De dodendraad kwam er omdat Duitse soldaten er niet in slaagden om de kilometerslange rijksgrens hermetisch af te sluiten. Veel mensen konden daardoor de grens overschrijden: vrijwilligers voor het Belgische leger, spionnen, bezorgers van clandestiene post, verzetslui, smokkelaars en vluchtelingen. Met de elektrische draadversperring werd het afsluiten van de rijksgrens geperfectioneerd. Bij dat alles moet men zich realiseren dat de bezetter van bij de aanvang van de oorlog natuurlijk geprobeerd heeft om de grens met Nederland af te sluiten door o.m. op de voornaamste doorgangswegen hindernissen te plaatsen en de grens te laten bewaken door militairen. Elke poging om de grenzen hermetisch af te sluiten vereiste uiteindelijk een aanzienlijke hoeveelheid manschappen. Door de komst van de dodendraad waren er voor de bewaking minder Duitse troepen nodig.

Er is een fout opgetreden in dit gadget