dinsdag 7 april 2020

woensdagbunnies

jana & lena

prent vd week


dakkan - dakkanni

dakkan: een halfuur aan een stuk muisstil in huis.

dakkanni: direct na de paasvacantie terug op school gaan lesgeven.

alternatieve feiten





1. de eiffeltoren werd door guy de maupassant zo erg gehaat, dat hy er soms binnenin ging zitten eten, gewoon om er daartydens dan niet op te hoeven te kyken.

2. een opvatting van de maupassant luidt, dat de enige respectabele passie die er bestaat, de passie is van de gierigheid.

3. volgens friedrich engels, de goeie vriend en co-auteur van marx, wordt iedere beschaving in essentie aangedreven door gierigheid.

4. om aan mogelyke repressailes te ontsnappen, publiceerde friedrich engels, wonende te bremen, zyn anti-kapitalistische krantenessays onder een pseudoniem, namelyk friedrich oswald.

5. lee harvey oswald (zie: photo), vermeend moordenaar van john f. kennedy, wàs een marxist, maar heette dus écht oswald.

6. de eerste president bush ontsnapte ternauwernood aan een autobom-aanslag, in kuweit, toen hy daar een universiteit ging bezoeken, in 1993.

7. in 1993 verviel het auteursrecht op de eiffeltoren.

8. dit was: eifeltoren - maupasssant; maupassant - gierigheid; gierigheid - engels; engels - oswald; oswald - kennedy; kennedy - bush in 1993; 1993 - eiffeltoren.

weird superhero

razorback

quiz

de antwoorden:

1. uit welke liedje komt deze zin:
"i had to escape, the city was stucky and cruel"

2. van welke wereldberoemde zanger is dit oog hier links?

3. in welk jaar is lodewyk XIV geboren?
doe een gok, je bent toch benieuwd hoe dicht je er by komt...

4. bestaat dit dier echt, of is het gephotoshopt?

5. noem drie boeken van goethe (komaan...)


1. i drove all night (lauper / orbison)
2. george michael
3.  1638
4. het dier is echt. het heet een aye aye.
5. werther. faust. wilhelm meisters leerjaren. - minstens.

actua


gelukkig dat je d'r weêr uit bent, axel!

we love you! we pray for you!

waar was je ten dinsdag

naar de post, één brief gaan wegdoen,

en daarna naar de glascontainer.


that's all folks...

in de hof
oude takken wegdoen
in de groencontainer

rocco james conan zyn werktafel

meer byzonder zyn tekentafel

vandaag is die letterlyk exact, over de dag verspreid, zeven uurs bezig geweest met monstertjes tekenen...

state of being, 8 april 2020



je hoort te vaak worden geopperd:"wat nu, met al die koppels die, te dicht op mekaâr zittend, op den duur mekaârs kop zullen gaan inslaan." die zyn er - maar, als een tegendeel daarvan: hoeveel koppels groeien nu misschien juist een béétje terug toe naar mekaâr? nu ze éventjes niet op hun donder krygen buitenshuis, nu ze éventjes toch wél de tyd hebben om, tezamen, die wasmachine naar beneên te verhuizen?
    anyway, zelf horen we by géén van die categorieën, vanmiddag hoorden-ik luv tegen els crawls aan de telephoon uitleggen, onderwyl ik er byzat:"wy hebben byna geen contact... die zit de gehele dag te schryven..." daar wilden-ik wel wat op zeggen - maar: ik kon niet, ik was juist druk bezig met een overdreven ingewikkelde alinea.
    iets over john polidori (1795-1821), lord byron zyn lyfarts, die zelfmoord pleegde door, met mes en vork, arsenicum te hebben geconsumeerd...
    inderdaad weêr de integrale dag bezig geweest met schryven, al voelt het toch nooit zo aan. als het wél zo aanvoelde, zou ik er meteen meê moeten ophouden...
    onderweg naar de glascontainer, rond halfvier in de erg zonnige middag, toch wél kunnen communiceren - met rocco james conan, in het byzonder. mogen uitvinden dat die jongen, maar dan in de dierentuin, als die, ooit nog eens, terug open mag, medelyden heeft met de vogelspin, die daar in een veel te kleine bak gevangen zit. "medelyden met zo'n vogelspin?" zeg kik. "maar - dan moet je eigenlyk ook medelyden hebben met pakweg die kakkerlakken in de zoo, die zitten daar ook heel erg klein." "ja," zegt rocco zeer ernstig. "dat vind ik voor die kakkerlakken ook heel erg."
    right...
    nu zo erg geïsoleerd van de moderne buitenwereld levende, nog meer geïsoleerd dan anders, schep ik er wél een plezier in om, rond halfeen snachts, naar die uiterst modieuze serie "the tiger king" te zien... niet veel meer dan een wat uitvergrote jambers - maar, okay: jambers heb ik ook altyd  heel goed gevonden. dus het mag... ik heb er een briefje voor van de docter...



"niet veel meer dan een wat uitvergrote jambers - maar, okay..."

dreamer

ik ging wonen in een sjofel, maar toch wat swingend onderkomen met een houten vloer. om hier binnen te geraken, moest je door een café. "als je alleen woont, is dat juist goed, zo'n café is dan een antidote tegen de weêmoed." pas op den duur beseften-ik: deze behuizing is op zich al wel tof - maar hierboven heb ik een nog veel grotere, veel meer luxueuze kamer." toch, zelfs na een halfuur voortdromen was het er nog altyd niet van gekomen om daar zelfs maar 'ns een kykje te gaan nemen... omdat ik hier beneên dus ook helemaal content was, dus...

-end


ONS FEUILLETON


DE INDRINGER



feuilleton in 20 afleveringen


door don vitalski




wat voorafging: de werkloze pjotr lavaski heeft twee vreemde reiskoffers met zich meê naar huis genomen...











3.
hy ging naar beneden. hy ging terug naar boven. zyn voeten deden verschrikkelyk veel pyn - zyn schoenen, vooral de hakken ervan, al langer dan een jaar niet meer deugende. hy stak nog éénmaal een cigaret op, ysberend door de kleine voorkamer. dan gooiden-'ie deze cigaret, althans het overgebleven stompjen-ervan, in de gootsteen. "okay," zei pjotr lavaski als eindelyk hardop, in iedere hand één koffer krachtdadig beetnemend, teneinde zich er vervolgens, byna plechtstatig, meê naar beneên te begeven.
    zyn merkwaardige plannetje bestond er nu uit, lezers, alletwee deze koffers zo snel als mogelyk te gaan weggooien, liefst hier zo dicht mogelyk in de buurt - namelyk, als 'ie mocht kiezen, in de aardedonkere golfslagen van de schelde-rivier, zo diep. het was duidelyk, vond 'ie, dat er vanalles niet aan deugde, aan die verfomfaaide twee dingen. het idee om ze de gehele nacht lang nog in zyn huis te houden, onderwyl 'ie er zelf by zou hebben liggen te slapen, dromend, snurkend - dat was iets, dat hem alsmaar meer was beginnen voor te komen als iets volstrekt onmogelyks. die koffers waren, wat in het duits heette, zogenaamde "fremdkörpern" - ofte "corpora aliena", in het latyns. die hoorden hier niet, die hoorden nergens - het was, inderdaad, geen mirakel, zo begreep 'ie, dat er zich niet eens een verkoper voor had aangemeld!
    "hoe stom ben ik geweest! wie wil nu iets in huis hebben: dat niemand zelfs maar zou willen verkopen? dit is erger dan iemands vuilnis met je meê naar je thuis te hebben versleept... waar zat ik," zo dacht 'ie, "met m'n verstand!"
    van het faboert tot aan de schelde-rivier, dat was toch algauw een klein halfuurtje stappen, toch zeker met 'n pynlyke hiel - maar: een andere keus deed zich niet voor. toen pjotr, nog in een ànder huis, erg lang geleên, bezig was met verbouwingen, toen had 'ie zich wel 'ns bezondigd aan wat werd geheten "sluikstorten"; een paar grote plastieken zakken met bouwpuin erin, was 'ie toen zomaar ergens, een paar straten verderop, tegen een gevel gaan wegleggen, gestuurd door een domheid alleen de allerprilste jeugd eigen; welnu, nog geen twee of drie uurs later was toen de zogenaamde "rykswacht" zich by hem komen aanmelden -"heet jy soms pjotr lavaski!!"
    eens vergooid in het diepe, pikdonkere, druisende water van de zich oneindig voortstuwende schelde-rivier, zouden die koffers eenvoudigweg van de wereld wég zyn, zelfs voor het plankton op de meest nodeloze bodems van dat water van geen tel meer, op geen telraam, en dan zou pjotr lavaski zyn normale leven weêr kunnen herpakken zoals het marcheerde - alles byeen ging alles goed met hem; hy was niet dodelyk ziek, hy moest niet, met een helm op zyn gezonde kop, naar een loopgracht, om daar voor haard en vaderlandt allerlei gifgassen te trotseren; op dit precieze moment in de geschiedenis van de mensheid hadden, op déze plek op de wereldbol, de zeurkousen, de azynpissers en de zwartkykers helemaal ongelyk - vroeger was niét alles beter.
    hy zette zich op een hoge, stenen dorpel, die zich hier meldde, speciaal om zyn zere voetzolen toch éventjes te kunnen laten uitrusten. die vermelde dorpel bleek kletsnat te zyn ook, door toedoen van de belgische regenval, die ook snachts maar niet wilde ophouden - maar goed, dacht pjotr, dat ongemak nam 'ie erby.
    hoever nog, dacht 'ie, was het nu alsnog lopen? nog een tiental brede minuten hooguit, en de zogenaamde "blauwe steen", zoals die heette, zou voor ons opdoemen - dwz de kaaimuur op de rechteroever; die werd, door antwerpenaren zelf, veelal als de "blauwe steen" aangeduid. en dan, àchter die lange muur, daar zou 'ie er weêr vanaf geraken, van dit best ergerlyke gedoe, met die twee koffers en zo, dat 'ie nochtans, dat klopte, geheel en al aan zichzelf had te danken.
    vooral die grote koffer was hem tot een byna ondraaglyke last verworden. hy moést ernaar blyven kyken - maar dan met een alsmaar aangroeiende gewaarwording van walging, niks minder. het werd zo erg, dat 'ie er ziek van werd. die kleine koffer was waarschynlyk nog min of meer in orde - zo pjotr zelf, ooit, op een exotische zaterdag, op reis zou moeten, byvoorbeeld op zakenreis, dan zou 'ie het zelfs, best wel, nog in overweging durven te nemen, die àndere reiskoffer, die het was, die kleine, bolronde reiskoffer, met zich meê te voeren, toch echt. een mens hoefde zich niet ryker of chiquer voor te doen dan hy in waarheid helemaal was, zélfs niet op een zakenreis; bescheidenheid zou door de tegenparty juist kunnen worden geapprecieerd. maar die grote koffer, die was in iéder opzicht afgryselyk. die grote koffer, die was de riekende dood, die was ondergang en doem - kortom: die stond voor een noodlot, lezers, dat absoluut niemand wilde.
    toch kwam er opeens een uiterst eigenaardig, uiterst naargeestig idee in onze verhalen-held naar boven geborreld. "ik snap dit zelf niet goed," zei pjotr lavaski hardop. "want," zo sprak 'ie nog meer, slapjes prevelend, "ik moét ervan af, en het is ook reeds byna weêr achter de rug - en toch," sprak 'ie nu zelfs iets luider en meer duidelyk voor zich uit. "toch kan ik er niet meer aan weêrstaan?"
    hy kwam los van de natte steen. hy hurkte zich neêr, speciaal om die ene koffer, de grote koffer, nog 'ns één, laatste keertje helemaal open te maken, ditmaal zo consciëntieus als maar mogelyk was - langzaam, als betrof dit een ceremonie. een zure, muffe, van onheil zingende dodenlucht greep pjotr lavaski vanzelf naar zyn strot. "waarom doe ik dit!"

WORDT VERVOLGD 

afterLink.

zeker kyken... kei droevig...

maandag 6 april 2020

dinsdagbunnie

sabine jatta

also known as "mevrouw janssens"

prent vd week

(c) don vitalski

dakkan - dakkanni

dakkan: voor alle scholieren iédere namiddag vry - op voorwaarde dat ze dan in de voormiddag wel echt kéihard werken.

dakkanni: zwart op wit bewyzen dat jim morrison dood is.

alternatieve feiten

1. boris pasternak weigerde de nobelprys voor litteratuur te aanvaarden, namelyk uit schrik dat de sovjet-regering hem en de zynen dan zou arresteren.

2. in 1994 won yasser arafat de nobelprys voor de vrede (waarna jury-lid kare kristiansen het committee voorgoed de rug toekeerde; "je kan geen vredesprys overhandigen aan een terrorist.")

3. "yasser" is een bynaam, in het arabisch willende zeggen "sloom", "gemakzuchtig", "gemakkelyk in de omgang".

4. de bynaam van de beruchte, 8e eeuwse viking-leider "ivar", was "ivar de botloze", namelyk omdat, door een ziekte, zyn beenderen onbevattelyk flexibel waren (waardoor hy door zeer smalle vensters klom, en waardoor hy zich tydens gevechten de meest onvoorspelbare capriolen kon permitteren.)

5. vikings droegen géén helmen met hoorns erop; ze werden zo wel afgebeeld door de geterroriseerde christenen, die spontaan legioenen duivels in hen zagen.

6. boegbeeld van het middeleeuwse christendom thomas van aquino (1225-1274) was een voorstander van prostitutie, menende dat daarzonder, in onze samenleving het hek helemààl van de dam zou gaan.

7. eind 19e eeuw flaneerden er flink wat prostituees in de wyk rond het tsetnoi-prospect, by davydkovo (zie: photo), toen boris pasternak daar, door zyn uitgever, een tydelyk onderdak werd aangereikt.

8. die kring verliep als volgt: pasternak - nobelprys; nobelprys - arafat; arafat - bynaam; bynaam ivar de viking; vikinghelmen - middeleeuwse christendom; middeleeuwse christendom - prostitutie; prostitutie - pasternak.

weird superhero

phineas horton (rechts),
niet een superheld,
wél de creator van de human torch.

waar was je te maandag


thuis.

ziehier onze straat; om halfvier smiddags; op een maandag...

state of being, 7 april 2020

het verloop der dagen, meerbepaald der dagen van deze corona-vacantie, heeft zich, mag gezegd, "gezet", om het zo te hebben; dwz: er heeft zich één vast en stevig, chronologisch patroon aan my opgedrongen, waaraan nu geheel geen ontkomen meer blykt - temeer daar ik zo'n ontkomen ook geheel niet zou hebben begeerd. die dagen bestaan nu feitelyk, van smorgens tot snachts, uit nauwelyks wat anders dan bezig zyn met schryven, exact ongeveer elf uurs per etmaal.
    aangekruist daarby dienen ondermeer minstens de volgende twee bemerkingen, namelyk ten eerste dat ik wonderlyk weinig tyd-rovend ommezien heb naar de children, dankzy luv, maar ook dankzy die children zelf, die kranig bezig blyven met piano-spelen, tekenen en gamen (rocco james conan) en anders met snapchatten (mollie), en ten tweede wil het worden opgeworpen, lezers, dat myn intense schryfwerk sporen beslaat die onderling zeer verscheiden zyn; vandaar juist, dat het zo erg vanzelf spreekt om er toch zoveel uurs meê te kloppen.
    (nog een derde bemerking: door de schrappingen van al myn optredens dit voorjaar, heb ik de initieel voor april gepland gestaan hebbende aankoop van een nieve laptop, evenééns moeten schrappen; waardoor ik alsnog vrede moet zien te nemen met dit aloude, giet-yzeren klavier hier voor myn neus, dat vooral aan de drukknop voor de letter E niet meer schynt te gehoorzamen,- kreunn...)
    *van halftwaalf tot één: schryven aan deze blog, namelyk aan de meer technische rubrieken ("alternatieve feiten" en dergelyke...)
    van één tot halfdrie: het op een rytje zetten en lichtjes corrigeren van myn dagboeknotities van specifiek het jaar 2017 - dit, met oog op een klein boekje; "dagboek-notities 2017."
    van halfdrie tot halfvier: de ingezonden opstellen van myn leerlingen corrigeren. wat nu wel, eventjes, gaat wegvallen, doordat de corona-vacantie wordt overlapt door de velerlei belangryke paasvieringen; maar: tevens corrigeer ik smiddags ook, tegen een kleine vergoeding, literair geaspireerde teksten van beginnende auteurs, my aangereikt langs "azerty-factor"; een website, speciaal voor deze creatieve geesten in het leven geroepen. ik schryf dan dingen zoals:"hier kan je best een nieve alinea beginnen," of ook:"als je heel het voorgaande stuk in de verleên tyd hebt geschreven, waarom hier nu dan ineens de tegenwoordige tyd?")
    van halfdrie tot halfzes: nog steeds zonder pauze ga ik dan voort met het klaarstomen van een tekst, die gaat moeten dienen voor, optenief, een klein, draagbaar leesboekje, ditmaal een leesboekje met als onderwerp mary shelley (1797-1852), en haar relatie tot het monster van frankenstein. het ploegwerk, dat dit is, baseert zich wel op reeds bestaande teksten, namelyk de dingen ik al uitschreef voor myn roemryke lezingen betreffende frankenstein - maar toch: het vergt noeste, droge arbeid om daar iets leesbaars van te maken. al hoeft dit ook absoluut niet geniaal te zyn! zelfs mag zo'n boekje een béétje slordig ogen, en een béétje iets onnozels hebben ook. maar: ik begeer zoiets reeds langer dan vandaag, alleen had ik er de tyd nooit voor. ook myn àndere lezingen ("de kempenkrak", "sherlock holmes", etc) behoeven feitelyk allemaal zo'n boekje.
    (ik mag wel, geheel verlicht, uitkreten, dat het universum van de shelleys my nog steeds geen halve minuut afzaagt; integendeel: al lezend en zoekend in specifiek déze letterkunde (europese letterkunde van rond het jaar 1800), blyft een mens dieper en dieper dat magische labyrint in glyden...)
    tussendoor komt er, tussen halfdrie en halfzes, wél strikt dagelyks, als door jahwe zelf georganiseerd, één vriend of vriendin voor my langs, die zich dan voor een halfuurtje aan myn voordeur piketteert: om een boekje van me te kopen. is dit niet enorm zen? de zon schynt, de merels in onze tuin betonen zich zeer gelukkig.
    er vallen nauwelyks nog enige oorlogsslachtoffers, en quasi géén verkeersslachtoffers. buurvrouwen leunen door hun venster om te komen praten, kinderen zitten weêr op hun dorpel.
    dan weer voort-schryven...
    luv regelt ondertussen de shit-zooi; het betonrot, de crisis-premies. de reis-annulatie-verzekeringen...
    van zes tot halfacht: schryven aan deze "state of being", althans in kladversie.  
    vervolgens: de children te rusten brengen; by rocco james conan (die doen-ik vandaag; we wisselen af) wil dit zeggen: voorlezen uit de rebooth van de rode ridder, of anders uit jommeke of de smurfen. de meeste dagen ga ik eerder overdag ook wel met ze gaan sjotten in het park...
    van tien uur savonds tot halftwaalf savonds: correspondentie. bankrekeningen. facebooken. de blog uploaden, en onderwyl naar het nieuws luisteren. echt hard doorwerken kan op dit ogenblik niét, namelyk omdat luv nog naar beneên gaat komen. er is niks zo erg als in trance bezig zyn met het uitschryven aan een gedicht - als ineens dàn je vriendin komt zeggen, dat je geen natte kleêren meer by de droge was mag leggen!!...
    van halftwaalf tot twaalf: luv komt naar beneên. oftewel spelen we dan "dieren raden", oftewel mag ik haar dan vastbinden met startkabels, om dan vervolgens, gratis, haar boven- en onderkant met een braadvork vol te smeren met slagroom, die eigenlyk is voorbestemd voor wafelenbak, en ten slotte hard af te ranselen, net zolang totdat de children voor haar om genade komen smeken.
    van twaalf uur snachts tot halfdrie snachts: schryven aan m'n eigenste, vrye litteratuur; de voorby weken betreft dit de extreem lyvige, volstrekt solipsistische avonturen-roman "de opkomst en ondergang van circus bulderdrang". een boek dat 380 bladzyden moet tellen - ik zit nu op bladzyde 346. maar: later gaan-ik dat nog allemaal tamelyk hard moeten uitkammen.
    van twee tot drie: lummelen. youtube-filmpjes... de kat aaien. xhamster. de afwas doen... als ik vlees heb gegeten (gebeurt één keer om de drie weken), word ik nu overvallen door een alles verterend gevoelen van spyt, spyt om de gehele wereld; maar als ik my in de loop van de dag tot fruit, peperkoeken en graan heb weten te beperken, blyf ik een soort argeloos aards-paradys-bewoner, niet snappend wat die slang my nu allemaal juist wil komen vertellen.
    vanaf drie uur snachts, en net zolang totdat ik écht m'n ogen ni meer kan openhouwe: lezen in de essays van harold bloom, oftewel in een stripverhaal, gisteren iets heel moois van dav guidin, cadeau gekregen van esther van uitgevery xtra...
    en morgen
    dit alles
    nog 'ns opnief...


"gisteren iets heel moois van dav guidin,
cadeau gekregen van esther..."
  

-end


ONS FEUILLETON


DE INDRINGER



feuilleton in 20 afleveringen


door don vitalski





wat voorafging: een wellicht wat sloom geboren jongeman, genaamd pjotr lavaski, komt, onderweg naar het stempellokaal, op een nodeloze rommelmarkt op een pleintje, twee ogenschynlyk zeer banaal aandoende reiskoffers tegen, die hem toch mateloos intrigeren...









2.
een uur en nog eens een halfuur later,- ietsje voor zessen was het ondertussen geworden, goed uitgerekend als op een rekenbord  van de lagere school -, wist, lezers, onze goeie held, de beruchte pjotr lavaski, zich met zyn uitgeputte twee voeten en met zyn nat bezwete gehele bovenlyf en onderlyf, terug thuisgekomen. de beide koffers, waarover in het vorige hoofdstukje zoveel sprake, stonden intussen vlak voor zyn neus op de salontafel, waar ze byna rinkelden, sprakeloos glimmend in het beweeglyke rosse licht van zyn puffende kleine gaskachel.
     nog op die rommelmarkt, daarjuist, was onze held er, rechtvaardig geboren als hy zich wist, langdurig meê doende geweest, daadkrachtig te proberen uit te vinden, wie nu precies de verkoper kon zyn van deze spullen, die op hem zo'n merkwaardige aantrekkingskracht waren blyven uitoefenen. maar aldoor ving 'ie nul op zyn rekest. "neen, niet van my!" "die spullen stonden daar al, toen wy hier toekwamen!" "geen idee, ik dacht dat jy de verkoper juist was!"
    "op een ogenblik," zo begreep onze held, "zal deze rommelmarkt toch weêr moeten opdoeken? dat kan niet anders! zodat de verkoper van deze twee koffers dan wel zal moéten opdagen! tenzy die misschien, intussen, is doodgegaan, zomaar ergens - niet eens zo'n overdreven vergezochte redenering; ook marktkramers waren sterfelyk, en wannéér je juist zou sterven, dat kon je zelf niet kiezen. maar," bedacht pjotr nog meer, "ik zou alsnog, érg dringend ook, het stempellokaal moeten zien te bereiken. dus: om zolang nog te staan afwachten - daar heb ik de tyd gewoon niet voor."
    en nog meer bedacht 'ie:"het is niet myn schuld. een verkoper moet by zyn stand blyven. dat is zyn verplichting."
    en toen had pjotr lavaski er dus niets beters op gevonden, dan om dit volgende, zeer eigenaardig manoeuvre uit te voeren; met langzame bewegingen, goed zichtbaar voor alle omstanders, was hy ertoe overgegaan om, eerst, die kleine koffer van de grond, en vervolgens, meteen daarna, die grote koffer van de tafel te pakken. hy prevelde nog uit, half slap, half duidelyk:"ik zie geen verkoper..."
    maar: niemand was er verder meê bezig. en zo, zonder boe ofte bah, was pjotr, met in iedere, nauwgezette werkzame hand één van die twee, byna niks wegende koffers, beginnen voortstappen, weg van dit plein, het kromme jodenstraatje door, de oever over. en daarna langs de drukke, grote, tochtige winkelstraten van het oude centrum. naar het stempellokaal was hy niét meer geweest; dat was er, zagen we, eenvoudigweg toch niet meer van gekomen.
    hy dronk een tas koffi, hy smoorden-'n cigaret. hy bekeek de twee koffers tot in het oneindige, ongeveer zoals een mens naar kabbelend water zou hebben gestaard, of naar een rustig ademend huisdier; onderwyl wel vanalles bedenkende, maar niets noemenswaardigs. een paar keer ging 'ie overeind staan, veelal om dan meteen, zeer naarstig, door het matte raam te gaan kyken, gestaâg doublecheckend of de mooie elise misschien niet thuiskwam, zo onderhand. al zag 'ie er naderhand, en met stelligheid, voorgoed en voor altyd vanaf om die twee koffers, of één ervan, ooit van zyn leven aan dat meisje cadeau te zullen geven (één van zyn aller-slechste ideeën ooit!), toch bleven, in zyn gedachten, die koffers met haar verbonden - gevoelsmatig althans, want een redelyke verklaring viel daar niet voor te verzinnen.
    hy ging naar buiten - meer bepaald, na een belachelyke omweg, naar die nieve frituur om zyn hoek, frituur frêre jacques. om daar een grote friet met tartaarsaus te bestellen, maar ook wat zo mooi werd genoemd een "berenpoot". hy consumeerde dit voedsel daarzo, ter plekke - met weinig smaak, maar wél met erg veel zout. "toch goed," zo overdacht 'ie dit - voor de rest van de lange dag had onze verhalenheld nog totaal niks ànders gegeten.
    na dit uitje, liep pjotr lavaski algauw weêr naar huis terug. het was koud voor de tyd van het jaar. het motregende zonder ophouden. de straten lagen er grimmig verlaten by.
    tot zyn ontsteltenis was er nu toch wél, naar 'ie dit moest toegeven, leven in de brouwery; er was namelyk licht beginnen te branden op de verdieping van elise. wat betekende, lezers, dat ze moest zyn thuisgekomen, preciés op dat éne moment toen hy er zelf, héél eventjes maar, vandoor was geweest... zyn maag draaide. hy wilde dood! misschien was hy van plan geweest om haar te passeren op de trap. misschien zou 'ie haar toch wel, zelfs, hebben aangesproken - byvoorbeeld toch wél, als hy dit zou hebben aangedurfd, met een woord over die twee koffers. "maar - goed, hier nu alles eventjes by mekaâr," zo prevelden-'ie het hardop. "alles by mekaâr is het juist goed, zoals het is. best mogelyk zou ik my totaal belachelyk hebben gemaakt! ik weet niet goed wat my mankeert... wat is er loos met my? waarom bibber ik ineens zo erg, wat is hier toch gaande?"
    voor de rest van de lange avond en vroege nacht bleef 'ie, rechtop in zyn kaduke zetel, die twee vreselyke, bolstaande koffers op zyn salontafel nader bestuderen. pas rond halftwee nà middernacht kwam hy toch weêr helemaal overeind te staan, en deed, kordaat, zyn regenfrak aan...

WORDT VERVOLGD   

afterLink

goed crazy...

zondag 5 april 2020

maandagbunnie

mia doornaert

prent vd week


agenda

er is vandaag, in principe, een optreden bygekomen voor in september; het weekend van de 18e; maar - ik kàn het my eenvoudigweg niet indenken...

zoveel mogelyk / zo weinig mogelyk

zoveel mogelyk: bloggen

zo weinig mogelyk: terugdenken aan vroeger

dakkan / dakkanni

dakkan: een robot met gevoelens

dakkanni: zo iemand als ben weyts op een ministerpost

onderschat / overschat

onderschat: charles lamb

overschat: by elkaâr op bezoek moeten

naar waarde geschat: zondagvoormiddagen

alternatieve feiten

1. voordat 'ie doorbrak als schryver, deed robinson crusoë-auteur daniel defoe (1659-1731) een heleboel jobs, ondermeer probeerden-'ie parfums te maken en verkopen op basis van kattenstront. (let op die data; defoe leefde veel vroéger dan je zou hebben vermoed.)

2. voordat je parfum op je huid doet, moet je die huid nat maken; dan blyft die parfum er veel langer op liggen.

3. een gemiddelde mens heeft ongeveer 2 vierkante meter aan huid.

4. een gemiddelde mens krygt gezondheidsproblemen als hy langer dan drie uur per dag op een stoel zit.

5. het engelse woord voor stoel, "chair", dat in de bybel overigens geen énkele keer voorkomt, komt van het latynse woord "cathedra", willende zeggen "gaan zitten."

6. in de latynse teksten die daniel defoe soms schreef, komen flink wat fouten voor, maar dat komt omdat hy geen antiek romeins, maar algemeen middeleeuws europees latyn schreef  (in zyn latynse editie heet "robinson crusoë" overigens "robinson crusoëus".) 

(dit was: defoe-parfum; parfum-huid; huid-gemiddelde mens; gemiddelde mens-stoel; stoel-latyn; latyn-defoe)

weird superhero

masked raider
jaren 30
niet superheld, maar vigilant

waar was je te zondag

peter felix
voor zyn legendarische geveltje
in de wetstraat

deze hadden we nog niet...

aan de free clinic aan de schynpoort hangt een bord "verboden rond te hangen",
sinds jaar en dag is er in de kloosterstraat een winkel met in zyn voordeur een bordje:"dit is geen rondkijken-en-niets-kopen winkel!"; wat getuigt van een begrypelyke frustratie, maar wat toch merkwaardig is voor een uiterst diverse snuisteryen-winkel van uiterste tweedehandse spulletjes;

maar deze, in de kerkstraat, is nief:"verboden te staan."

as close as it gets...

nonkel jeroen overhandigt aan nonkel serge een boormachien...

myn kinderen komen by nonkel serge de nieve "brul" halen, dwz echt een steengoed kinderstripmaandblad...

interludium


state of being, 5 april 2020


je begrypt wel waarom het virus zich in steden sneller verspreidt. een zonnige zondag, een wandeling van tweeduizend meters door de woonbuurt, met de kinderen op hun step. veel gerookte viswinkels en panda-bakkers zyn op zondag open, in deze contreien, en met dat zonnetje d'rby, gaf dit in sommige steegjes toch echt wel een soort van drukte, een soort van kleine bazaar. één op de zeventien mensen schynt ook niet echt bezig met veel distanciëring... dus: dan mag je zelf nog zo erg op je tenen lopen als haalbaar, net zo lief word je dan ineens voorbygestoken van zeer dichtby, of kruist er op een kruispunt iemand jouw kinderen van nét iets te dichtby. sommige trottoirs zyn eenvoudigweg te smal om twee mensen te laten passeren, zeker als die onderling hasjiesj staan te verkopen (dit mag ik niet zeggen, het is een overdryving...) er reden weinig auto's, dus op den duur liepen we dan maar, met de geparkeerde auto's als een buffer, in het midden van de straat; maar een lollige wandeling is het dan eigenlyk niet meer. je voelt jezelf dan eigenlyk gewoon een soort knypkont.
    en toch, tegelyk was het ook wél mooi.
    het is aangrypend om te zien hoe vele mensenburgers weêr met mekaâr staan te praten aan mekaârs voordeur, een beetje zoals op die oude prentkaarten van voor de oorlog. je moet toegeven dat er over de mensen een zekere, verloren gegane menselykheid schynt te zyn neêrgeland. buren staan te praten met mekaâr, en dat staan praten met mekaâr schynt, onweêrlegbaar, tot een soort event geworden.

mop vd week

(c) hfc

dreamer



prince leefde nog, en was zelfs bezig een film te maken als een vervolg op purple rain. ze draaiden een scène waarin appolonia hem in zyn nek graaide, en hardhandig de straat op keilde. de actie was uiterst amateuristisch.  en moest dus ook telkens opnief worden gerepeteerd. dit was opmerkelyk: de eerste keren waren erg stuntelig, maar die hadden tenminste nog een echte fors; de latere keren waren meer gestileeerd, zelfs kwam er op den duur heel eventjes, middenin het parkoers, een danspas in langs, maar waren daardoor juist nog minder geloofwaardig. in zekere zin speelde zich dit af op school, en had ik zojuist lesgegeven. ik woonde samen met nog iemand (wie?) deze repetitie by, maar als enige voelde ik de noodzaak om commentaar te geven, namelyk uit bekommernis; dit kunnen ze zo toch niet op de mensheid willen loslaten?? ik sprak dus voorzichtig m'n hele mening uit, dat hier nog erg veel werk aan was, etc, maar doen gebeurde er iets eigenaardig; prince, staande rechts van appolonia, zei wel helemaal niets, maar op een ogenblik rolden daar ineens twee, drie tranen over zyn wang -"myn god," zo beseften-ik. "hy was hier zyn hele kunnen aan het insteken. wy dachten: dit is maar een repetitie, doe nog 'ns; maar voor hem was het iedere keer de gehele ervaring, hy was het iedere keer in iedere vezel aan het doorleven geweest; voor hem was het allemaal écht..."




"voor hem was het allemaal écht..."

-end


ONS FEUILLETON


DE INDRINGER



feuilleton in 20 afleveringen


door don vitalski
















1.
al de hele dag lang wist de held van deze vreemde geschiedenis, pjotr lavaski, zich op weg naar het stempellokaal, met zyn stempelkaart dan weêr in zyn handen, dan weêr in de smalle binnenzak van zyn verkreukelde lange regenfrak. tot zyn eigenste, jammerlyke spyt liet onze vriend, die zeker een held was van deze tyd, zich aldoor worden afgeleid; twee vrienden van zyn vader riepen hem naar binnen in een drukbezocht café, wat verderop liep 'ie, uit zichzelf, by een schoenwinkel langs, anders goed beseffend dat 'ie voor nieve schoenen totaal geen geld meer had. pas laat in de namiddag, terwyl het zachtjes was beginnen te motregenen, kwam hy, als eindelyk, na al dit soort van vele, nutteloze omzwervingen, toch tenminste in de buurt van zyn eindbestemming, het stempellokaal in de sint-rochusstraat. collega-stempelaars passeerden hem, byna allemaal in exact de tegengestelde richting, hem gebarend dat 'ie zich moest haasten; "het lokaal gaat dicht, de lampen gaan er al uit!"
    hy versnelde zyn pas, misnoegd om zyn eigen getreuzel - maar: toen kwam 'ie, tussen noodlot en toeval, by een rommelmarkt terecht, ter hoogte van een weinig opzienbarend pleintje waar 'ie eigenlyk nooit eerder kwam, en dat werd gekenmerkt door een paar kleine, best sombere, kleurloze knotwilgen die hier groeiden, maar waaraan wel, voor deze gelegenheid, met aanschouwelyke moeite, een paar zachtjes schommelende guirlandes waren opgehangen - en zo, zonder dit met nadruk zelf te hebben begeerd, zag pjotr lavaski, ons hoofdpersonage, het dan toch gebeuren, lezers, dat hy, met de aandacht als van een opkoper, deze stalletjes alle afgraasde, het ene na het andere.
    hoewel hy zodus, zoals al aangegeven, nauwelyks nog één frank op zak droeg, toch nam onze held het ene na het andere kleinood ter nadere keuring in zyn verkleumde tien vingertoppen - daarby, bovendien, aan de verkoper telkens allerlei nieuwsgierige vragen stellend;"hoeveel kost dit halssnoer precies?" "waar heb je, eigenlyk, deze prachtige oude tydschriften vandaan?" die verkopers dachten dan telkens reeds helemaal verlekkerd en tuk dat ze prys hadden - waarna ze hun wispelturige klant dan evenwel toch weêr, plotseling gehaast, zagen voortstappen - feitelyk, om niet te zeggen "in wezen", alsof die gewoon niet helemaal goed snik was. zo'n mens, om dit alles nu kort en goed by mekaâr te hebben, scheen op onze wereld gewoonweg helemaal niks te kunnen komen uitsteken, zo was dat.
    op deze manier echter, kwam pjotr lavaski, die ook zelf zyn geduld al was beginnen te verliezen, opzy van nog zo één typische, maar ietsje dikkere knotwilg, die daar kromtrok, voor een grote, hoge, houteren tafel te staan, waarop, klaarblykelyk, een heel erg opvallende reiskoffer klaarlag. nu was het niét zo, beste lezers en vele lezeressen, dat er vanuit dit voorwerp meteen één of andere "magische kracht" afstraalde, zoals in wondere verhalen ongeveer gebruikelyk; zelfs zag dit ding er eenvoudigweg sjofel en helemaal versleten uit, van een grauw, suf bruin leêr, dat ook volstond met krassen en bultige sneeên, door slap afhangende slotjes nog 'ns extra ontsierd - voor wie dit ook maar iéts zou hebben verdomd. maar toch: meneer lavaski kon er zyn twee oogbollen niet meer van afhouden - byna meteen, en dan direct ook gedurig, dit volgende byna hardop bedenkend:"zou dit geen mooi cadeau zyn voor elise?"
    deze elise, over wie hier nu opeens, wel begrypelyk genoeg, sprake, was een meisje dat, nu ongeveer één jaar geleên, in hetzelfde appartement was komen te wonen als waar pjotr lavaski zelf allang verbleef, meer bepaald was zy er terechtgekomen op de verdieping vlak boven de zyne; zodat 'ie ook steeds haar voetstappen vernam, telkens wanneer zy door d'r kamers liep. een tydlang hielden pjotr en dat meisje er misschien zelfs een lichte soort van 'n romance op na, toch wel - zonder aanrakingen, maar wel degelyk mét, aan haar enige tafeltje, by een koppige fles rooie wyn, vaak ronduit driftige gesprekken, die wel 'ns, beginnend zeer vroeg savonds, konden blyven voortduren tot ver na middernacht. inmiddels waren ze gekalmeerd - maar: nog altyd werd onze held, willen of niet, een indringende genegenheid voor dat meisje gewaar. telkens wanneer zy mekaâr nog passeerden, byvoorbeeld in de traphall, ging zyn hart sneller slaan, en zo ook wanneer 'ie, zoals vaak gebeurde, thuis by het raam was komen te staan, speciaal om haar de straat te mogen zien oversteken - op weg naar waar?
    ze was toch niet, dacht 'ie dan soms, met een àndere man?
    dus het was niet onlogisch, myn zonder meer beste, goed variërende, liefhebbende lezersschare hier geheel byeen (hier jullie voor een laatste keer hebbende aangesproken), dat 'ie er al een tyd lang aan dacht om dat mooie meisje, dat zy was, die elise, een cadeau te proberen te bezorgen - maar: waarom dan wel juist deze vreemde, naargeestige reiskoffer? dit viel niet te rymen... die elise ging toch nooit op reis? toch zeker niet in zo'n mate, dat pjotr d'r weet van had... en zelfs zou zo'n cadeau, wist 'ie, volstrekt verkeerd kunnen worden opgevat; een reiskoffer! alsof 'ie het zou hebben verlangd, haar mede te delen:"kras eens op!"  alsof 'ie haar zou hebben willen zeggen:"ga eens op reis!" terwyl 'ie dat lieftallige feeënmeisje, dat zy was, in waarheid juist veel dichter terug by zich wilde!
    "hoeveel kost deze koffer," zo vroeg pjotr lavaski dan toch, toen daar, aan de andere kant van de houteren tafel, een lange, smalle mevrouw opdook, een bejaarde mevrouw met een regenkapje, maar die, misschien om dozen te herschikken, tot dusverren-op haar knieën op de grond aan het zitten was geweest.
    "geen idee, ik sta hier niet!" zei die mevrouw met een snauw.
    "niet?"
    "dit is niet myn tafel! ik sta daarzo - daar, die tafel met die mooie, russische poppetjes. dat is myn tafel!"
    "maar... van wie is dan déze tafel? met deze reiskoffer? ik bedoel - wie," vroeg pjotr aandringend, "wie is hier dan wél de verkoper?".
    "geen idee!"
    hy liet zyn twee ogen over de andere koopwaar glyden, die hier gereedlag; een bronzen schild, een africaans aandoende speer. een rieten korf. dan zag onze held, op de grond tussen de natte kasseien, nog een tweede, iets kleinere koffer daar gereedliggen.
    een àndere koffer - maar: waarom dan? als pjotr lavaski, zoals die eraan toe was, die eerste koffer, die veel grotere reiskoffer, al niet wilde hebben - waarom nu dan wél nog, daar bovenop, ook die àndere koffer nog willen beschouwen? waarom liep 'ie niet gewoon verder? waarom was het aan het gebeuren, inderdaad, dat onze held het aan zichzelf onderhand moest toegeven, al byna "niet meer goed snik" te zyn, door zich zo erg, byna ziekelyk, door die béide onooglyke reiskoffers, zo overdreven drastisch aangetrokken te blyven weten?
    terwyl hy dus niet eens wist, wie er de verkoper van was.

WORDT VERVOLGD

afterLink

zaterdag 4 april 2020

zondagbunnie

jirka de preter



voor de 1e keer in twintig dagen had ze een echt gesprek met iemand - gesprekken met de buurman, de bakker en de kassierster niet meêgerekend

prent vd week

prent vd week

reklaâm

de snelle beslissers hadden gelyk;


deze mooie, unieke gedichtenbundel,
"het geheim
van de yggdrasil",
is nu volstrekt
uitverkocht.







myn excuses waar het soms misliep met het signeren...

dakkan / dakkanni


dakkan: de kolonisatie van mars

dakkanni: de opwarming van de aarde nog net op tyd tegengaan