zondag 31 juli 2011

maandagbunnie



bunnicus anonimicus

state of being - 1 augustus 2011


vandaag, maandag, ben ik om 12u stipt een uur te gast in het radioprogramma "dolce vita", op klara -- ik neem echter aan dat dit niet rechtstreeks wordt uitgezonden. Of toch?

kim van de week



zondagbunnie



emma frost

met veel plezier gelezen deze week


ook zelf altyd maar stripscenario's aanmaken, byna een dagelykse bezigheid al jarenlang...

state of being - 31 juli 2011

waarin vitalski afscheid neemt van wat voorby is, doch aankondigt wat komen gaat. teneur: algehele aanvaarding van het fatum, zonder protest; decor: hannibal die met zyn vyftoenduizend olifanten van de olympus neêrdaalt; doch niet agressief of zo, alleen maar bezorgd om zyn viervoeters, die immers ook niet goed weten waar zy het hebben...


verdorie, de maand juli van het jaar 2011 was zo prettig, mooi en melodieus bovendien, dat het pyn doet om ze nu voorby te weten gaan, zo vlug alweêr. gelukkig ziet de aanstaande maand, oogstmaand augustus, maand van de maria-ten-op-hemeling, er ook byzonder tof uit, welteverstaan. vanaf dinsdag beginnen repeteren met veerle malschaert, voorts hier of daar deejayen, ondermeer in het letterenhuis, plus hier of daar een woonkamer-optreden - eigenlyk maar één keer -; maar wel, daar of hier, een stuk of drie namelyk, smartlappen-gigs met martinus wolf en irene vervliet op diverse straatbarbecues. komt erop neêr dat ik het rustig aan kan doen zolang ik innerlyke rust vind. wat wel geen lachertje is, vermits ik een grote dommerik ben. maar: het komt er tévens op neêr dat ik geleidelyk aan blut zal geraken. hoezee, op het eind van de maand: met myn gezin én met valerie degroodt én els crawls naar frankryk op reis. ik mis de natuur, een mens zou een bos- of valleiwandeling moeten kunnen doen zonder daarvoor eerst de auto in te moeten. het stadsleven is toch merde, wat ik je brom. aldoor overal van die opdringerige affiches, sms'jes van vrienden die je verwachten in het café om de hoek, optredens van nog meer vrienden, you name it. je ontsnapt er niet aan. op het eind van zyn leven zei gerard reve:"ik was veel vroeger uit amsterdam moeten weggaan." bent van looy zegt ook:"ik snap niet waarom ik zolang in gent ben gebleven."
    overdag vandaag, in plaats van achter vrouwen aan te jagen, wat een zo goed als getrouwde man niet betaamt, zeker niet als er buiten zo'n klam klimaat heerst, alwéêr een gehele hoop state-of-beings aan mekaâr geregen, voor nog steeds het voornemen, ze allemaal eens te bundelen, voor een soort van dagboek. een bezwaar luidt, ik weet:"die teksten zyn al verschenen op het internet," maar dat vind ik niks, je kan op zo'n blog niet door-lezen, wie klikt er nu op "oudere berichten"? na twee weken vallen deze notities in het ravyn voor altyd. (de photo's daarentegen leiden een leven apart, ook na de dood. als koen boyden of bert lezy hun eigen naam googlen, en dan naar "afbeeldingen" surfen, dan komen ze voor 80 procent op myn blog terecht. ik claim met andere woorden de beeldvorming van dozynen mensen. surf maar eens "afbeelding" diane broeckhoven, chris van camp, et cetera.)
    plus, what's more: zo'n blog leest van achteren naar voren; vertrekkende by de dag van vandaag, daarna naar gisteren, daarna naar eêrgisteren; je kan net zo goed achteruit naar de bakker lopen; in een dagboek is het, terecht, precies andersom, en dus veel meer "traceerbaar".
    enfin, ik hoef van dit soort problemen ook helemaal niet wakker te liggen. want als ik een boekje maak, is dat grosso modo toch maar voor myzelf, en voor het ding an sich; ik heb geen "doelgroep", ik win geen pryzen. het enige dat my nog mag interesseren, is of ik het financieel een beetje rek, en voor de rest moet ik vry en ongebonden kunnen wezen - vooral moet ik iédere dag kunnen uitslapen!!
     ik geloof dat ik het muziekgroepje van myn nichten carmen en laura een beetje ga protegeren. als ikzelf zo iemand, een soort manager, achter my had gehad toen ik hun leeftyd had (twintig), dan was alles heel anders gelopen. nu, na al myn bulten en omwegen, ken ik het traject een beetje en kan ik met weinig te doen toch veel voor ze betekenen. alleszins heb ik daarstraks een professionele opnamestudio voor ze vastgelegd. big deal. je moet ze grypen wanneer ze nog zuiver en jong en fris klinken. maar myn naam mag absoluut niet met ze geassocieerd worden, anders gaan er vanzelf een paar deuren voor ze dicht. doki, ik verberg my wel...
    een roman schryven; het verhaal van het slangenmens, het aloude weeshuizenverhaal; doch in plaats daarvan lummel ik voort, een scenario voor het stripverhaal voor myn broêr jeroen, en we zyn weêr een uur verder; schaken, naar terzake kyken, een paar mails beantwoorden - en de dag is weêr om. deze kleine nocturnes hier voor uw ogen, o bloggers, dit zyn het enige dat nog uit myn pen vloeit... hoe weinig monumentaal, zo'n lichtzinnige stukjes modder en nog meer stukjes modder, die aanspoelen tegen de oever - de etymologie van de stad antwerpen; anda-werpum; aangeworpen gronden, aan de bocht van een rivier; méér is beschaving ook niet... de evolutie tot wie we zyn geworden, is volstrekt toevallig verlopen, niet teleologisch (zoek op in het woordenboek: teleologisch.)
    okay, tot morgen!

vrijdag 29 juli 2011

weekendbunnie





trisha, 
die, zoals vandaag in dag allemaal te lezen,
een baby verwacht van ignace crombé




ben terug in de stad waarvan ik officieel de nachtburgemeester ben.
zie hieronder nog één keer terug naar de ardennenreis, die my evenzeer aangreep als, verder terug in de tyd, een reis naar malta, cyprus, ecuador en bangladesh.

long live belgium, fuck het separatisme!






the hills are soft and green






de hele dag chillen en niksdoen,
hoewel soms ook lanterfanten en af en toe luieren.
plus heel soms gewoon achterover hangen



laura leert haar moeder de ukelele te bespelen...



énige culturele uitstap: chagall naast de kathedraal van malmedy
maar niet veel aan gehad wegens, naar myn mening, luchttekort in dat museum...

play against the rules


believe it or not, de laatste dag was ik getuige van een waarachtige tarantino-scène;
in een nochtans supperrustige straat rydt vliegensvlug een wagen, met Vlak daarachter, precies even vlug, een kleine vrachtwagen;
de vrachtwagen trekt zelfs op; bleek dat die bezig was, die wagen opzettelyk te rammen - en hard ook, en zonder ophouden!
na vyf meppen draait de wagen dwars over de weg, de vrachtwagen neemt een aanloop en ramt de wagen in de zykant, tweemaal na mekaêr. de wagen, half aan diggelen, vlucht alsnog, de vrachtwagen draait om in de andere richting, en voila: meteen achter de hoek, wanneer ik daar arriveer, blyken ze frontaal geramd.
    de dame achter het stuur van de vrachtwagen springt de chauffeur achter het stuur van de gewone wagen te lyf en begint hem by mekaâr te meppen. pure bukowski. maar ik deed in m'n broek want eerst geleek het of ze ook over Myn tenen gingen ryden!!
     moet je daarvoor naar de boerenbuiten...


als men zegt "boswandeling", bedoelt men doorgaans "wandeling over een pad làngs een bos"; zelf loop ik liever dwars Door het bos!!




de laatste twe koeien die ik nog had willen doodslaan...
die vooraan heb ik nog tien goeie meppen gegeven, maar toen besefte ik ineens: waar ben ik precies meê bezig?
ik denk dat het de laatste keer is geweest; dat ik er te oud voor ben geworden...

vrydagbunnie





anneke caramin
gelieerd door jangojim

okay


vanaf morgen ga ik weêr gewoon bloggen. vandaag een laatste uitvlucht, met name, hieronder, het interview dat de inleiding is tot het in september te verschynen grote stripverhaal "pierre lasson en het vrouweneiland"...

- nog één keer de contente groeten uit waimes, by malmedy X

parlando van een meesterkok - knokke, de duinen


8.
Die kookcursus van de VDAB werd bij nader inzien alleen maar gegeven in Oostende, Koningin Der Badsteden, en geheel nergens anders. Ik had geen middelen, dus hoe moest ik daar aan onderdak zien te geraken? In een café in Antwerpen, ergens op het Eilandje, geraakte ik aan de babbel met een nogal avontuurlijke kennis van me, een zekere Martin Van Blerck, vandaag vooral gekend als een al te democratisch aangelegd galerijhouder van een galerij op de Mechelsesteenweg. Een beetje een fis-à-papa, zijn ganse familie aristocratisch. Bij een whisky of twee legde ik hem mijn problemen voor. "Wat een toeval," zo sprak hij. "Mijn ouders hebben een buitenverblijf aan de kust. Best wel een chique ding, wat ik je brom."
    "In Oostende?"
    "Niet echt - maar wel in Knokke. Ik ben er eens één keer gaan kijken, echt mooi!"
    Ik vraag een mens niet graag om een gunst, ik ben graag vrij en onafhankelijk, maar ik had geen keuze. "Zou ik daar niet in mogen, in die villa? Voor een paar dagen? Staat ze leeg?"
    "Heb jij geld?"
    "Geen rotte frank, ik verdien niks, ik overleef op geld dat ik van een tweetal vrienden leen."
    "Welja," sprak hij aarzelend. "Goed dan maar, waarom niet? Maar," voegde hij er met veel nadruk aan toe:"Te lang mag het niet duren. Maar voor een paar dagen, oké... Het staat er inderdaad toch maar leeg, meestal."
    "Zoals je weet: ik zoek onderdak in Oostende. Dus meteen van zodra ik dat voor mekaar heb, ben ik in Knokke weer pleite."
    De volgende dag kon ik de nodige sleutels en huisreglementen bij hem gaan ophalen. Ik bedankte hem hartelijk. In tijden van nood leert men zijn vrienden kennen. Zo wordt toch gezegd.

9.
Dat buitenverblijf in Knokke bleek inderdaad een onbetaalbaar chique luxe-appartement. Zicht op zee vanuit je bed, vuistdikke tapijten zelfs in de badkamer. Een stereo-installatie zo groot als een kleerkast, gouden deurklinken overal. Overdag toefde ik in Oostende, 's morgens op zoek naar een verblijf, overdag op die verdomde kookcursus, 's avonds op verkenning in de lokale restaurants, om uit te zoeken waar ik zou kunnen solliciteren voor mijn stage. 's Nachts kwam ik zodoende afgepeigerd weer thuis, in dat zoet geurende buitenverblijf, waar ik mij dan met een zucht in de driezit gooide, om daar op mijn rug naar de radio liggen luisteren (aldoor jazz), net zolang tot ik insliep. Ik droomde dat ik levende garnalen de nek om wrong, iedere nacht weer.
    Zo ging het twee weken lang voort. Totdat er opeens, op een doordeweekse dinsdagavond eind augustus, zomaar iemand, een rijzige kerel in een grijs maatpak, onaangekondigd kwam binnengevallen. Achter hem aan een geblondeerd wijf in avondkledij, d'r hakken reeds in d'r handen, enigszins aangeschoten bovendien. Verwarring alom, om niet te zeggen: paniek van gene zijde! Klaarblijkelijk had mijn vriend in Antwerpen zijn familie niet eens verwittigd; deze man hier voor mij, een Brusselaar, een of ander neef van hem, wist van niks. Hij kwam uit de lucht gevallen.
    "Help!" Sprak hij klaar en duidelijk, zonder zich verroeren, meteen van zodra hij het licht had aangestoken.
    "Ik doe je niks," riep ik uit, mijn kleren bij elkaar grabbelend.
    "Wie ben je!"
    "Ik ben hier met de goedkeuring van Martin. Die gaf mij de sleutel."
    "Die gaf jou de sleutel? Dat kan niet! Da's helemaal niet mogelijk, man!"
    Hij liep van de ene kamer naar de andere. Dan kwam hij weer terug, stak een sigaret op en sprak:"Je moet hier ogenblikkelijk weg. Ogenblikkelijk, begrijp je? Je moet hier onmiddellijk, op staande voet, weer buiten!"
    "Dat kan toch niet? Hoe lossen we dit op, ik heb geen geld, en mijn kleren, mijn spullen liggen hier - Martin heeft mij bezworen dat ik hier kon verblijven!"
    "Als je wil, bel ik de politie!"
    "Komaan," zei die vrouw, iets meer inschikkelijk.
    De politie - was ik een crimineel dan, of wat?
    "Waar staat je wagen," vroeg hij vervolgens.
    "Ik heb geen wagen. Ik heb geen rijbewijs."
    "Geen rijbewijs??"
    Hij dreigde nog een paar keer de politie te bellen. Tenslotte zette hij me in zijn glimmende Saab, die beneden aan de deur stond(ze waren nog bezig met uitladen), en reed hij mij in één ruk naar Oostende. Zijn vriendin bleef achter in het huis - jammer, want zij wél scheen het een beetje grappig te vinden...
    In Oostende dweilden we een paar goedkope hotelkamers af. Hij liet zijn wagen draaien, ik ging even horen - maar, zo laat op de dag, overal hetzelfde: kamers volzet. Bij het zesde of het zevende hotel: hetzelfde resultaat; geen enkele kamer meer ter beschikking. Ik kwam weer buiten, maar wat zag ik: dat neefje van de Van Blercks was er vandoor. Foetsie als de bliksem. Om de hoek zagen we hem nog wegrijden. Mijn spullen - een paar boeken, een paar schoenen en een tandenborstel - voor mijn voeten op het trottoir.
    "Lafbek!" riep ik uit. Eerst werd ik woedend. Ik smeet met een paar dingen. Het totale nihil was dit. Wat kon ik doen? De zee inlopen om nooit meer terug boven te komen? Dan nam ik mijn weinige gerief op mijn schouders en begaf ik mij naar de eerste, de beste duinheuvel. Het was niet zo koud, dus ik legde mij in het zand, trok een jas over mijn borst, een rui over mijn knieën. Ik drukte mijn ogen dicht - en zo viel ik in slaap.
    Een paar uur later werd ik wakker van de vogels. Er knabbelde zowaar een zeemeeuw aan mijn haardos. Het was nog bijzonder vroeg in de ochtend, klam en grijs. Ongewassen en ongeschoren als een heus zwerver struinde ik door de schemerige stad, op zoek naar een jeugdherberg of desnoods een daklozencentrum. Op een ogenblik onderweg, als geregisseerd door een aftandse Jahwe, viel mijn oog op een gerenommeerd restaurant dat zich kennelijk hierzo bevond: het beroemde Villa Mariza - toentertijd hét meest chique restaurant van heel Vlaanderen. Een protserige gevel, blinkende gele lampen, hier en daar een ronkende leverancierswagen.
    Meer werktuiglijk dan wat anders, belde ik er aan.
    Dit leek mij steeds het meest logische om te doen: meteen afstappen op het allerbeste dat zich aandient. Een mens mag zichzelf pijn doen, maar dan alleen maar als daarvoor het allerbeste in de weegschaal ligt.
    Na een tijdje kwam een volwassen, best elegant geklede, op het eerste gezicht sympathiek ogende mevrouw voor mij opendoen. Ze merkte natuurlijk meteen hoe erg ik eraan toe was. Ik maakte zelfs koorts en zag scheel van vermoeidheid. Toch leidde ze mij welwillend door een lange, geruisloze gang, "Kom maar mee," - tot bij de chefkok, die het juist erg druk had - een gigantisch been hesp in zijn armen. Overal liepen rond hem er jonge keukenhulpjes heen en weer. Grappig en verschrikkelijk tegelijkertijd.
    "Wat?? Wié ben jij?? En wàt doe je hier dus juist??"
    Niemand kon hier aan uit. Die keukenhulpjes hier overal, waren allemaal jonge kereltjes uit de buurt, uit Koksijde ten allerverste - wat kwam een zevenentwintigjarige ploert uit Antwerpen hier zoeken - voor zijn stage??
    Toch nam hij mij even apart, in het salon. In een paar krachtige woorden schetste ik hem mijn situatie. Ik verontschuldigde mij ook voor mijn slordige voorkomen. Ik legde hem uit hoe gedreven ik was om het te maken. De man keek een paar seconden naar het plafond, zonder commentaar. Dan sprak hij:"Goed - ga maar meteen aan de slag. Maar let wel: onder voorbehoud!!"
    "Nu meteen is onmogelijk, ik kan pas vanavond beginnen. Overdag heb ik vandaag dus mijn cursus."
    Hij kreunde bijna, bij zoveel zuivere agonie.
    "Goed, tot vanavond dan," sprak hij strak.
    Ik had weer een nieuwe job.
    Ik moest mij ergens kunnen neerleggen, maar dat was niet aan de orde. Ik moest naar die VDAB-cursus, sito presto.

inview

HOE ZIT DAT NU MET 

HET VROUWENEILAND? 

Een Interview Met Vitalski - Door Vickie Rosseel 










Dinsdagavond, 26 juli 2011. We treffen 

Vitalski ten huize van zijn eigen, waarachtige 

striptekenstudio, te Antwerpen Noord, België. 

Op straat is het rustig en warm, daarbinnen 

gonst het als een bijenkorf en is het nog 

warmer. Om de vijf minuten komt een tekenaar 

onze conversatie doormidden hakken. 

“Waar precies moet deze plaat?” “Wie heeft 

dit getekend?” “Zijn er nog pagina’s met 

voorgetekende kaders?”Problemen die Vitalski 

met een kwinkslag weer oplost. Maar één enkele 

keer roept hij uit in paniek:”O nee! Deze gehele 

pagina hebben we vorige week al getekend!” 

Ondertussen speelt er keiharde jazzmuziek, in 

de tuin troepen rokers samen. Temidden van 

deze drukte staat Vitalski ons bijna stoïcijns 

te woord. Hij heeft dit interview dan ook zelf 

besteld. “Dat kolossale stripverhaal, “Pierre 

Lasson En Het Vrouweneiland”, dat we nu op 

de markt brengen, kan vast een verklarende 

inleiding gebruiken. Dus laten we maar 

beginnen...” 

Vitalski, je hebt deze graphic novel, 

“Het Vrouweneiland”, niet alléén 

gemaakt, maar wel met de hulp van een 

tekenstudio, genaamd “Studio Vitalski”. 

Wat moeten wij ons daarbij voorstellen? 

Zoals je ziet: het is geen flauwekul. Deze 

tekenstudio lééft. Omdat ik niet zonder kon. 

Op een paar kleine, volstrekt onbelangrijke 

publicaties na, is dit boek dat nu gaat 

uitkomen, “Het Vrouweneiland”, mijn debuut 

als stripmaker. Ik ben al mooi veertig jaar oud, 

en wat voor zin heeft het om op je veertigste 

nog te debuteren met een flinterdunne 

bijkomstigheid? Dat was dus een van de weinige 

dingen die ik op voorhand begreep: deze strip, 

wat voor iets het ook wordt, moet een heel 

erg dikke strip worden. Iets van driehonderd 

bladzijden minstens. Het zijn er bijna 

vierhonderd geworden. “Kilometers lopen”, zo 

noemen ze dat in de stripwereld. En dat kon ik 

niet klaarspelen in mijn eentje. 


Dus daarom heb je de hulp ingeroepen 

van een stel anderen: om die massale 

kwantiteit alvast te bereiken... 

Ik kende geen enkele tekenaar met genoeg 

tijd, moed en/of energie voor zo’n fenomenale 

onderneming. Een strip maken, is per definitie 

arbeidsintensief, dus hoe maak je zo’n 

uitgebreid epos? Op een stripworkshop van 

mijn broer Serge, in Mekanik Stripwinkel, zag 

ik een paar jonge kerels hun briljante potloden 

verprutsen aan tamelijk hopeloze stukjes 

scenario, en vanzelf begon het mij te dagen: als 

ik nu tien tekenaars vindt die ieder dertig platen 

voor rekening willen nemen, dan kom ik er ook. 

Zelfs dacht ik er, op die manier, op een jaartje 

tijd mee klaar te zijn, wat echter getuigt van 

een misdadig optimisme. Vijf jaar van mijn leven 

is eraan voorbijgegaan. Wel niet vijf jaar lang 

iedere dag natuurlijk. 

En ook niet telkens van negen uur ‘s 

morgens tot vijf uur ‘s namiddags? 

Dat niet - maar toch wel mooi van acht uur ‘s 

avonds tot vier uur ‘s nachts. Dus écht wel hard 

labeur! 

Maar waarom heb je die strip toch niet 

gewoon zelf getekend? 

Helaas, het is bewezen dat ik het tekentalent 

mankeer. In het begin heb ik ook wel zelf aan 

deze strip mee getekend, voor het zuivere 

plezier van die bezigheid; een muziekje op, de 

ramen wijd open, en nergens meer aan denken. 

Maar de tekenaars van Studio Vitalski zelf 

hebben mij geleidelijk aan in feite weggelachen. 

Af en toe liet ik ze, niet zonder trots, mijn 

gedetailleerd uitgewerkte platen zien, maar 

dan zeiden ze:”Zijn dat de kribbels voor een 

nieuw stuk scenario?” Rond pagina 80 gaf ik 

er de brui aan. Wel ben ik, van toen af aan, 

meer intens beginnen te deejayen op onze 

bijeenkomsten.



Hoeveel tekenaars hebben er uiteindelijk 

meegewerkt aan dit boek? 

Dat hebben we zonet eindelijk eens nageteld: 

het zijn er, mijzelf dan toch meegerekend, 

precies dertig! Dus een waarlijk komen en gaan 

van gedreven vrijwilligers. Maar zeker niet de 

eersten de besten! 

Hoe leid je dat in goede banen? Voor 

je het weet, heb je in plaats van een 

tekenstudio een zelfverklaard speelhol 

uit de grond gestampt. 

Daar heb je gelijk in en daar waren we aldoor 

beducht voor. Het geluk viel mij te beurt, 

mij te mogen verlaten op een harde kern 

van een drietal ronduit geniale tekenaars, 

wiens engagement behoorlijk fanatiek was, 

en die van het begin tot het einde bleven 

meedraaien. Zonder hun vooraf gegarandeerde 

aanwezigheid, durfde ik zelfs geen tekensessie 

te organiseren. Doordat hun talent zo groot is, 

ervoeren de andere tekenaars het vanzelf als 

een leerrijke eer om aan hun zijde te komen 

staan knutselen. 

Wie zijn die drie tekenaars dan? 

Dat gaat om te beginnen in gelijke mate over 

mijn oudste broer, Serge Baeken, en over mijn 

goede vriend en medefilosoof Bert Lezy. Als ik 

hun werk zie, schiet ik vol. Aanvankelijk werkte 

ook mijn jeugdvriendin Vickie Rosseel vaak mee, 

maar die kreeg het te druk en scheen ook niet 

tevreden met haar eigen resultaten. Toen zij 

verdween, opgeslokt door ander werk, werd 

haar essentiële plaats als vanzelfsprekend 

ingenomen door Dimitri Sakelaropolus, alias 

Jangojim. Deze drie rastekenaars, Serge, Bert 

en Jango, vormen de hardcore van dit boek. Ze 

maakten dat de studio bleef draaien, en verder 

hielden ze nauwgezet in de gaten dat onze strip 

visueel toch een béétje coherent zou blijven. 

Dus een drietal harde wroeters, en 

voorts een komen en gaan van losse 

medewerkers? 

Neen, tussen die kleine, harde kern van drie 

tekenaars links, en die bende meer vrijblijvende 

vrijwilligers rechts, onderscheiden we nog een 

soort tussencategorie: tekenaars die ietsje 

later pas aan boord kwamen, maar die vanaf 

dan toch tamelijk hardnekkig bleven terugkeren 

om tamelijk hard door te wroeten. De geniale 

Tim Visual, die overigens de uitvinder is van 

een eigen tekenmachine, de virtuoze Italiaan 

Gianmaria Caschetto, de van de Urbanusstrips 

gekende Steven De Rie. Ook Koen Boyden, Jim- 

bar en Kenneth Cools kwamen erg vaak terug 

en zetten hun beste beentje voor. 

Maar de beroemdheden, zoals Brecht 

Evens of Kim Duchateau, waren er minder 

vaak? 

Die zijn inderdaad maar een, twee of drie 

keer langsgeweest. Maar hun bijdrage springt 

natuurlijk erg in het oog. Omdat ze op zo’n 

eigen, goed herkenbare tekenstijl bogen. Denk 

ook bijvoorbeeld aan de platen van Kolchoz. Hij 

was hier maar twee of drie keer, maar zijn werk 

behoort tot het allerbeste van de verzameling 

en het boek valt er telkens op open. Ik ben een 

gelukkige bastaard! 

Dat zal wel - want waarom, eigenlijk, 

deden al die mensen mee? We nemen 

aan dat ze er niet veel rijker van werden, 

of toch? 

Soms gaf ik iemand van die arbeiders wel eens 

een bijzondere DVD cadeau, of een door Will 

Eisner gesigneerde linografie, maar inderdaad: 

we draaiden op idealisme. Een vriend van mij, 

Frank Zorro, getroostte zich de moeite om voor 

dit project subsidies aan te vragen bij Het Fonds 

Der Letteren, maar zelf wist ik op voorhand 

dat we nul op ons rekest zouden krijgen. Die 

commissie wordt bestierd door tekenaars die, 

mijns inziens, zelf totaal niet kunnen tekenen. 

Maar oké, zo draait de wereld. Frank Zappa 

zei het al: als je iets goed wil maken, verdien 

je er niet alleen niets aan, maar kost het je 

bovendien. 

Dus alles bleef draaien, gewoon door de 

zuivere wil om dat boek voor elkaar te 

krijgen. 

Absoluut waar. Plus, daarenboven, door het 

plezier van het samenzijn op zich. Vergeleken bij 

een muzikant of een basketballer of zelfs een 

bankbediende, leidt de gemiddelde striptekenaar 

een afgrijselijk eenzaam bestaan. Hij zit maar 

wat aan te modderen in zijn verdomhoekje, 

slechts af en toe krijgt hij, via mail, een 

complimentje binnen, of anders zelfs een 

aangetekend schrijven de deurwaarder. Vandaar 

dus de ronduit vreugdevolle verademing voor 

een tekenaar om de kans te krijgen, zij aan zij 

te staan met een respectabel collega, teneinde 

samen aan één en hetzelfde, onbeteugelde 

avontuur te kunnen doorknutselen. Ze hoefden 

niet wakker te liggen van het verhaal, ze konden 

gewoon tekenen en tussendoor ook wel moppen 

tappen. Je hebt er geen idee van hoeveel er hier 

wordt afgelachen! 

En jij daar dan van profiteren... 

In zekere zin wel. Ik gaf die tekenaars gratis 

pils en af en toe een bord spaghetti, ik 

soigneer ze naar beste vermogen. Maar terwijl 

ze lachten, schoof ik hen wel permanent 

nieuwe, ledige bladzijden voor hun neus. En 

echte babbelkousen, die meer babbelden 

dan tekenden, die werden letterlijk op straat 

gezet. Maar het meest waardevolle voor al die 

mensen was hun ambiancerijke interactie. De 

commentaren op elkaars werk, waardoor er 

ook constant nieuwe ideeën aan het oppervlak 

kwamen. 

Het resultaat is alleszins verbijsterend, 

jawel... 

Het boek zelf... Ja, wat een ding... 

Zowel het verhaal als de tekenstijl gaan 

aldoor alle zeventien kanten van de 

wereld tegelijk uit... 

Geloof het of niet: behalve dat we er vijf jaar 

lang mee bezig zijn geweest, is er aan dit 

project ook twee jaar voorstudie voorafgegaan. 

Ik kan dit verifiëren, omdat die voorstudie zelfs 

gepubliceerd werd, door uitgeverij Kingkong, 

in 2005:”Pierre Op Het Vrouweneiland”. Het 

ontwerpen van de figuurtjes, het uitzoeken in 

welke omgeving die figuurtjes het best tot hun 

recht komen; dat heb ik allemaal uitgedokterd. 

Maar desondanks: het scenario zelf is op 

hetzelfde ogenblik ontstaan als het tekenwerk. 

Dat moest wel, de inspiratie van die tekenaars 

moest bij in het verhaal kunnen meespelen. 

Soms stond ik echt koortsachtig aan nieuwe 

teksten te zwoegen, terwijl een tekenaar of 

twee er ongeduldig bij stond te wachten. Met 

vaak lastige toestanden als gevolg. Inderhaast 

gebeurde het wel eens dat ik twee tekenaars, 

volstrekt per ongeluk uiteraard, dezelfde 

tekstpagina meegaf. Wanneer de tweede 

tekenaar mij dan zijn resultaat liet zien, durfde 

ik hem niet eens op te biechten dat hij dubbel 

werk had geleverd. In plaats daarvan probeerde 

ik die platen dan toch nog te behouden, namelijk 

door alleen de inhoud van de tekstballons te 

veranderen. Haha...

 

Kon je dan niet, voor het scenario, met 

meer orde te werk gaan? 

Een schrijver is net zo eenzaam als een 

tekenaar. Die mensen van Studio Vitalski 

prikkelden mijn verbeelding. Zo kon ik de 

teksten naar de tekenaars hun hand schrijven. 

Geleidelijk aan werd duidelijk dat Bert Lezy, 

bijvoorbeeld, erg goed was in zombie-achtige 

toestanden, terwijl Serge Baeken dan weer 

lyrisch werd bij scènes met veel jonge vrouwen, 

die massaal door elkaar lopen. Tim Visual kon 

dan weer beter als geen ander overweg met het 

personage genaamd “Prins Miki”. 

Dus vandààr dat jullie er algauw vijf 

jaar zoet mee waren: aldoor van die 

experimenten!... 

God weet het: we hebben alle mogelijke 

fouten gemaakt die een mens kan verzinnen. 

Een massa tijd hebben we verloren met een 

discussie over inkleuring. Mij leek het vrolijk 

en commercieel interessant om de ganse 

strip in fullcolour uit te brengen. Bert Lezy 

was daar van meet af aan tegen, maar ik 

drukte mijn plannen door, en zo werden er 

mooi 240 bladzijden ingekleurd, behalve door 

Bert en Serge goeddeels ook door mijn broer 

Jeroen Baeken. Maar vreemd genoeg: het 

stripboek boette daardoor in aan coherentie. 

Het zwart-witte scheen, voor al die wisselende 

tekenstijlen, een bindende factor. Dus toen 

wilden we teruggrijpen naar zwart-wit, maar 

toen bleken, intussen, de oorspronkelijke 

pagina’s zoek te zijn geraakt. Met de computer 

zijn al die ingekleurde bladzijden dan weer 

ontkleurd moeten worden. Dat heeft alles bij 

elkaar een jaar geduurd! Een paar keer hebben 

we Jahwe gewoon gevraagd om te worden 

neergebliksemd. Geleidelijk aan ontstond 

de term “Lassonade”; het bezig zijn met de 

verhalen van Pierre Lasson, zonder überhaupt 

nog naar een voltooiing daarvan te durven te 

verlangen. 

Je bezigde daar de term “coherentie”. 

De samenhang van deze graphic novel 

staat inderdaad op losse schroeven, 

mede doordat alle tekenaars 

klaarblijkelijk hun eigen, aparte 

tekenstijl hebben gehandhaafd... Iedere 

bladzijde, bijwijlen ieder plaatje heeft 

een andere signatuur... 

Dat klopt, en dat is uiterst belangrijk ook: die 

wisselende tekenstijlen! Studio Vitalski wil, om het 

groot te zeggen, een soort postmoderne parodie 

zijn op Studio Vandersteen, of op Studio Hergé, 

of op de Toonder Studio’s of noem maar op. In 

wezen zijn die studio’s geen heuse, artistieke 

collectieven, veeleer zijn het mensonterende 

fabrieken, waar de persoonlijkheid van alle 

deelnemers systematisch onder de knoet wordt 

gehouden. Amerikaanse studio’s zoals die van 

Stan Lee zijn al ietsje milder: de medewerkers 

krijgen daar tenminste de kans om hun eigen 

specialiteiten naar voren te schuiven, plus: 

vooraan in ieder verhaal krijgen ze de vermelding 

en het krediet daarvoor. De handlangers van 

Jef Nys of Mehro en consoorten zijn totaal 

inwisselbaar, het zijn robots, die tekenaars 

konden al net zo goed dood zijn. Dat in deze 

strip, “Het Vrouweneiland”, al die vele, diametraal 

aan elkaar verschillende stijlen onbeschaamd 

tegen elkaar aan staan gedrukt, is voor mij 

cruciaal. het is revolutionair! Ten eerste kan 

je, bij het lezen van ons stripverhaal, lijfelijk 

gewaarworden hoezeer de makers zich bij het 

scheppingsproces geamuseerd hebben, hoe ze 

zichzelf hebben kunnen zijn. Onze samenleving is 

heden ten dage al fascistisch genoeg, ook zonder 

die slavenstudio’s. Bovendien, wat zo mogelijk 

nog meer van tel is: die wisselende stijlen, wat 

ik je brom, die houden de lezer klaarwakker. In 

eender welke stripwinkel kan je een vloedgolf 

aan prachtige stripverhalen beetgrijpen; prachtig 

getekend, prachtig uitgegeven, professioneel 

doordacht; maar eenmaal je er wat in bladert, 

geraak je toch teleurgesteld, namelijk doordat 

de verrassing meteen wegebt. Heb je van een 

bepaald stripboek één of twee of drie pagina’s 

gezien, dan heb je ze feitelijk allemaal gezien. 

Daarom zal de democratische methode van 

Studio Vitalski een trend zetten. Vroeg of laat 

zullen àlle studio’s zo werken. Schrijf dat maar 

op. 

Maar valt, door die veelheid aan stijlen, 

het verhaal soms niet uit elkaar? 

Ik dacht van niet. Dat is iets waar we nauwgezet 

op toegezien hebben: het axioma dat de 

personages door dik en dun herkenbaar 

moesten blijven. Tekenaars die té hard uit de 

bocht gingen, zuiver voor de vorm of omdat ze 

niet nuchter waren of waarom dan ook, werden 

steevast teruggefloten. Duidelijkheid bovenal, zo 

luidde het criterium.  En een béétje schoonheid 

nastreven, in de klassieke zin van het woord, 

moest ook kunnen. Al geef ik toe dat niet àlle 

platen van eenzelfde virtuositeit getuigen. 

Het spannende is dan weer dat het zwakkere 

tekenwerk wordt opgetild en meegezogen 

door het betere werk in de omgeving. 

Proefondervindelijk kwamen we zelfs tot het 

inzicht dat, hier en daar, dat ietsje “zwakkere” 

werk juist nodig was, namelijk voor dat zeer 

aangename gevoel van vrijheid. In de naam van 

de expressiviteit.


De figuren zijn inderdaad wel erg 

herkenbaar... 

Dankjewel. Bij uitstek ben ik fier op de vorm van 

het hoofdpersonage, Pierre Lasson zelf. Met die 

bolle vormen in de onderkant van zijn kapsel, is 

hij een parallel van Mickey Mouse, die immers 

net zulke bollen heeft, maar dan vanboven op 

zijn kop. Maar zelfs een baby herkent die vorm. 

Dat is gestalt-psychologisch. Kinderen zijn dol 

op Pierre Lasson. 

Werkten er ook dames mee aan dit 

verhaal? 

Uiteraard. Nathalie de Cock, Anneke Caramin, 

Katja Steenhoudt en Hannelore Van Dijck. 

Per toeval is hun aandeel is niet erg groot, 

maar als je een stripverhaal ambieert met als 

onderwerp een vrouweneiland, zou het wel 

droevig zijn als de makers daarvan alleen 

maar een jongensclubje was. Sowieso zie je op 

stripbeurzen, wat mij betreft, al teveel mannen 

en al te weinig vrouwen. Al teveel in hun 

puberteit gestagneerde, gefrustreerde jongetjes 

heersen over het Rijk Van De Zevende Kunst. 

Waarom gaat dit verhaal eigenlijk over 

een vrouweiland? 

We moesten een zeer universeel onderwerp 

hebben, en een eiland waar alleen maar 

vrouwen leven, prikkelt de verbeelding toch 

wel, ook als je geen stripfanaat bent of wat dan 

ook. Zelfs een heftruckchauffeur bij General 

Motors kan zich er wat bij voorstellen. Het 

opzet is trouwen niet uit de lucht gegrepen: 

in de tijd van Columbus geloofden Westerse 

zeevaarders daadwerkelijk in het bestaan 

van zo’n vrouweneiland. In het logboek dat 

Columbus zelf bijhield toen hij Amerika ontdekte, 

kan je lezen dat hij er zelfs een paar dagen lang 

warempel naar op zoek is geweest. In plaats 

daarvan kwam hij op een eiland waar alleen 

maar leguanen rondliepen - echtwaar!! 

Het idee van een curieus eiland is in de 

vertelkunst op zich al klassiek... 

Dat klopt. Zo’n eiland is dan ook wel handig 

voor een verhalenverteller. Je kan je personages 

aan het reizen zetten, zoals Odysseus 

of zoals Sint-Brandaan, naar wie in deze 

graphic novel geregeld verwezen wordt. Het 

is ook praktisch om je figuren in een aparte, 

geïsoleerde omgeving te plaatsen, waar hun 

grammatica vrijspel kan krijgen. En tenslotte 

gaat zo’n vrouweneiland niet alleen maar over 

je verbeelding. Toen de schrijver Jonathan 

Swift zijn figuurtje Gulliver erop uit stuurde, 

onder meer naar het eilland van de Lilliputters, 

toen was dat voor hem een manier om kritiek 

te formuleren op het Engeland van zijn tijd. 

Met “Het Vrouweneiland” wil ik iets zeggen 

over de menselijke existentie in het algemeen, 

over angsten en beheptheden die typisch 

menselijk zijn. Denk je van dit stripverhaal de 

onnozele context weg, dan houd je hier en daar 

verdomd literaire dialogen over, aangaande 

schuldgevoelens, vadermoorden, amoureus 

begeren, wraaklust, noem maar op. Al is het 

verhaal in zijn geheel uiteraard vooral één 

groteske troep flauwekul van de allerbovenste 

plank! 

En zo zag dus een gloednieuwe graphic 

novel het daglicht, uniek in zijn soort. 

De term “graphic novel” is uiteraard blasé. 

Lijvige stripromans bestaan al vele decennia 

lang, maar sinds kort moeten die dingen 

opeens “graphic novels” heten. Die trend 

willen we belachelijk maken. Deze strip is een 

avonturenstrip. Maar met alle intelligente koppen 

die eraan hebben meegewerkt, blijkt dit boek 

tegelijkertijd een synthese te bieden van 100 

jaar stripgeschiedenis. Er zitten verwijzingen 

in naar Tardi, naar Frank Miller, naar Franquin. 

Sommige scènes komen rechtstreeks uit het 

boek “Kuifje In Tibet”. De piraten uit Asterix 

komen hier ook voorbijgevaren - alleen: in 

plaats van tegen de Galliërs, trekken ze ten 

strijde tegen een perfide soort vakbondsleider. 

Er zit ook behoorlijk wat Suske & Wiske in, 

en noem maar op. Al gaat dit dieper dan een 

parodie. Het zijn archetypes die opborrelen en 

die het verhaal een labyrintische aard verlenen. 

Zo ervaar ik het zelf. Fuck you als jij er anders 

over denkt. 

En de toekomst? 

We zijn reeds aanzienlijk ver gevorderd 

met een tweede stripverhaal. Binnen een 

jaar of tien hoor je daar meer van!

 

STUDIO VITALSKI IS

 

KERNAUTEURS:

Serge Baeken (°Turnhout, 1967) is een 

grafisch huurling met opdrachten voor Trends, 

Humo, De Tijd. In 2008 reisde hij voor een 

tekenreportage voor NRC-Handelsblad en Knack 

naar China. In 2009 was Serge Baeken officieel 

Stadstekenaar van Turnhout. Bij Uitgeverij Bries 

verschenen van zijn hand de strips Zzz en The 

No Stories, bij Houtekiet verscheen De Maagd 

Van Antwerpen. Uitgeverij Extra brengt jaarlijks 

een lijvige bundeling uit van zijn schets- en 

tekenwerk: Prefab in 2009, Shuffle in 2010, 

50/50 in 2011. Deed expo’s in La Rocca, 

Mercator Gallery, Mekanik Strip, Lambiek, 

et cetera. 

 

Jangojim - alias Dimitri Sakelaropolus 

(°Merksem, 1985) is een striptekenaar en 

illustrator uit Antwerpen met Griekse roots. 

Hij publiceerde kleurrijke, happy illustraties 

in onder anderen Dwars, Vice Magazine, 

Museumgigds KMSKA. Deed exposities in 

Mekanik Stripwinkel, Bries Space, Dok Gent. 

Maakte een tekenfilm voor Viewseeder Event, 

Metropolis. Werd ook schuldig bevonden aan 

diverse muurschilderingen. 

Bert Lezy (°Lier, 1970) is graficus, 

schilder, live performer en videoartiest. 

Maakte illustraties voor onder meer De 

Leeswolf, Luchtpost, Keen Magazine. Runt 

tweewekelijks het ophefmakende programma 

Blaastaal op Radio Centraal. Creëerde vele 

muurschilderingen, onder andere in Café Het 

Zeezicht en in Bar Nadar. Expo’s ondermeer:”Zo 

Leven De Dieren” in CC Luchtbal, “Eigenlijk Wil 

Ik De Jongeren Alleen Maar Opzwepen” in Huis 

Campo, Battenbroek (Mechelen). Een staalkaart 

vind je op www.bertlezy.be. Bert is vooral tegen 

misplaatste ernst. 

 

Vitalski (°Turnhout, 1971) is officieel de 

Antwerpse Nachtburgemeester. Hij publiceerde 

een tiental romans, een dichtbundel en reeksen 

columns voor De Morgen, Klara, Gazet Van 

Antwerpen e.a.. Sinds jaar en dag maakt hij 

onze podia onveilig als charmezanger en meer 

nog als cabaretier. In Nederland won Vitalski 

de Johnny van Doornprijs voor “Beste Spoken 

Word” van 2005. In 2010 verscheen zijn 

ophefmakende autobiografie “Ik Slaap Als Een 

Croissant.” 


Koen Boyden (°Turnhout, 1975) is 

voornamelijk actief via mixed media installaties. 

Stelde onder andere tentoon op Ithaca in 

Leuven, bij Van Blerck Galery in Antwerpen, bij 

N. Docks and friends in MHKA te Antwerpen, bij 

Het Groot Beschrijf in de Beursschouwburg te 

Brussel, bij ARASTT in De Warande, Turnhout. 

Soms schildert Koen Boyden met elektrische 

gitaren. 

Cianmaria Caschetto (°Milaan, 1980; 

woont in België sinds 2006) was decor- en 

kostuummaker voor Teatro dell’Elfo en Teatro 

Libero te Brera, Lombardië. Vanaf 2005 

is hij actief als illustrator voor gidsen en 

schoolboeken voor uitgevers zoals Touring 

Editore, Zanichelli, Averbode en De Boeck. 

WEZENLIJKE AUTEURS: 

Kenneth Cools (°Bonheiden, 1985) is 

bio-ingenieur overdag, aan het Sint-Lucas 

afgestudeerd graficus iedere nacht. Tekende 

voor allerlei illustratiewerk en grafische 

ontwerpen. Heeft mooie ogen, brede schouders 

en stijlvolle T-shirts. 

Jan-Bart Debruyne (°Gent, 1974) studeerde 

desktop publishing, animatiefilm en grafische 

vormgeving. Maakt kortfilms en animatiefilms 

met de prijzende winnende Studio Van Schoor, 

tekent voor Clint.be en Stad Antwerpen. 

Verzamelt ook strips, platen en films. 

Steven De Rie (°Amsterdam, 1968) 

publiceerde onder meer in Weirdo’s en Wartaal 

en, in 1994, bij Het Stripschap, “De Stille 

getuige”. Maakte, voor diverse tijdschriften, 

tal van cartoonreeksen, onder anderen De 

Gazetmadam, Zeefdrukkers, Blind Date, 

Poespoes, Sam en Moos.  Een waaier van 

illustraties voor T-shirts, affiches, spel-cd-roms 

en websites. Vooral, sinds 1997, is Steven De 

Rie werkzaam als assistent van Willy Linthout 

voor de Urbanus-stripreeks en voor “Het 

Jaar Van De Olifant”. Ondertussen heeft hij 

meegewerkt aan zo’n zeventig albums. 

Tim Visual (°Leuven, 1982), oprichter van 

grafisch bureau “Indianen”, ontwerper van 

ondermeer een heuse tekenmachine. Grafisch 

werk voor Bronks, HETPALEIS, Afreux, Ars 

Electronica et cetera. Exposeerde onder meer in 

“Private Bits” te Kopenhagen en in “Salone Del 

Mobile” in Milaan. Publiceerde in Private Bits, 

IMAL, Add Magazine en zo voort


LEVERDEN EEN-, TWEE TOT DRIEMALIGE BIJDRAGEN: 


Jeroen Baeken 

Quinten Baeken 

Sebastiaan Baillieux 

Jens Claessens 

Kevin Cuyt 

Nathalie De Cock 

Maarten De Saeger 

Marijn Dionys 

Kim Duchateau 

Brecht Evens 

Gilliom 

Kolchoz 

Maarten Otten 

Martin Pepe 

Rayman 

Vickie Rosseels 

Katja Steenhaut 

Caryl Strzelecki 

Yannick Val Gesto 

Mathias van den Berghe 

Hannelore Van Dijck 

Anneke Caramin


Er is een fout opgetreden in dit gadget