maandag 15 september 2008

column gva 15/09/2008


- Echtscheiding -

Op het ogenblik worden paren die uit de echt willen scheiden er wettelijk toe verplicht om voor een rechter te verschijnen voor een laatste verzoeningspoging. In de praktijk heeft deze maatregel naar het schijnt volstrekt geen zoden aan de dijk gebracht; rechters zouden er geen tijd voor hebben, koppels zouden op zo’n ogenblik inmiddels al te zeer vastberaden zijn. Politici en juristen die er nu voor ijveren om deze verzoeningsmaatregel vlug weer af te schaffen, hebben ons deze procedure, dit juridisch ritueel, de voorbije week voorgesteld als een perfecte nachtmerrie. Eén die ik beaam uit eigen ervaring: een echtscheiding, zo leerde ik toen ik er vierentwintig was, is een gebroken hart maar dan bovendien met een cynische strik eromheen. Meer technisch is het bovendien effectief de vraag of verzoeningspogingen wel het werk moeten zijn van wetgevers.


Wat in al die Jeroen Bosch-achtige schilderingen van zo’n rechtbank nog over het hoofd is gezien, zijn de onstuitbare ramptoeristen van heinde en verre. Hoe het nieuwe Antwerpse gerechtshof er vanbinnen uitziet, weet ik gelukkig nog altijd niet, maar in het Oud Justitiepaleis aan het Stadspark was er helemaal achteraan in de zaal een apart soort balkon, waar nieuwsgierige buitenstanders gratis mochten bijeenkomen om de toestand te beschouwen. Er verscheen dan, elk om beurt, een veertigtal koppels voor de rechter, werkelijk lopende bandwerk, en die oudjes, die daar als toeristen kwamen, snaterden onderling dan:“Welnu, dat koppel daar links, dat lijkt mij toch ooit wel een kans te hebben gehad!” Of nog:“Neen, zo’n jong meiske met zo’n lelijke oude vent? Dat hadden ze kunnen voorzien!” De liefdesgedichten van Petrarka, door het volk verscheurd.


Maar zijn wettelijke versoepelingen daarom vanzelf gerechtvaardigd hier? Ik sta, om eerlijk te zijn, een beetje sceptisch tegenover het huwelijk zelf, maar los daarvan vrees ik dat als je wél gelooft in het huwelijk, dat je dan eigenlijk per definitie geen werkelijk soepele echtscheiding kan verlangen. Hoe minder pesterijen, hoe beter – maar op een betekenisvolle manier huwen, zonder de keerzijde van die kelk te willen erkennen – dat is toch flauwekul? Iemand die trouwt, kiest ervoor om zich te onderwerpen aan, op zijn minst, een bestuurlijk ritueel. Wanneer die persoon later dan, tijdens zijn echtscheiding, sterretjes ziet, ondergaat hij toch alleen maar een logische voortzetting van die keuze? Het vernederende moment voor die ongeïnteresseerde rechter, bij dat kakelende ramptoerisme: die koude douche staat borg voor het krediet dat je krijgt op je trouwdag.

Geen opmerkingen: