“Zolang je niet weet wanneer je sterfdatum is, kan je onmogelijk te vroeg aan je autobiografie beginnen.”
Dit motto indachtig, schrijft de amper veertigjarige Vitalski over zijn jeugdjaren in de stille Kempen, zijn slangenmensenbestaan in Antwerpen en tenslotte over zijn streken als kleine vedette in België. Als schrijver, performer, flamboyant minnaar en gecontesteerd mediafiguur doorzwom Vitalski vele wateren; hij kreeg schrijflessen van JMH Berckmans en Gerard Reve, zat in de klas met Wim Helsen en Tom Lenaerts, kreeg telefoon van Chantal Pattyn en werkte nauw samen met Bent Van Looy, Mauro Pawlowski, Ben Crabbé en vele anderen. Daarom ontmaskert Vitalski zichzelf niet zonder tegelijk zorgvuldig de kroniek van zijn ganse generatie op te maken; die van het tijdperk van Tom Barman. Een belangrijk boek, monumentaal en meeslepend.
"Het is verkeerd om wat Vitalski doet, terzijde te schuiven als rommel." (Geert Hoste in De Morgen)
"Wie ik erg goed vind is Vitalski. Zijn grappen zijn bijzonder intelligent." (Philippe
Geubels in Humo)
"Ik ben jaloers op Vitalski’s veelzijdigheid.” (Remco Campert in De Volkskrant)
“Ik ben stadsdichter moeten worden. Vitalski is dat. En hij zal het altijd blijven.” (Tom Lanoye in Knack)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten