donderdag 4 september 2014

column streekkrant kempen



SLUIKSTORT

De ergste gevallen van sluikstort heb ik tot dusver niét hier in de Kempen beleefd, maar wel, gelukkig, in het verre Zuid-Frankrijk. Het zal de lezer die daar soms rondhangt, al wel zijn opgevallen. Vooral als je daar in de woeste hoogten reeksen haarspeldbochten moeten passeren. Wie dan over de railing durft te kijken, wordt bevangen door twee angstige gedachten. Ten eerste denkt hij:"Hopelijk doen m'n remblokjes het nog, want hiér wil ik écht niet uit de bocht!" Maar ten tweede wordt zijn geest bevlogen door vervreemding: omdat er daar, in de Provence, in die ravijnen her en der, ook altijd oude, afgedankte koelkasten tussen de rotsen liggen. Hoe zijn die daar terechtgekomen? Door sluikstorters, jawel - maar: die riskeren hun hachje toch? En waarom? Het is toch kolossaal moeilijk om zo'n rotmeubel naar een top in de Alpen te versassen, alleen maar om die daar dan, met gevaar voor eigen leven, van een rotspunt af te gaan keilen? Dan kan je toch gemakkelijker naar een containerpark?

De Vlaming, en zeker de gemiddelde Kempenaar, is een pak minder krankzinnig. De ergste sluikstort-affaires waar ikzelf tot dusver mee te maken kreeg, grepen, toen ik nog een kind was, systematisch plaats in het midden van een natuurdomein genaamd het "Groot Schietveld", welk gigantisch reservaat gelegen is in het midden tussen Brecht, Brasschaat en Wuustwezel. Op de Kalmthoutse Heiden na, is het Groot Schietveld, met zijn 1500 hectaren, het allergrootste natuurdomein van de gehele provincie. Tegenwoordig kan je er niet meer komen, het is exclusief militair domein geworden, wat wel jammer is, omdat soldaten daar minder aan hun trekken komen dan fervente natuurliefhebbers. Er fladderen op het Groot Schietveld dertig verschillende soorten dagvlinders rond. Er kruipen daar meer exotische soorten adders door het gras dan in de hele rest van heel Vlaanderen samen. Maar in mijn tijd kon je daar af en toe wél door een gat in de draad springen, al cowboy-en-indiaantje spelende, en ja, het afval dat je daar dan soms aantrof, in het midden van het weemoedige klaver, dat was steevast hetzelfde: handenvol as, sigarettenpeuken, Rizzla-blaadjes en restjes tabak. Als negenjarig snotaap begreep ik dit niet: waren er hier, op dit plekje, een paar vrienden bijeengekomen, die er op een paar uur tijd zoveel rookwaar doorjoegen? Dat was bijna angstaanjagend!

Intussen weten we beter: crapuleus onbenul kwam daar zijn auto-asbakken ledigen. En dat was erg, maar niet onoverkomelijk. De wind blies alles weg, as is natuurlijk, papier vergaat. In Turnhout echter, beste lezers, is er een nieuw Europees record bereikt: op de Heizijde, in het noordelijke natuurgebied van deze hoofdstad der Kempen, zijn er deze week mooi 150 autobanden gedumpt. 150!! Eén ding is zeker: de dader is zeker te voet terug naar huis gemoeten nadien...

Geen opmerkingen: