zaterdag 13 september 2008

stelling

1. vanmiddag had ik opeens een tekstbundel in handen, die ik geschreven heb toen ik er zestien was, precies tweeëntwintig jaar geleden. er scheen niet veel te zijn veranderd. en wat de vele schrijf- en ideefouten betreft: ik onderken dat ik, eens ik later zal terugzien op wat ik hier en nu verzin, eenzelfde meewarigheid zal bemerken. mijn huidige onbevangenheid is morgen benijdenswaardig, het hoofd echter schud ik morgen om zoveel slordigheid en onsamenhorigheid vandaag.


2. maar dat is de hele zin van literatuur. dit schrijven is er voornamelijk voor myzelf. iedere periode, achteraf gezien, draag ik een andere hoed. maar niemand ontsnapt ergens aan. we doorlopen het parkoers niet, het parkoers trekt door ons heen.

Geen opmerkingen: