myn fans weten dat ik in myn jonge jaren heel wat tyd heb doorgebracht in verre, veelal midden-afrikaanse landen, byzonderlyk in opdracht van de belgische televisie, en veelal wel in congo; daar was ik op een ogenblik, ik geloof in de winter van 1998 maar dààr geleek het wel zomer, met de hulp van een lokaal scout van de maniakale soort, getuige van het tegendeel. we zagen hoe een oude, versleten dwerg-olifant zich door het struikgewas begaf; "volg hem," zei die neger daar by me, "en je zal het kerkhof vinden." wat op een wandeltocht uitdraaide van drieënveertig dagen, je moest reeds half-suïcidaal zyn om dit aan te durven; langs oneindige termieten-heuvels en van malaria doordrongen moerasgebieden, aanhoudende opgejaagd door perfect gecamoufleerde koppensnellers en tenslotte nog eens vyftien dagen aan één stuk door, zonder één minuut rust, dwars door de àllermeest dichtbegroeide, mensen-etende vegetatie denkbaar - zo dichtbegroeid, dat het gehele gebied er altoos onafgebroken in nacht leek te waden (vandaar myn titel "nachtburgemeester") - totdat ik er, dan toch, arriveerde, op een zondag was het, tezamen met die dwerg-olifant, met wie ik inmiddels een vriendschapsrelatie had opgebouwd ook (om beurt mekaâr hulp biedende, hy door lastige boomstammen om te trekken, ik door hem te wassen, teneinde hem, zo goed ik kon, van dodelyke teken en andere, lastige parasieten te bevryden); toen ging die dwerg-olifant neêrliggen, en toen pas zag ik onze omgeving; hét legendarische olifanten-kerkhof, verder dan het oog zich strekte...
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten