donderdag 13 oktober 2022

GAST-AUTEUR


robertus baeken, die de vader is van don vitalski, schreef het boek "leonard en ik", over zyn nonkel leonard, de fameuze beeldhouwer. over 82 afleveringen verspreid, worden die mémoires hier integraal gepubliceerd.

photo: Achterzijde portret van Henry Miller, in palmenhout. Met gedeeltelijke voorstelling van zijn boek ‘Tropic of Cancer’


LEONARD EN IK

door Robertus Baeken 


34.

Het is de derde of vierde voorjaarsdag en waarschijnlijk bevindt hij zich in de buurt van Place Clichy, of - zoals hij schrijft - in Mexico. Het werkelijke leven voltrekt zich in de geest. Daarom is de plaats van de handeling zelden nadrukkelijk omschreven. Het enige wat telt, is het feitelijke heden, het lopen over de messcherpe scheidingslijn tussen een nooit te verwezenlijken toekomst enerzijds en anderzijds een verleden zo diep, zo ver of zo vaag, dat het nergens ophoudt. Miller komt tot een persoonlijke definitie van het leven: die loopt niet langs geijkte denkpatronen, niet langs allerlei theoretische bespiegelingen, maar langs het leven zelf, zoals het zich op slag concreet aan hem voordoet. Hij houdt een totaliteit voor - zijn wereld van actuele ervaringen, gevoelens, gedachten - en daarmee moet de lezer het dan ook stellen, of hij wil of niet. Dat Miller door het surrealisme en dadaïsme werd beïnvloed, verklaart waarom zijn verhalende beschrijvingen nogal eens verwateren, om desnoods te eindigen in een haast onleesbaar gebrabbel. Mijns inziens zou het gaver zijn geweest als ‘Wijk Veertien’ eindigde in de volmaakte helderheid en de eenvoud waarmee het was begonnen. Maar voor Miller hoefde zijn schriftuur niet eens gaaf te zijn. Graag wilde hij zijn persoonlijke eigenaardigheden en zekere schoonheidsfoutjes erbij nemen.

   Desondanks werd ‘Zwarte Lente’ voor ons een openbaring. Ik begreep nu al wat beter Leonards reactie. Hem trof de uitspraak dat men zo moet handelen alsof de volgende stap de laatste is. Deze aanbeveling om de wereld en zichzelf extatisch te beleven, zie ik vandaag als de oorzaak van de schokkende veranderingen die zich de volgende jaren in Leonards leven en werken hebben voltrokken. Wij kregen er niet genoeg van te lezen hoe Miller vanuit de keiharde, innerlijke zekerheid van zijn kunstenaarschap over zijn jeugd in Brooklyn schreef, over zijn ervaringen in de kleermakerij, over Parijs, over de stankjes die bij het leven horen. Beroemd zijn Millers mijmeringen over de Franse urinoirs en de boeken die hij meenam naar het toilet, gaande van de Bijbel tot Rabelais, van Robinson Crusoë tot Larousse; dit om uiting te geven aan zijn liefde voor het onvervalste leven en alles wat gewoon of schijnbaar toevallig op straat te grabbel ligt. Hier was eindelijk een mens aan het woord, geen literator. Een mens die zich vrij en zonder innerlijke remmingen durfde te uiten. Een mens van wie men houdt om zijn kwaliteiten evenals om zijn tekortkomingen.


(WORDT VERVOLGD...)

Geen opmerkingen: