LEONARD EN IK
door Robertus Baeken
40.
Na een maand gingen we de werkstukken afhalen. Voor Leonard werd het een lelijke tegenvaller. Zo vond hij mijn portret te ruw bijgewerkt, de ooropeningen te ondiep. Ook het zelfportret bleek niet gaaf. Vóór het afgieten was aan de oppervlakte van het gipsmodel door een ongelukje een schulp afgestoten; iets wat dus ook aan het brons te zien was. Gelukkig stoorde het mij, die moest betalen, minder erg. Ik liet de oorspronkelijke modellen bij Leonard. Aan de hand daarvan heeft hij een jaar later nog twee portretten van me uitgehouwen. Het ene is een frontaal gezicht dat opduikt uit een boomstam; het andere mijn profiel in een lichte, erg bleke houtsoort. Langs de neus en het voorhoofd rijst een visionaire trap met daarboven het hoofd van een oud mannetje: zijn plastische voorstelling van een scène uit mijn eerste proza dat hij geslaagd vond.
Het zou een heerlijke tijd geweest zijn als ik niet zo erg naar werk had uitgekeken. Als jongeman spiegelde ik mezelf een beloftevolle toekomst voor. Maar de werkelijkheid is altijd anders dan je dromen. Want toen ik dan eindelijk vast werk vond in een metallurgisch bedrijf waar voornamelijk lood en antimonium werd gesmolten, voelde ik me daar weinig thuis. Hoe dan ook, een mens moet iets doen voor de kost. En voor iets anders - romans schrijven bijvoorbeeld - was ik nog lang niet klaar. Aan mijn literaire activiteiten werd dus nog een tweede impuls toegevoegd. Mijn boeken zouden me vroeg of laat bevrijden van deze mij vier omringende muren, van de slopende arbeidstijden, van deze bedrijvigheid die, vond ik, helemaal niet aan mijn aspiraties beantwoordde.
Een derde impuls was Leonard. Zonder mijn wekelijkse bezoeken aan hem, zou ik het schrijven, dat ik hoe langer hoe meer als mijn roeping was gaan beschouwen, waarschijnlijk niet hebben volgehouden. Zoals ik al zei, moest ik de beginselen nog onder de knie krijgen en soms raakte ik zo ontmoedigd dat ik mijn schrijfboek al dichtklapte voor ik begonnen was. Andere keren legde ik meer volharding aan de dag; maar dan zat ik weer urenlang achter een onbeschreven blad, of werd ik afgeleid door andere bezigheden. Weer bij Leonard vielen echter alle twijfels van me af en kwam ik telkens in de gepaste sfeer om de langdurige geestelijke inspanning, die bij het schrijven hoort en waarmee ik nog lang niet vertrouwd was, opnieuw aantrekkelijk te maken.
(WORDT VERVOLGD...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten