LEONARD EN IK
door Robertus Baeken
42.
In die dagen was ik ook erg veel met esoterie en oosterse filosofie bezig. Toen ik hem sprak over Boeddha's leer van onthechting, waardoor de mens het vermogen kan bereiken om boven ongeluk en verdriet uit te stijgen, kwam hij met het westerse antwoord dat Jezus Christus huilde toen zijn vriend Lazarus stierf. Ik was volkomen verrast en zag in dat het inderdaad mooier is verdriet te hebben als daar aanleiding toe is. Dit betekent dat je in het leven niets uit de weg mag gaan, ook niet het lijden.
Leonard was nooit categoriek, nooit radicaal. Hoe zelfzeker hij ook voorkwam, hij liet altijd ruimte voor twijfels en begrip voor wat kleinmenselijk is. Ondanks zijn inspanningen om persoonlijk werk af te leveren, leefde hij met de wetenschap dat geen mens iets kan bereiken.
Simone onderbrak ons, zei dat ze moe werd en ging slapen. Wij bleven honderduit verder praten. Tot in het holst van de nacht.
In de loop van 1966 gaf Leonard om een mij onbekende reden zijn tweede atelier achter het ouderlijke huis op om in de Wezenstraat te gaan wonen. Van een straat in de gebruikelijke betekenis van het woord kon je eigenlijk niet spreken, want behalve de reusachtige loofbomen langs de trottoirs, zag je aan één kant enkel de hoge, bakstenen wal van een gevangenis, terwijl aan de andere zijde de muren van een al enkele jaren leegstaand ziekenhuis nog steeds overeind stonden. Dat gebouw met een enorm braakliggend stuk terrein was ondertussen aangekocht door de stad Turnhout. Een vleugel waar vroeger een boerderij het ziekenhuis bevoorraadde, werd gebruikt om onder meer de werktuigen van de reinigingsdienst onder te brengen. Met toestemming van de stad mocht Leonard een gedeelte hiervan gratis bewonen. Door de krotvorming was het niet meer dan een ruime benedenplaats waar het grootste deel van de bepleistering af de muren gevallen was. Omdat het dak lekte, het glas in de vensterramen van de slaapkamers ontbrak en de trap vermolmd was, had hij de toegangsdeur naar de verdieping met planken dichtgespijkerd. Leonard kalkte de vier muren wit en plaatste zijn kachel van het type dat in de volksmond als een ‘duveltje’ of ‘allesbrander’ wordt aangeduid. Deze warmtebron in de nabijheid van zijn fauteuil bij het venster, was via lange stoofbuizen met de schouw verbonden, zodat die nog wat extra warmte vrijmaakten. Vervolgens kwamen zijn beeldhouwwerken, waartussen hij op één plek net genoeg ruimte liet om daar elke avond weer zijn bed te monteren om het 's morgens opnieuw uit elkaar te schroeven. Een drietal jaren heeft hij dat zo volgehouden; net zolang tot de stad het hele complex met de grond liet gelijkmaken voor de bouw van het later bekende cultureel centrum ‘De Warande’.
(WORDT VERVOLGD...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten