robertus baeken, die de vader is van don vitalski, schreef het boek "leonard en ik", over zyn nonkel leonard, de fameuze beeldhouwer. over 85 afleveringen verspreid, worden die mémoires hier integraal gepubliceerd.
LEONARD EN IK
door Robertus Baeken
28.
Ik geloof dat Leonard het hier even over zichzelf had. Ook hij stond alleen. Ik geloof dat zijn raad voortkwam uit enkele bittere ervaringen die hem tegenover vrouwen overdreven wantrouwig hadden gemaakt. Ooit vertelde hij me hoe een zijdelingse blik in de spiegel van een dranklokaal aan het licht bracht dat het meisje waarmee hij zich als jongeman al negen maanden had verloofd, met blinkende ogen stiekem naar een ander lonkte. Hoe dit wantrouwen precies gegroeid is, valt mij onmogelijk uit te leggen. Wel is het bekend dat mensen met het klimmen der jaren wantrouwiger worden tegenover gevoelens van verliefdheid. Het verstand krijgt het hoe langer hoe meer voor het zeggen. En ten slotte lijkt geen enkele partner nog geschikt. In Leonards geval werd elke relatie met een vrouw nog eens extra bemoeilijkt doordat hij van ’s morgens tot ’s avonds met zijn kunst bezig was. Hij was in feite al met zijn werk getrouwd.
In mijn af en toe miserabele toestand bij het leger kwam grote verbetering toen de officieren tijdens de schietoefeningen ontdekten dat mijn kogels op acht van de tien de roos troffen. Daardoor werd ik geselecteerd om deel te nemen aan internationale scherpschutterswedstrijden, wat voor gevolg had dat ik mijn verdere militaire opleiding in Leopoldsburg kreeg. Dit mooie liedje maakte dat ik drie maanden lang elk weekend vrij was om naar huis te keren.
In mei '64 - ik was toen juist eenentwintig - brak ik tijdens een conditietraining op de hindernispiste de beide beenderen van mijn rechtervoorarm. Ik werd opgenomen in het hospitaal, waar zich na een chirurgische ingreep complicaties voordeden, die een langdurige hospitalisatie in Brussel noodzakelijk maakten. Na elke heelkundige ingreep kreeg ik enkele weken ziekteverlof en toestemming om naar huis te keren. Door die gedwongen rust was ik plotseling in de gelegenheid om het heterogene gezelschap in mijn boekenkast helemaal door te nemen.
Ik onthoud nog de namen van Stendhal, Tolstoï, Hemingway, Aldous Huxley, Faulkner, Saroyan, Greene, Caldwell, Rilke, Claus, Timmermans, Buysse, Streuvels, Boon, Elsschot. Na de lectuur trok ik mijn jas aan en spoedde me naar Leonard voor wie ik, sinds hij begonnen was mijn portret te boetseren, dagelijks een halfuurtje diende te poseren.
(WORDT VERVOLGD...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten