maandag 8 oktober 2012

ludwig van de week













myn adviseurs
zyn my aan het uitleggen geweest
waarom ik
de laatste tyd
té zelfkritisch ben.

begin deze mistige week
heeft er zich in uitgerekend de sint-augustinus
grot
in bazel
een archeologische vondst voorgedaan;

van myn eigen, felomstreden kabinet
wist niemand er iéts van,


enkel myn persoonlyke begeleider,
met wie ik daags tevoren
tezamen was in het koffiehuis,
in het jachtdorp,

sprak my er op goed geluk over aan,
die morgen -

en wel degelyk werd ik toen onverhoeds
een sensatie gewaar,
die my beving;

er
"stond iets op til..."

- - - -

en wel degelyk wist ik my ertoe aangedreven
om voor myzelf

het juiste deel van het applaus
te zullen gaan opeisen.

desnoods wilde ik daarvoor
naar de schouwburg!

al wens ik absoluut niet

steeds het gevoel te hebben
bezig te zyn met werken...

- - - -

een schedel in myn tien dunne vingers,
- heer en meester, voel...
raak het allemaal aan...

zo sprak myn begeleider,
met zyn
cupido-achtige krullen...

de getrouwde zoon
van die generaal die werd gecastreerd
in de naam van de neogothiek.

- - - -
ten dele, sprak die frêle figuur, is deze grot,
waar wy ons nu bevinden,
tweeduizend jaar geleden

een crematorium geweest;

de pruiken van de vele maagden, ziehier,
van de legendarische clovis hemzelf,
hier gecremeerd;

en de sprakeloze paardentorso's
van de grynslachende doodshoofden,

van de versteende bloesems
de ysbloemen,

van de pluimen de rook
in iedere smalle gang -

toch
doorstond ik het interview
zonder kleêrscheuren.

maar, zeggen nu myn adviseurs:
er had zoveel méér ingezeten!!, -
terwyl
juist
zyzelf van
niks wisten!!

dat
was effectief hét keerpunt voor my.

- - - -

en vanmorgen dan toch
wagner over de vloer.

die verklaarde zich
opgelucht; een heldere middag,
frisse buitenlucht

door
alle hoogste vensterramen.

- - - -

sommige van die gemaskerde vergaderingen vond hy,
sprak hy, claustrofobisch;
hierbinnen daarentegen wist hy zich gewaardeerd
om de juiste redenen;

in
dit onderdanige vossengezicht,
om in uit te rusten
.

- - - -

doordat ik juist
al zyn papieren aan het ordenen was
toen hy binnenkwam,

heeft hy my
alles in één keer opgebiecht.

al leek het spoedig
alsof ikzelf de bedrieger werd...

- neen, riep hy met geheven handschoen,
ik niét zal je vrijgeven, kunstbroeder!

niet, sprak hij nog,
aan die nep-excentriekelingen!

die vrijbuiters, dat
verdomde stel hoerenjongen!

verdorie, waarom
ik
hem ooit
myn woord gaf -

in donkergroen wankelend kaarslicht
snauwde ik
als eindelyk

luidruchtig
naar hem uit: lafaard!

wat?
wat zeg jy?

en ik herhaalde:
lafaard!!

hy
greep naar een van die kandelabers
maar schudde dan zyn hoofd
en vertrok...

- - - -

zyn eigen formulering was het geweest,
"vervangen" te zullen worden;

maar nu had die reusachtige valse tyger het dus doen uitschynen
alsof dit verraad
zelfs een compliment voor my betekende.

hy verdrukte my, gaf hy toe,
maar ik, zei hy, verdrukte hem ook.

wy verdrukten elkander,
enkel en alleen
om dichter 
by het skelet te kunnen geraken.

als een kruis in verticale sneeuw
met kerst en nieuwjaar in het vooruitzicht.

- - - -