zondag 7 april 2013














modieus

dus een mens hangt zelden in het luchtledige.
steeds is hy iemand
van de jaren tachtig

of van de jaren zeventig
of van '14-'18.

aan de witte pruiken
die zyn tydgenoten droegen

ergerde zich blauw en groen
jonathan swift.

"dit is toch té ridicuul voor woorden?
als ondersteboven gekeerde bezemstelen,
zie ons!"

iedereen oordeelde
dat hy
de vreemde snuiter was,

en bleef dus
iedere morgen
zyn witte pruik opzetten.

zie nu, letterlyk 100.000 dagen later,
hoe verdomd eenzaam jonathan swift...

zoals iedereen zat hy
in de gevangenis van zyn eigen tyd.

ieder
in zyn eigen gevangenis.

hoe we eruitzien in het luchtledige,
zonder die beulsknecht genaamd "de nieve mode",

kunnen we niet eens inzien
omdat we niet eens kunnen raden
wat, van die mode, de hele omvang is.

één enkele keer stuit één enkel individu
plotseling
op een onverwacht venster,

hy
steekt
zyn hoofd
in het donker

en onverwacht doeeen adembenemende bliksemschicht
het integrale landschap zich verheffen;

alles boven, duidelyk in beeld,
alles beneden,
duidelyk en begrypelyk

en
zeer aangrypend...

verre schepen, verre zeeën,
vreemde talen -

zo zit het in mekaâr -
uiteraard!
zo zit het al die tyd in mekaâr!

... en dan
de duisternis weêr.

karton
op onze oogbollen.

zelfs maar de herinnering aan dat inzicht
verdwenen in het nieve donker.