zaterdag 9 september 2017

iedere dag een gedicht




HET LIED VAN DE KNEKELMAN

haast elke dag en zonder konde 
doet de knekelman zyn ronde. 

zyn bleke kiezen klappertanden. 
afgebeten nagelranden 
rollen van zijn mond.

altyd is hij onderweg 
en dit is wat hy zegt;

ik zie geen mensen meer. 
ik zie alleen maar koppen. 
knikkende koppen met stokken eronder. 
strotten die spreken, beenderen die veren; 

omhoog, omlaag,
het hagelt aanhoudend vandaag.
en dit is wat ik vraag:

waar elke dag, ja elke stonde 
klokjes worden opgewonden, 
koning, koster, het speelt geen rol, 
ze worden somber als ik kom.

maar is de dood geen heerlyk wonder? 
en het geraamte in het byzonder?

ik bedel naar je schedel 
voor het haar dat van de vedel 
die ik op je ribben tellen kan 
een opzwevende snaar maakt,
al praat ik nog zo snel.

je bekken kan ik scheren 
om met bellen te overtrekken 
die dan zachtjes zullen schellen 
als een toverachtig requiem

dat zich omkeert en je aanstaart 
en de sponde met zich meedraagt 
naar het donderen van je hemelbed,

terwyl de koffie wordt gezet, 
en tantes al de nonkels tellen.

je hart is maar een mattenklopper,
stop dat in je vel;

je hart is maar een mattenklopper,
stopt dat, stopt dat in je vel, 

dan leer je leviteren 
in de muzikale hel.

Geen opmerkingen: