door gastauteur Robertus Baeken, vanuit de timmer-kamer...
Ik was nu in de gelegenheid de trap langs de onderkant te bekijken. De balustrade bevond zich nog in prima staat, maar hoe vreselijk het met de treden gesteld was, werd mij bij de eerste oogopslag al duidelijk. De vrije buitenboom was op het uiteinde, waar hij ter hoogte van de eerste overloop oorspronkelijk wat te nipt in de muur had gezeten, wel twintig centimeter naar beneden gezakt. Dit had tot gevolg dat een hele reeks treden, getorst door het hoogteverschil met de boom tegen de muur, bijna doormidden getrokken waren. Ik legde de vrouw uit wat de oorzaak was van de scheuren en hoe op een of andere dag, als er niet gauw iets aan gedaan werd, zelfs het hele boeltje naar beneden zou storten. Zij scheen de noodzaak van de herstelling terdege in te zien.
'Ik zal mijnheer op de hoogte brengen. Misschien komt hij na zijn ontbijt wel een kijkje nemen.'
Op hetzelfde ogenblik hoorde ik Karl in het trappenhuis aankomen. Ik keek in het gezicht van de vrouw, nu vlak bij het mijne. Zo te zien werd zij zich door de komst van Karl bewust in welke ongewone situatie zij zich bevond. Voor mijn werkmakker binnenkwam, stuurde ze mij, alsof we heimelijk iets hadden afgesproken, nog snel een glimlachje. Het was alsof zij gezegd had: 'Daar heb je dat opdringerige kereltje weer. Ik zie je straks wel!'
Vandaag, nu ik mij dat kleine ogenblik voor de geest roep, realiseer ik me welk een uitwerking haar uiterlijke verschijning op mij had. Zonder dat zij me op enigerlei wijze had uitgedaagd, verkeerde ik plotsklaps in een toestand waarbij ik het gevoel had dat iets van me werd verwacht. Dit was - zo maakte ik mezelf wijs - een ontmoeting die voor mij van ingrijpende betekenis zou kunnen zijn. Maar daarvoor was het nodig dat ik een of ander initiatief zou nemen waardoor ik plotseling zou inzien dat mijn huwelijk tot hier een al tien jaar aanslepende vergissing was geweest. Het drong tot me door dat ik me onder andere omstandigheden, en mits haar toestemming, zonder het gebruikelijke voorspel met haar als een vrijend beest op de vloer had willen laten glijden. Zo'n spontane begeerte had ik nog maar zelden gevoeld. Daarom vroeg ik me af wat er in die dame omging. Toen Karl binnenkwam, gedroeg zij zich heel gewoon. Maar deed ik me ook niet normaal voor, al voelde ik geen vaste grond meer onder de voeten? Ik legde haar uit dat het werk langer dan een week kon aanslepen, maar dat we ons best zouden doen haar en meneer Vogel zo weinig mogelijk te hinderen.
Wij volgden haar tot aan de voet van de trap. 'Mijn baas heeft zijn kamers boven, achter de dubbele deur, op het einde van de overloop. Als jullie iets nodig hebben, klop je gewoon aan.'
'Wij zullen acht tot tien treden moeten vervangen; dat begrijp je zeker wel?'
WORDT VERVOLGD


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten