woensdag 19 oktober 2022

GAST-AUTEUR

robertus baeken, die de vader is van don vitalski, schreef het boek "leonard en ik", over zyn nonkel leonard, de fameuze beeldhouwer. over 82 afleveringen verspreid, worden die mémoires hier integraal gepubliceerd.

photo: Simone en Robertus – herfst 1965

LEONARD EN IK

door Robertus Baeken 


39 - "LEONARDS WILDE JAREN"


Eind 1964 zou mijn legerdienst aflopen. Ik verbleef nog steeds in het Brussels militair hospitaal, waar ik de zoveelste chirurgische ingreep onderging. Nadat de gebroken delen door een uitwendig metalen statief kunstmatig verbonden waren, werd, om de aanhechting te bevorderen, nog een stukje uit mijn linkerscheenbeen in mijn arm overgeplant; een poging die nefast afliep. Want de volgende weken werd de beenschulp via de wonde met stukjes en brokjes afgestoten. Ten slotte werd mijn arm weer opengemaakt en vol etteropslorpende wieken gestoken. Toen na twee weken de wieken eruit gehaald werden, was er een stinkend gat ontstaan, zo groot dat men er een vuist in kon steken. De aanblik was zo afschuwelijk dat ik in aanwezigheid van de dokter in tranen uitbarstte. Uit vrees dat mijn arm nog geamputeerd zou moeten worden, besloot mijn moeder voor de verdere zorgen een civiele dokter te raadplegen. In februari zwaaide ik op eigen risico af en ging onmiddellijk bij een chirurg in behandeling. De man schreef me een desinfecterend middel voor waarin ik mijn gewonde arm dagelijks moest dompelen.

   Eenmaal thuis veranderde mijn leven totaal. Niet enkel genas mijn arm in een paar weken, ook aan het oude hartzeer kwam een einde. Tijdens het uitgaan had ik kennisgemaakt met Simone, een jong meisje dat in Turnhout op een kantoor werkte. Elke middag haalde ik haar af en dan gingen we in de stad lunchen. Wij waren stapelgek op elkaar en wilden liefst diezelfde week al in het huwelijksbootje stappen. Jammer genoeg waren er nog wat praktische bezwaren. Simone was erg jong, en zolang ik zonder werk zat, kregen wij van haar ouders geen toestemming.

  Zo hield ik me de volgende dagen onledig met solliciteren naar een betrekking en het brengen van bezoeken aan Leonard. Het was ook in die periode dat ik op aanraden van nonkel Peer besloot mijn door Leonard geboetseerde portret en een zelfportret in bas-reliëf dat ik even tevoren gekocht had, in brons te laten afgieten. Met die twee gipsmodellen onder de arm reisden wij met de bus naar Antwerpen waar Leonard de gieterij 'Albers' kende. In een statig, burgerlijk biljartcafé, gelegen op de hoek van de Rooseveltplaats, dronken wij een biertje op de goede afloop.


(WORDT VERVOLGD...)

Geen opmerkingen: