zondag 2 november 2025

state of being, 3 november 2025


het was zondag zeven uur savonds in de vroeg donkere august sniedersstraat 244, antwerpengrad, toen luv, myn levensgezellin, erachterkwam, beste lezers, dat mollie, myn tienerdochter, de neusdruppels tekortkwam, dewelke zy nochtans, zoals in regel, begeerde. eigenlyk slash feitelyk, had ikzelf ook voor myn eigen nog voldoende huiswerk voor de boeg - doch, anderzyds: was ik vandaag reeds voor, al was het maar, één halve minuut buiten geweest? neen, niet werkelyk...
    de apotheker van wacht bleek zich te bevinden in de carnotstraat; net iets te ver voor een voettocht, net iets te dichtby voor de trein (het treinstation ligt àchter de carnotstraat, zelfs.)
    aldus: met de fiets. zonder muziek, also known as zonder koptelephoon. doordat ik op de fiets, tegenwoordig, toch altyd voortwerk aan myn stuntgedicht, "takkenbossen"; zelfs àls ik myn muziek meê heb.
    de laatste twee, drie maanden zit ik door te kauwen op een fragment van vyf zinnen waarin de dichter een cigaar opsteekt, om tydens die cigaar zyn geliefde te bemymeren.
    "nog steeds vergeefs de my verterende pyn verbytend,/ eerlyk alleen myzelf het schrynende chagryn verwytend,// schyn ik u intussen / in ogenschynlyk oneindige lussen / toch reeds, als met een penseelstreek, op een tekening / van uw tederste tenen te kunnen kussen, // verrukkelyk onder uw etruskische zitkussen,/ verkwikkelykste bezitster van, als een museumstuk / het argeloos weder opgezogen liefdesgeluk / van van u een zich vernieuwende knie-afdruk -/ waarvoor ik gehorig my buk / en laf alle myner maskers van my afruk." goed, dit gaat aan die rook-scène eigenlyk nog maar vooràf... maar de rookscène zelf is nu ongeveer klaar, vandaar.
    de koude tocht en de geel blinkende straatverlichtingen onderweg, deden myn zintuigen deugd - dus ook myn zielskracht, welke met zintuigen immers nauw tezamenhangt.
    de carnotstraat zelf lag er pourtant, onder de restanten van haar onbevattelyke wegenwerken, behoorlyk naargeestig by. ook de mensen die er toefden, oogden onguur. hoewel ik myn fietstuig met twéé sloten wist vast te leggen (inherent fietsslot met sleuteltje links, extern hangslot rechts), wist ik my hieromtrent toch eigenlyk niet op myn gemak. aan deze zelfde paal als waaraan myn tuig was komen vast te hangen, hing nog, zag ik nu pas, het kader van wat ooit ook een fiets moest zyn geweest. beste lezers: wat als ik sumbiet van die apotheker terug buitenkwam, -doch ook myn eigen, zeer dure elektrofiets zou tot alleen nog maar zo'n kader zyn teruggebracht?
    die apotheekster scheen my aanvankelyk eerder nors of anders toch zeker sceptisch te willen ontvangen. één warme glimlach van myzelf echter, als een spontane repliek op haar scherpe vraagstellingen, deed haar gelyk integraal switchen; zo werd het dan toch een vrolyk treffen...
    "in een zakje doen?"
    "ja, da's goed. -- hoewel, neen toch, laat maar - dat gaat wel zonder."
    je moet toch dapper zyn, not, om in de antwerpse stationsbuurt zondagnacht een drugstore open te houden? chapeau, men zegge.
    dan fietsten-ik weêr naar huis.

Geen opmerkingen: