zondag 7 juni 2015

mymering



over de natuur

natuur is eigenlyk alleen maar mooi wanneer ze op industrie wordt bedongen (da's alvast een goeie openingszin.) ooit, negen jaar geleden, was ik wel eens in het verre land genaamd rwanda, alwaar ik, op een ogenblik, een geitje gevolgd hebbende, onverwacht aankwam op de top van een zeer hoge, in principe wel onwaarschynlyk mooi geschapen bergpas; eender langs waar myn twee ogen toen navigeerden, dienden er zich bossen aan, plus ook valleien, rivieren, nog meer bossen en nog meer bossen,- en verder niks; geen telephoonpaal, geen parkeergarage; alleen maar natuur, miljoenen acacia's in het byzonder. een verpletterende verveling kwam vanzelf over my neêrgeschoven. hoe desolaat. hoe gebeurtenisloos, hoe dodelyk!
    fiets ik hier echter, zoals daarstraks, door ons eigenste antwerpengrad, en ontwaar ik dan byvoorbeeld opzy van het leopoldsdok een gammele, houteren schutting met daarachter een paar vierkante meters rotsgrond, waarop her en der een paar vinnig ter hemelingen opverende stengels onkruid, een klaproos in een bad vol droge, vurige distels, dàn borrelt het avontuur in my naar boven.

1 opmerking:

Loef zei

Maar moest je nu met je telescoop verrekijker of desnoods vergrootglas op stap zijn geweest, en/of daarbij op zoek zijn gegaan naar de overal aanwezige Heilige geometrie van de schepping, de verwondering dit mysterie in elk bloemblaadje te kunnen ontdekken,... en daarnaast de rijkelijke fauna, alom aanwezig doch in verdoken schaduwhoeken, onder het gebladerde en tussen boomwortels -bruisend van leven- ook in aanschouwing te nemen, .. de verveling zou niet zo snel toegeslagen zijn!