myn dochtertje is "op kamp" - een uitdrukking die ik wel nooit zomaar zal kunnen verteren, ooit vier jaar lang aan de mémoires hebbende geschreven van een joods overlever uit 40-45...
anyways, ook myn levensgezel en myn zoontje waren het leeuwenaandeel van de dag de deur uit, dus eigenlyk was aan alle belangrykste voorwaarden voldaan voor de kans op een zeer gelukkig gevoel...
zeventien dagen aan één stuk door is er hier herrie en drukte geweest, en nu opeens dit: rust!
met daarin, niet eens gepland, een gezwind kunnen voort-ploegen aan diverse letterkundigheden; een inleidende sketch uitgeschreven voor "ik ben bly als het regent", aan de slot-scène begonnen voor "pech en geluk". plus, doordat ik te zaterdag voor tien dagen op zeeklasse vertrek naar wissant, noord-frankryk, gelyk viér columns uitgetypt voor deStreekkrant - op reis kan ik daar niet aan werken, tenzy ik zo'n gehele column zou uitschryven op myn smartphone. maar dit alles, zoveel godvrucht, op één lange middag, namiddag en vroege avond tyds... met kerkorgel-muziek in het decor...
geen uitgever hebben, geen lezers - en toch je gehele kinderwens bewaarheid zien (of toch een wens die opstak rond 1984, vanaf myn dertiende): te kunnen leven van myn schryfsels, niks minder... én dit dan nog mogen ervaren als preciés zo aangenaam zoals ik my dit als jonge tiener had voorgesteld...
dat fabriek-achtige is de redding, dat steeds om den brode jezelf heruitvinden... geen "boeken" schryven, maar TEKSTEN. teksten, jongen...
anders zou daar toch een zeker spleen dreigen, wat ik je brom... als ik niet die zweepslag had van kleine visjes van opdrachtgevers aan de andere kant van de mail-box.
hierover gesproken, nu ik het boekje "myn hart ontbloot" van baudelaire heb geconsumeerd (in een vertaling van rokus hofstede): tydens die lectuur vielen my de mankementen heel erg op, die in het nawoord van rokus ook uitgesproken worden: ook sartre, lees ik hier, oordeelde dat er iets puberaals is aan dit boekje, iets kleingeestigs - mààr: daarmeê doet baudelaire zyn titel alle eer aan, zyn hart ontbloot, defensieloos; uiterààrd is het gênant als iemand "zich uitstort". en let wel: ik herkende myzelf daar erg goed in, in die onvolwassen pretentie, in die slappe wrok, in dat verongelykte natrappen...
rick de leeuw zei het my al: dat ik "klein van geest" ben...
het spleen zou wel dreigen hier, myn talent voor zorgeloosheid hebbende kwytgespeeld... steeds de dag in nacht zien veranderen, steeds dat inzicht dat het byna tyd is om te gaan slapen. wonen zoals ik doe op een kerkhof, beste kinderen...


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten