BAM
Ieder stadsgedeelte heeft zyn eigen, aparte klank. Toen ik, in de jaren negentig, op het Zuid woonde, werd ik wel eens wakker van de nachtbrakers van De Zillion. Toen ik in de Breidelstraat huisde, kon ik, als ik myn ramen opendeed, de elektronische spelletjes van de casino's daar, tilt horen slaan, en toen ik op kot zat in de Moriaanstraat, was het iedere nacht tot in de vroege uurtjes het geluid der bordenwassers, komende van het heerlyke restaurant Neuze-Neuze. Heden ten dage woon ik op een steenworp van de Schynpoort - overigens een zéér mooie benaming, de "Schynpoort"; alsof je, zodra je die poort onderdoor bent gegaan, terecht komt in een schyn-wereld - misschien nog waar ook. Ik woon, kortom, een paar honderd meters van de Singel en van de snelwegen af, maar vreemd genoeg: in myn tuin of slaapkamer hoor je daar niks van. Terwyl myn vriend in de Stalinstraat, aan het rustieke, machtige Rivierenhof, 's nachts soms uit zyn bed rolt van de herrie van het verkeer der snelwegen. Dit zal wel veel te maken hebben met de richtingen van de wind en de vaardigheden van je oorschelpen.
Niet dat het by ons, om en by de Veldstraat, zoveel rustiger is. Maar de stadsherrie waar wy hier mee te maken hebben, ligt my persoonlyk toevallig zeer goed. Ten eerste horen we hier om de vyf botten, zoals dat heet, byzonderlyk de goederentreinen voorby denderen - een luidruchtig, maar feitelyk zeer romantisch gebeuren. Een geluid waar ik rustig van wordt, 's nachts doet het my dromen van verre landen. Bovendien scheurt hier uiteraard ook om de haverklap een ambulance voorby, in haast en spoed onderweg naar Stuivenberg Ziekenhuis. Mensen in de Pothoekstraat of de Kerkstraat klagen hier wel eens over, maar van waar ikzelf woon, klinkt het van nét ver genoeg - en ook niet van té ver; het hééft wel iets om tien maal daags te worden herinnerd aan de menselyke kwetsbaarheid, om niet te zeggen onze universele sterfelykheid. Dit zet my telkens eventjes met myn twee voeten op de grond.
Vorig jaar ik hier op mijn vensterbanken een serie aardbeienplantjes gezet, om deel te nemen aan die fameuze meetproeven rond fijnstof. Dit fijnstof hebben we uiteindelijk niét kunnen meten: doordat mijn plantjes in hun geheel waren verdwenen, door stikstof of anders door gauwdieven. Om maar te zeggen: ook deze buurt, de 2060, is verre van perfect. Toch houd ik mijn hart vast voor dat aanstaande BAM-tracé. Ik kan de discussie niet meer volgen, maar het ziet ernaar uit dat er tot meer dan vijftien baanvakken gaan worden getrokken - dit gaat zo'n kolossaal gebulder veroorzaken, heel Antwerpen gaat daardoor onleefbaar worden.


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten