zondag 15 mei 2016

column streekkrant - editie kempen

PADDENKULLEN

Ik vraag mensen nooit om hulp, ik betààl liever voor een verhuisploeg of voor een tuinman, en dat heeft één goede reden: ik wil ook niet zélf worden opgetrommeld om by Jan en Alleman het onkruid te komen wieden, te pas en te onpas. Niet dat ik een luierik zou wezen, maar anders is het altyd wat, en myn dagen zyn te kort. En toch: het voorbye weekend ben ik toch by vrienden op een ladder gaan staan, teneinde daar de zogenaamde blauweregen van de muren te helpen trekken. Klimop is altyd erg mooi - voor héél even; daarna vreet het je hele huisbouw aan.

De reden waarom ik nu toch wél ging, had veel te maken met het feit dat deze vrienden woonachtig heten in de zwaar onderschatte gemeente Grobbendonk. In Grobbendonk wonen maar 7000 mensen, maar ik ken ze byna allemaal. En dat komt dan weer omdat ik daar met veel plezier aan de oevers ga zitten van de Kleine Nete. De kracht van de Kleine Nete, bestaat hieruit: zy neemt het over van de ziekelyke, dunne, onuitstaanbare rivier genaamd de Aa. Van alle waterwegen, Kempische kanalen en Vlaamse binnenzeeën vind ik de Aa de aller-ergste. Toen ik een bengel was van een jaar of zes, ging ik eens spelen met vrienden in Gierle - ze kwamen iedere woensdagmiddag samen in "den Hof van de Pastoor". Later op de middag, terwyl het begon te bewolken, vroegen ze my of ik zin had om naar een bende "paddenkullen" te gaan kyken, zynde het Kempisch voor kikkervisjes. Als aanstaand Nobelpryswinnaar in de biologie kon ik daar geen neen tegen zeggen. Dus wy op onze BMX'en, tien minuutjes fietsen naar de soppige, ondiepe Aa. Myn vriendjes lieten het aan my over om die paddenkullen te vangen, in myn brooddoos, maar daarnà werden ze actiever: één van ze ging op myn borst zitten, twee anderen hielden myn armen vast - en de vierde kneep eerst myn neus dicht, en stopte my vervolgens de ene dikke paddenkul na de andere in myn mond. Nog terwyl ik die arme, walgelyke beestjes min of meer doorslikte, dacht ik gestreng by mezelf:"Wacht maar, jongens! Ooit, binnen een jaar of veertig, ga ik een gevierd schryver worden by De Streekkrant - en dàn zal dit onrecht aan de zéér grote klok hangen!" De boosdoeners heetten Erik Sips, Peter Maes, Jan Vander Eycken en Gert Dekelver...

Dus dààrom ga ik graag naar Grobbendonk; de Aa houdt daar op met bestaan. De Aa is maar een samenvloeisel van een paar hopeloze plassen en beken, in de Liereman, Arendonk en Ravels: de Wouwerloop en de zogenaamde Nattenloop - welke rivier wil er nu "de Nattenloop" worden genoemd? Een mens krygt diaree als hy eraan denkt… De Kleine Nete is zoveel meer edel! 44 kilometer lang, voerende van Retie naar Lier - jawel: de Kleine Nete is de Ganges, de Nyl en de Huang-Ho van de Kempen!! 

2 opmerkingen:

Anoniem zei

Welk één jeugd, welk één jeugd.
Veel openbaart zich thans naar duidelijk
van zorgelijk wil ik niet meteen spreken.
Klodders "paddenkullen", eens zijnde uw walging
doch het synoniem voor dikkopjes geeft de tweede
pinkster-morgen alhier een terug-reizende-vreugd.

Potten, bakken en heuse aquaria, de gedenkwaardige
opmaat naar latere biologische stadia, zowel bij
de "paddenkullen" als bij het jongetje in mij.

O, biologie, o, biologie, niet al te veel later
ontloken in de beleving de tettekes, de poepkes
en zo meer. Het zuigend aanschouwen der areola's,
tepelhoven, o-zo-bont hun gezelschap, vermits ik
de viriliteit mag behouden verlaat ik ze nooit meer.

Wat mannelijk doen en denken vermag te doen.
De evolutie heeft rauwe driften ingebakken.

Waarde taal-bioloog, ik zeg het u.

Vanuit collegiaal tijdreizen, op dieje fiets.

Nu eens zien of u -mij op naam kan brengen. Dag!

Sam zei

Als de Kleine Nete de Ganges, de Nyl en de Huang-Ho van de Kempen, wat moet de Grote Nete an wel niet zijn? Of de Nete zelf - die dan ook nog eens denigrerend de "Benedennete" genoemd wordt....

Dat is niet meer te vatten voor de eenvoudige Grobbendonkenzoon.