zondag 11 december 2022

GAST-AUTEUR

robertus baeken, die de vader is van don vitalski, schreef het boek "leonard en ik", over zyn nonkel leonard, de fameuze beeldhouwer. over 86 afleveringen verspreid, worden die mémoires hier integraal gepubliceerd.

prent: Serene kalmte in witmarmer uit Carrara

LEONARD EN IK

door Robertus Baeken

83

GEEN EINDE


Begin januari 1994 belde ik bij Leonard aan. In mijn andere hand hield ik een doosje pralines als nieuwjaarsgeschenk.

   Oei, ik schrok me een aap! Plotseling stond ik voor een ander mens. Ik deed mijn best in dat opgezwollen gezicht voor me zijn vertrouwde trekken te herkennen. Mijn eerste gedachte was dat hij, zoals al eerder gebeurd was, misschien last had van abcessen op zijn tandvlees. Maar volgens hem was het gewoon een zware verkoudheid.

   De vloer van het eerste vertrek lag bezaaid met ruwe stukken marmer uit Carrara die zopas via het bedrijf van zijn broer gratis bij hem waren afgeleverd. Toen ik op mijn vertrouwde plekje tegenover hem ging zitten en vaststelde dat het liggende figuur in witte marmer waaraan hij een zestal weken had gewerkt, intussen voltooid was, maakte ik een beetje lachend de opmerking dat hij nog nooit eerder zo goed bevoorraad was en nu keuze te over had om aan iets nieuws te beginnen. Ik kon niet voorzien dat Leonard helemaal op het einde van zijn krachten was en dat het de ironie van zijn lot zou zijn, dat dit juist moest gebeuren op het moment dat hij als nooit eerder in zijn leven over zoveel gave stukken marmer had beschikt.

   Een week later ontving ik van mijn oudste zus het bericht dat Leonard longkanker had, en dat de hele familie ervan op de hoogte was, behalve hijzelf, omdat hij de diagnose van de dokter niet wilde vernemen.

   Het spreekt vanzelf dat het nieuws als een mokerslag bij me aankwam. Hoewel ik met mijn eigen ogen had gezien hoe slecht hij eruitzag, had ik toch moeite het te geloven. Ik stapte in mijn auto en reed regelrecht naar hem toe, met een verkrampt hart en vechtend tegen mijn tranen.

   Toen ik bij hem aankwam, verwelkomde hij me even blijgezind als gewoonlijk. Zijn gezicht was nog steeds opgezwollen, maar hij zag er, dacht ik, niet uit als een terminale kankerpatiënt. Dit stelde me enigszins gerust. Informerend naar zijn gezondheid, bleef hij hardnekkig vasthouden aan zijn zware verkoudheid.

   ‘Het is allemaal begonnen door elke morgen voor het wijd geopende vensterraam diep adem te halen,’ verklaarde hij. ‘Dat mijn gezicht opzwelt, komt door de medicijnen! Ik verdraag ze niet.’

   ‘Ben je al fatsoenlijk onderzocht?’ vroeg ik, er ineens van overtuigd dat de familie het mis had.


(WORDT VERVOLGD...)




Geen opmerkingen: