prent: Torso Marilyn Monroe in witmarmer
LEONARD EN IK
door Robertus Baeken
79.
Op succes of een hogere status was Leonard helemaal niet uit. Voor hem was het genoeg als hij zijn dagelijkse boterham te eten kreeg. En dàt maakte hem vrij en innerlijk rustig, dàt maakte dat hij de dingen gewoon, zonder keuzes te maken, op zich liet afkomen. Zijn leven voltrok zich zoals het ontstaan van de beelden onder zijn handen zich voltrok: moeiteloos en als vanzelf. Hij puurde er alles uit, maar gehoorzaamde wel aan de aard en de vorm van de steen. Hadden de afmetingen wat van een kubus, dan zag hij daar een zittend of geknield figuur in. Ontving hij een reusachtig hoog blok witmarmer, zoals één keer bij uitzondering is gebeurd, dan profiteerde hij van de gelegenheid voor iets monumentaals. En waarom dan niet opnieuw Marilyn Monroe? Gefascineerd als hij was door het wereldse mechanisme, waardoor deze ster verpletterd werd onder haar eigen mythe: de eeuwige leugen, verspreid door het imago dat miljoenen anderen van haar hadden en waarvan zij uiteindelijk zelf de dupe werd.
Leonard had een persoonlijke stijl, en door het nastreven van de grootste eenvoud, bleef zijn inspiratie onuitputtelijk. Nooit ging hij hiervoor bij anderen te rade. Hoewel alle beeldende kunsten hem geweldig interesseerden, heeft hij nooit een stap gezet om, zij het maar één vinding, van anderen in zijn eigen werk op te nemen. In werkelijkheid gebeurde de beweging juist andersom. In plaats van uit zichzelf te treden, keerde Leonard zich van de wereld af, precies om louter zichzelf te zijn. In wezen verschilde hij in niets van de holbewoner die geen ander doel had dan zijn eigen rotswanden te beschilderen. Leonard had niets formeels meer mede te delen, alleen zijn joie de vivre, het leven dat hij graag bezong. En wat is daartoe meer geschikt dan het overvloedige lichaam van een vrouw, de bron zelf van alle leven?
Ter afwisseling week Leonard wel eens van dit hem vertrouwde thema af voor een raadselachtig hoofd of zelfportret dat ook weer danig van de realiteit afweek, om zonder aanwijsbare redenen aansluiting te vinden bij de droom of de klassieke wereld van de oudheid. Vanuit zijn introspectie creëerde hij zo het eigenaardige portret van een clown, die de kijker met een smalend lachje op de lippen vrank in het gezicht kijkt. Of het gelaat van een Bacchus. Of een gedeformeerd zelfportret, dat iets heeft van een uit een natte doek gewrongen synthese. Of de massiefheid van een afgeronde blok arduin, gestileerd tot de gladde vorm van een mysterieus hoofd dat, ondanks de strakheid van de moderne vormgeving het beeld van een Oudromeinse patriciër oproept.
(WORDT VERVOLGD...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten