HEKSENJACHT
door onze correspondent robertus baeken, vanuit de korenvelden van salem...
aflevering vijf...
Het toeval wou dat ik achter Kamiel van de trap kwam toen Roosje de voordeur opende. We konden nog juist een glimp van de straat opvangen, de schuine regenstrepen en twee auto’s die elkaar met opspattende geluiden uit tegengestelde richting kruisten.
In de vestibule wachtten we tot zij haar regenjas had opgehangen. Blijkbaar was zij zonder plu weggegaan. Haar kapsel hing in kliedernatte slierten over de schouders. Dit belette haar niet me hartelijk te feliciteren met mijn diploma. Zij trok me bij de schouders tegen zich aan. Ik rook de geur van nat haar. Koortsachtig verhit na alles wat ik net tevoren gehoord had en gezien, voelden haar wangen tegen de mijne extreem vochtig en koud aan.
De vriendelijke ronde moeder had meer dan genoeg eieren gebakken. Aan tafel verdeelde zij de inhoud van de pan over vier borden. Roosje had een droge handdoek om haar hoofd gewikkeld en kwam ook aan tafel zitten, recht tegenover mij.
Ik was helemaal vervuld van haar. En dus praatte ik graag honderduit over mijn plannen toen zij daarnaar vroeg. Ik vertelde dat Kamiel en ik om drie uur waren uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek op een architectenbureau, niet ver uit de buurt. Ik vertelde haar over mijn passie voor hydraulica en hoe mijn kennis over hogedruk bij het langzaam verplaatsen van vloeistoffen nog te pas kon komen als ik in mijn toekomstige vrije tijd een gedurfd model van woonhuis zou ontwerpen dat is toegerust om maximaal licht te ontvangen door de hele tijd met de zon mee te draaien. Zolang zij belangstellend knikte, bleef ik gretig aan het woord over alle mogelijke roerende goederen, behalve over wat me het nauwst aan het hart lag: de musical van mijn leven met haar in de hoofdrol: de reden waarom ik hier was. Daar ik Roosje niet aan het schrikken wilde brengen, maar ook uit vrees niet langer op haar belangstelling te mogen rekenen als ik het hier pardoes op tafel zou gooien dat zij de vrouw van mijn leven was, bleef ik hydraulische rondjes draaien. Dat wachten op een betere gelegenheid duurde ondertussen al twee maand zo. Regen of zonneschijn, ochtend of middernacht, stormwind of hagel, een gunstig moment of niet, mijn besluit stond vast: volgende keer zou ik ermee op de proppen komen.
Terwijl ik mijn deel van de eieren over een boterham spreidde, sprong er onverwachts een poesje op mijn schoot. Ik had het jongske als eerder opgemerkt. Tevoren lag het met twee andere, - broertjes of zusjes, - op een slaapkussen gezamenlijk roerloos zwart-wit te wezen.
‘Kijk, daar heb je Pitou!’ lachte Roosje. ‘De eerste keer dat ik zoiets zie gebeuren. Zij vertrouwt je helemaal.’
‘Dat komt omdat Ralph een zachtaardige jongen is,’ oordeelde Hortensia. ‘Die beestjes voelen zoiets van nature aan.’
WORDT VERVOLGD


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten