zaterdag 9 januari 2021

gastauteur


HEKSENJACHT

door onze correspondent robertus baeken vanuit de korenvelden van salem... 


aflevering twee


Voorgaande, zorgelijke bewering scheept mij op met een behoorlijk wrang gevoel; alsof ik de tot hier vertrouwde waarheid dwing een scheve smoel te trekken; alsof ik ondanks mijn beste bedoelingen, verplicht word me niet langer van den domme te houden, zoals met een dobbelsteen gooien en daarbij doen alsof er tussen één en zes niks anders bestaat.
  Waarom ik Kamiel een vriend noem en daarbij ook nog eventjes zo’n ouderwets woord als ‘spook’ oppoets, heeft eerder met een soort van onmacht te maken. Dobbelstenen met het getal zeven zijn niet in omloop. Om dit te bekomen, dien je al twee stuks op te gooien, begrijp je? 

Ik wantrouw woorden. Want makkelijk zeggen dat Kamiel mijn beste vriend heet. Daarnaast stelt het woord spook weer iets doorzichtigs voor, iets dat wel aanwezig is, maar verder niets bevat. En over dat ‘een zeker tijdje’ blijk ik al even onzeker.
    Laat me eerder stellen dat ik met Kamiel meeleef. Dat kan enkel als je meent iets met iemand te delen: bijvoorbeeld een stukje van zijn geschiedenis.
  Op een goeie dag schoof hij me één van zijn gedichten onder de neus. Die ‘goeie dag’ vond plaats toen ik in zijn ouderlijke woning op bezoek was, één week nadat we samen als architect waren afgestudeerd. Na deze gemeenschappelijke weg waren we beiden op een kruispunt aanbeland, zodat we ons terecht afvroegen in welke richting we, met onze loopbaan voor ogen, verder moesten. Zich door een architectenbureau laten aanwerven, leek mij het comfortabelst. Volgens Kamiel was het beter als zelfstandige zijn eigen weg te gaan. Het was risicovoller, dat zeker. Maar als de onderneming lukte, beslist winstgevender.
  Maar nu eerst Kamiels gedicht...

WORDT VERVOLGD

1 opmerking:

Els Vdp. zei

Tof! Daar gaan we weer!