Meteen vanaf zijn allereerste exposities was Ota Benga de meest populaire onder zijn kompanen, mede omdat zijn tanden, toen hij nog een kind was, bij wijze van ritueel, tot messcherpe punten waren geschaafd. Hij werd geadverteerd als "de enige echte Africaanse kannibaal in America." Net als zijn zwarte vrienden had hij al snel begrepen dat hij de talloze opgewonden bezoekers geld kon vragen per photo die ze van hem wilden maken.
Verner was er in het begin even niet bij geweest, omdat hij was gegrepen door malaria. Toen hij een paar weken later de expositie kwam beschouwen, schrok hij van de circusachtigheid van het evenement, dat naar zijn eigen opzet veel meer wetenschappelijk had moeten zijn. Bezoekers stroomden in duizendtallen en tienduizendtallen naar hun lievelingsfavoriet - het "First Illinois Regiment" moest worden opgetrommeld om de massa weêr uiteen te drijven. 's Zondags zouden de zwarten met rust worden gelaten in de wouden van Illinois, maar ook hierzo kwamen de nieuwsgierigen mekaâr verdrukken om ze bezig te zien. Om aan de verwachtingen van deze mensen tegemoet te komen, voerden de zwarten onderling zogenaamde "primitieve gevechten" met mekaâr; aan die gevechten was niets authentieks; ze imiteerden de op de expositie ook nagespeelde oorlogsrituelen van de Native Americans aldaar. Benga gebruikte zelfs een speer die hij cadeau kreeg van de beroemde Apache-leider Geronimo, die hier werd opgevoerd als "De Menselijke Tijger".



























Geen opmerkingen:
Een reactie posten