vrijdag 15 januari 2021

uit het schriftje


Bij stormweêr is de natuur in een stad als Antwerpen echt bijzonder weinig soeps. In Africa, waar ik tamelijk vaak ben geweest, sta je ook niet te springen voor stormweêr - maar in Antwerpengrad nog minder. Als het hard waait of stormt, verplaatst dit stormachtige weêrtype zich vanzelf naar je binnenste, je eigen ziel; je gevoelens beginnen gelijkaardig te sidderen, te kletteren en te druipen. Hoe lamentabel is het dan, als de slakende boomtakken in zo’n wuiverwind zich niet in hun natuur weten, maar in de binnenstad, als onderdeel van een schrale, dunne boomstam in het midden van een grauwe, dof geboren zogenaamde sociale woonwijk... Bij mooi weêr is een stadsboom minder een aanklacht, of minder een schande, dan wanneer het stormt. Vooral die twee alleenstaande wilgen op de Veemarkt lijken me dodelijk.

Geen opmerkingen: