zondag 12 september 2021

gast-auteur

PORTRET VAN DE AARDBEIENPLUKSTER
ALS EEN JONGE VROUW
door robertus baeken, vanuit de aardbeienvelden




63.
In het grootste stilzwijgen naderden zij de kattenschuur. ‘We zullen straks verder praten,’ had Francis met een ongelovig lachje gezegd.

   Daarbinnen had Mieke de hele namiddag op een sofa doorgebracht, vergeefs wachtend op ‘straks’. Buiten betrok de lucht. Of was het vensterglas zo smerig dat het bij haar die illusie wekte? Zelfs dacht ze sneeuwvlokken te zien dwarrelen.

   ‘Zwanger? Misschien heb je enkel last van gezichtsstoornissen!’ hoonde Francis. Hij stond bij het venster en keek in de lucht. Op het voorerf was de landloper bezig zijn boomstam in klompjes te zagen. Mieke zag enkel zijn bewegend hoedje. Het kwam haar voor dat zij het hierbij veroorzaakte tweetonige geluid al een uur zonder onderbreking had aangehoord, zodat ze zich hardop verwonderde om zijn uithoudingsvermogen. ‘Heb ik toch gezegd? Hij is een taaie!’

   Woorden genoeg, maar niet één ernstig gesprek. Gezien het grote probleem waarmee ze beiden zaten, kwam elk ander onderwerp neer op tijdvulling.

   Hoewel Francis het grote nieuws aanvankelijk luchtig leek op te nemen, had het toch wel nare gevolgen. Zo kon hij niet buiten allerlei verwensingen aan het adres van haar moeder. Pijnlijk te horen hoe hij haar uitschold voor achterlijke kwezel. In Mieke had het idee postgevat dat hij zijn ergernis om de weggegooide anticonceptiepillen eerst moest afreageren voor ze verder konden praten. Daarom liet zij hem begaan. Het enige dat ze wilde horen, was een antwoord op haar tot dan onuitgesproken vraag hoe het nu verder moest. Maar Francis bleef zich van de domme houden.

   Boven ging Wim lelijk tekeer. Hij schreeuwde als een bruut, en er vielen ook klappen. Tussen de doffe slagen en een zwaar geluid, alsof er meubels werden verschoven, weerklonk Annies gekerm tot het geleidelijk stil werd.

   ‘Ik begrijp niet waarom jij met dat crapuul omgaat,’ reageerde Mieke. In films werden prostituees als Annie meestal afgeschilderd als het slachtoffer van ongunstige omstandigheden: een dom meisje met een moeilijke jeugd dat haar lijf verkocht om aan stuff te geraken, of doordat ze geen andere uitweg zag om in haar levensonderhoud te voorzien.

   Ook hier dacht Francis de netelige kwestie handig te omzeilen. ‘Wim is een geniaal dichter. Zoals Rimbaud gebruikt hij geestverruimende middelen!’ Als toelichting declameerde hij een rijm over een hond. Een ongewoon beest dat kunstjes verkocht. Er volgde een briljante uitleg. Maar hoe Francis het genie ook verdedigde, dit veranderde niets aan het crapuul. En in het gebruik van geestverruimende middelen zag Mieke evenmin verdienste.

   Later, toen het crapuul naar beneden kwam en bij de kachel met suffe kop voor zich uit zat te staren, - miezerig en helemaal in zichzelf gekeerd, - waagde zij het hem te vragen waarom Annie niet naar beneden kwam. Het crapuul haalde enkel de schouders op. Had hij haar halfdood geslagen? Dit zou de zenuwachtigheid verklaren waarmee hij onophoudelijk door zijn haar graaide en telkens weer van die rare tabak in zijn lang, smal pijpje stopte.


WORDT VERVOLGD...

Geen opmerkingen: