Miekes reactie was er een van ongeloof, maar toen ontdekte ze haar eigen naam in de getypte lettertjes, gevolgd door: ‘Moe ernstig ziek Stop Naar huis komen Stop Va.’ Zij zag de nacht met Francis en alles wat zij zich over de komende dagen had voorgesteld, al in rook opgaan; wat haar direct uitnodigde de boodschap te versnipperen als een waardeloze smoes om haar naar huis te lokken. Francis bracht haar gedachten precies onder woorden. ‘Je moeder zal opgelucht zijn dat je de nacht niet een tweede keer in mijn bed doorbrengt. God weet zit ze met schele hoofdpijn. Kom, we gaan eerst eten!’
Boven opende Mieke haar valies en begon het geschiedenisboekje te doorbladeren, aanvankelijk kalm, daarna, toen het geld onvindbaar bleek, in paniek. ‘Mijn spaargeld! Het is foetsie!’
‘Kalm blijven!’
Francis begon haar rustig over het verdwenen geld uit te horen. Daarna keerde hij het valies om. ‘Kijk uit! En help weer opvouwen!’
Mieke stak een handje toe. Maar van de biljetten geen spoor. ‘Ik ben bestolen! Iemand heeft het tijdens onze afwezigheid gejat,’ jammerde ze de hele tijd.
‘Maar wie?’ Francis verloor zijn geduld. ‘De deur was op slot, en niemand heeft een sleutel!’
Mieke schudde haar handtas leeg, ook al deed ze het enkel om hem te tonen dat zij beslist niet te lui was om naar het geld te zoeken, zoals hij misschien wel dacht. Zij telde het pasmunt, maar kwam nauwelijks aan vierhonderd frank.
Francis was al op zoek in een andere kamer. ‘Zou Wim het van je geleend hebben?’ hoorde zij hem achter de deur. ‘Hij zat erg krap, de laatste tijd!’
‘Hoe kom je dààr bij?’ Terwijl Mieke dit riep, herinnerde ze zich dat ze dat crapuul vanmorgen bij haar koffer alleen gelaten had. Zij kwam uit de keuken waar ze zich had gewassen. Door de woonkamer joeg een ijskoude tocht en hij zat nog steeds in zijn onderlijfje, schijnbaar geheel door de lectuur in beslag genomen. Dit kwam haar thans zo ongewoon voor dat zij ervan overtuigd raakte dat hij al die tijd tussen haar spullen had zitten snuffelen.
‘Zoek niet verder. Ik trakteer!’
Ben ik oppervlakkig, ongevoelig, slecht? Bezit ik geen greintje zelfrespect of gevoel voor verantwoordelijkheid?
Wie zou geloven dat zij amper een uur later al haar kommer vergat? Het verlies van haar geld, de ziekte van haar moeder, het feit dat zij zwanger was en dat Francis, toen zij hem hiervan op de hoogte bracht, zo spotziek had gereageerd. Zij zaten in een bistro bij stemmig kaarslicht. Van alle kanten weerklonk gerinkel van messen en vorken, de gedempte praat van etende gasten. Francis had besteld. In vloeiend Frans richtte hij zich tot de ober; alles zeer vormelijk en très chique. Het duurde niet lang of Mieke raakte in een euforie. Francis zei dat ze er geweldig uitzag. En het was waar: na het hoofdgerecht voelde zij zich heerlijk voldaan. Het viel haar op dat ze zoveel kletste en daarbij onvermijdelijk aandacht schonk aan bijzaken. Wellicht voerde de wijn haar dronken. Francis had het over zijn pamflet. Het verheugde haar dat hij de deur naar zijn intellectuele wereld weer op een kier had gezet. Niet enkel was Mieke een en al oor; om haar belangstelling te tonen, bedacht zij twee vragen. Hierna raakte ze over het onderwerp uitgeput. Nog later was Mieke, aangemoedigd door haar terreinwinst, werkelijk ondernemend geworden. Zij haalde het feit van haar zwangerschap weer aan. ‘Wat zou je willen dat ik doe?’ zei op de man af.
WORDT VERVOLGD...


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten