eêrgisteren: het punt.vandaag: de komma, deel één.
jef geeraerts zei wel eens dit volgende, in een interview in humo: "onlangs," zo sprak hy, "heb ik nog eens een zin geschreven van 80 bladzyden!"
by nader inzien, was dit niet echt een verbysterende topprestatie; hy had gewoon overal komma's gezet waar normaliter een punt zou zyn verwacht.
en toch: voor de liefhebbers van deze verschyningsvorm, is die ingreep best succesvol; wanneer de grondige adempauze van het punt ons onthouden wordt, kan een boek iets moeilyker worden opzygelegd. tenzy indien een gevoelen van irritatie de overhand neemt.
de komma is de sprinter van de litteratuur. gezwind rondt zij, in zinnen, contingenten van betekenis voor ons af, maar nooit zonder precies tegelykertyd ook reeds verwachtingsvol naar voren te gluren, zoals een hert in het bos.
maar: by uitstek is de komma een schriftteken langs hetwelk voor ons wordt blootgelegd hoe ongemeen verward en anti-wiskundig onze schryftaal wel niet is. dit komt voornamelyk doordat er, vanuit de komma, meer nog dan vanuit enig ander leesteken, twee volmaakt aan elkaâr tegengestelde ordeningskrachten hoogty vieren, dewelke onverbiddelyk willen blyven doorbotsen op elkaâr: enerzyds neemt de komma het zuiver logische, hiërarchische systeem van grammaticale zinsbouw voor rekening, ons cartesiaans duidelyk makend welke betekenisblokken van elkaâr gescheiden moeten worden, en wat, tussen die betekenisblokken, de logische machtsverhoudingen zyn - doch anderzyds en tegelykertyd wil de komma, zoals wy haar kennen, graâg ageren als een rythmische dirigente, altoos conducterend hoé, of toch zeker wààr en/of wannéér, wy innerlyk moeten of mogen ademhalen. kortweg: grammatica versus ademhaling. wiskunde versus muzikaliteit. die twee principes botsen met elkaâr, wanneer we op het punt staan een komma voor ons in te zetten.
zelf ben ik ertoe geneigd om, bovenop de grammatica, de ademhalingsprincipes meestal voorrang te verlenen.
maar ik hanteer inzake komma's wellicht een byzonder onorthodox reglement. om te beginnen, gebruik ik belachelyk véél komma's - eens temeer in teksten die ertoe zyn voorbestemd om te zullen verschynen op het internet; meer dan bedrukte papieren, hebben computerschermen er zonder komma's meer moeite meê om aan het oog van de lezer vastgehaakt te blyven. hoewel ik erken dat een overvloed aan komma's ook nerveus en frustrerend kan werken, zweer ikzelf, om te beginnen, by de benadrukkende werking ervan.
"de benadrukkende werking"
tussen twee komma's in, weet een frase zich als het ware op een dienblad geponeerd. byvoorbeeld, je kan zeggen:
"myn dochter arlette is 57 jaar oud."
dit is volstrekt grammaticaal; toch zou ik myzelf er ten zeerste toe geneigd weten, al zeker als er verder geen context is, om daarvan te maken:
"myn dochter, arlette, is 57 jaar oud."
het verschil is, dat in die tweede formulering de auteur meer een gentleman is. hy wil de naam "arlette" niet uitspreken zonder eerst, heel eventjes, om zich heen te hebben gekeken. hy geeft dus aan dat deze persoon belangryk voor hem is, dat zy eerbied verdient - en tegelyk geeft hy de lezer daarmeê een goede reden om te blyven voortlezen (een schryver moet àltyd begrypen dat een lezer zyn vrye tyd zeer duurt betaalt; hy mag de lezer zyn aandacht nooit opeisen als iets vanzelfsprekends.)
grammatica versus ademhaling
pas nu vind ik overigens de gelegenheid om jullie een voorbeeld te verstrekken van de komma als een muzikaal systeem versus als een grammaticaal systeem; hierboven, zonet, las je immers, hier opnieuw nu dan maar, deze volgende zin:
"het verschil is, dat in die tweede formulering de auteur meer een gentleman is."
zuiver grammaticaal bekeken, is die komma na het woordje "is", in de frase "het verschil is," volstrekt verboden, in sommige landen misschien ooit nog strafbaar. maar vanuit het muzikale standpunt dient gezegd, dat aan de arme lezers nooit een teveel aan informatie tegelykertyd mag worden doorgestroomd. de bovenstaande formulering, met die extra komma, offreert aan de lezer de mogelykheid om de kwestie die in die zin wordt aangeraakt, desgewenst eerst nog eens, voor zichzelf, te hernemen; tydens het waarnemen van die komma kan hy bedenken: "wàt is precies het verschil?" en pas daarna, eens die vraag, zodoende, genoeg tot hem is doorgedrongen, zet hy, naar zyn eigen, rustige keuze, een volgende stap.
en pas op: zelfs dàn hoeft hy nog stééds niet metéén weêr voort te lezen. hy kan zich eerst nog, opnieuw op voorhand, uitgebreid realiseren: "het verschil is datgene, dat nu meteen, na deze komma, volgen zal." hy begrypt reeds, m.a.w., deze geschreven vorm zelf, nog vooraleêr hy er de concrete betekenis van consumeert. een totaal magische ingreep, kortom, die éérst de vorm, en daarna pas de concrete inhoud openbaart.
drie afremmende werkingen
in het bovenstaande voorbeeld wordt het effect van de afremmende komma gebruikt om logische transparantie te scheppen. het spreekt vanzelf dat in meer verhalende teksten de afremmende komma kan worden ingezet om andere redenen; oftewel om spanning op te bouwen, oftewel om humor te sorteren.
de duur van de remmende werking van de komma kan in principe tot in het byna-oneindige worden uitgerokken, namelyk door niet één, maar twéé komma's te plaatsen, met daar tussenin dan een stel woorden die liefst zo weinig mogelyk willen beduiden. byvoorbeeld:
"je zag in, dat je ging sterven."
die komma schept spanning; wat zag je in? voordat we dit aan de weet komen, moeten we eerst nog over die komma klimmen. maar dit voorbeeld is gebrekkig, wellicht omdat het aantal woorden dat volgt op die komma, veel te laag is om zo'n ongrammaticale, aanlopende rustpauze te rechtvaardigen. de auteur doet daarmeê alsof zyn lezer een beetje achterlyk is, waardoor het effect van "spanning" plaatsmaakt voor het effect van "humor". de schryver schynt zyn lezers een beetje uit te lachen.
in het volgende voorbeeld evenwel, wordt de duur van de adempauze uitgerekt, door die eerste komma verder uit te bouwen naar een zinledige byzin; en daarmeê verdwynt dan dat komisch-imbeciele:
"je zag in, zo is het, dat je ging sterven."
hier merk je dan echter weêr dat die tussenzin nog niet helemaal werkt. dat komt omdat hy, zo breed als hy is, naar verhouding nét iets te zwaar doorweegt na die zeer korte intro van drie woordjes. die op zich, inhoudelyk, ook net niet voldoende naar een vervolg neigen. een verbetering zou zyn:
"je zag in dat je, zo is het, ging sterven."
door het naar voren schuiven van de opstappende frase "dat je", begint de lezer nu wél naar een vervolg te reikhalzen; waarna de pauzerende komma's, die inhoudelyk niks zeggen, die nieuwsgierigheid eerst nog eens extra op de proef stellen.
maar inmiddels wordt die tussenzin, "zo is het", dan weêr platgedrukt, namelyk doordat, naar verhouding, de introducerende woorden zich zoveel breedte zyn beginnen te permitteren. om daar dan weêr tegenwicht tegen te bieden, moet ook de tussenzin aan breedte bywinnen, byvoorbeeld op deze manier:
"je zag in dat je, zo is het toch, ging sterven."
de eerste twee zinsdelen stuwen nu zo erg naar voren, dat het punt op het einde van deze zin deze boel niet meer vermag lam te leggen; het eindpunt wordt, door die vaart, overdonderd (zie: vorige aflevering: het punt.) daarom moet er tegen het einde van die zin aan, eerst nog worden afgeremd;
"je zag in dat je, zo is het toch, ging sterven, in de naam van god."
dit kan, maar dan alleen als je wil benadrukken dat je tégen de elegantie ageert. kan die komma na "sterven" beter worden vervangen door een gedachtestreepje. dat streepje doet reliëf ontstaan. door middel van zo'n streepje wordt die slotfrase, "in de naam van god", losgekoppeld van het voorste gedeelte, en geëmancipeerd; het komt, zo zien we, met dat voorste gedeelte op een gelyke hoogte te staan;
"je zag in dat je, zo is het toch, ging sterven - in de naam van god."
dit kan eigenlyk wel, in principe. maar omdat dat laatste zinsdeel met opzet de vorm heeft van een holle frase, namelyk omdat ze alleen maar dient om te temporiseren, daardoor wordt er te weinig tegemoetgekomen aan de verwachting die wel, per definitie, wordt geïnstalleerd door een gedachtenstreeptje. die verwachting is inhoudelyk, maar in dit geval ook zuiver vormelyk, doordat het gedeelte voor dat streepje zoveel uitgebreider is. daarom zou dat luchtledige van dat laatste zinsgedeelte nog wat extra moeten worden opgeklopt;
"je zag in dat je, zo is het toch, ging sterven - desnoods, als het moest, in de naam van god; maar alleszins zonder daarvoor ooit, op voorhand, gebeld te hebben naar iemand."
2 opmerkingen:
Don Vitalski, je komt hier in de buurt van ene Moliere, in le Bourgeois gentilhomme ("d'amour me font, belle Marquise..."). En wij, de lezers, kijken met spanning toe...
dank je zeer, jean-lou!!
Een reactie posten