35.
De matras, die bij zijn vorig bezoek in de woonkamer lag, stond nu rechtop tegen de muur in de gang, klaar om te verhuizen. Die indruk had hij ook van de andere achtergebleven spullen. Rond het houtwerk, afkomstig van een gedemonteerd boekenrek, zat een touw dat het meenemen zou vergemakkelijken. De meeste boeken zaten ondertussen keurig in dozen opgeborgen. Justines portret als ballerina stond nog steeds tegen de muur in de keuken. Omdat de weerspiegeling van het venster ertegenover in het schuine glas hem hinderde, plaatste Joseph de lijst wat rechter.
‘Schitterend! Alsjeblief, blijf eeuwig dansen! Je ex zocht redenen om jou te dumpen! Vertel me eerlijk: hoe vaak ben jij voor de gouden Bingo bezweken? Oordelen is makkelijk. Hij en zijn vriend zijn van het slag dat gewone mensen in hun gezicht uitlacht!’
Door niemand gehinderd, speurde Joseph elke lijn van Justines prachtige lijf af. Terwijl zijn blik op het smalle slipje overheen haar vleeskleurige maillot bleef rusten, vereenzelvigde hij zich met de twee Hollandse huisschilders op weg naar de Moulin Rouge. Hij was geen haar beter dan alle andere voyeurs in die zaal. Alleen hoefde hij hier geen dure champagne af te dokken. Evenmin benam de rug van een ober hem het gezicht.
Jammer, door het naderend geluid van autobanden over het grind werd zijn kijktijd evengoed bekort. Zijn gedachten gingen direct naar de Jag van Lima, - een mogelijkheid waarvoor hij onverwijld op de loop moest.
De trap bood een uitweg. Vanaf de overloop zag hij de voordeur opendraaien en bereikte hem de holle weerklank van stemmen. Hij nam de eerste deur naar een leeg vertrek met een raam dat uitzag op de voortuin. Beneden op het grindpad stond inderdaad de zwarte Jag, nu met een lege aanhangwagen eraan vast.
Twee handlangers droegen de matras naar buiten. Daarop kwam de dokter hen aanwijzingen geven hoe dat lompe gewicht in de aanhangwagen te leggen. Hij hoorde de beide mannen door de gang heen en weer lopen. Op vraag van de dokter werd over elke met boeken gevulde doos een plastic zak geschoven, om ze daarna bovenop de matras te leggen.
Lange tijd staarde Joseph naar het wit van de muur in de lege kamer. Het wachten confronteerde hem met zijn beroep. Het maakte geen verschil of hij onder de bomen liep van een park, urenlang uitkeek op een straat, of bij de ingang van een station stond. Een detective is bekwaam voor zover hij de omgeving geduldig, innerlijk onbewogen en tegelijk met volle aandacht opneemt.
Een van de handlangers kwam de trap op. Halverwege gekomen, riep Lima hem vanuit de gang terug: ‘Nee Jacques! Boven zijn alle spullen reeds weggehaald. Enkel nog het vuilnis. Maar die wagen komt pas morgen!’
(WORDT VERVOLGD...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten