jonathan druyts, een personage dat werd gecreëerd door victor glorieux, een nonkel van vitalski, is aangekomen in syrië, in de hoop om daar, indien nodig, zyn vriendin te bevryden uit handen van de isis...
hooggeëerde lezers en vele lezeressen - uitzonderlyk genoeg en met erg veel tegenzin treed ikzelf, victor glorieux, jullie dienaar, heel eventjes op de voorgrond, onvermydelyk... de aflevering van gisteren liet ons zien, althans helemaal op het einde, hoe onze protagonist, jonathan druyts, bezig was met het benaderen van een groot, betonnen gebouw, een soort van 'n fort met, links en rechts op het dak, een stel zwart ogende doodshoofd-wimpels; vandaag echter, heb ik hierover de ganse namiddag lang zitten na te mymeren - in het midden van die dorre, grys-met-bruine, ledige vlakten, zo kortby de grens naar turkye nog, komt zo'n bouwwerk feitelyk totaal niet geloofwaardig over; de waarheid is (vergeve my, vele lezers!), de waarheid is, moét gezegd, dat ik my met een Leffe in de hand in de Quinten Matsys bevond, toen ik die aantekeningen opstelde. dit zynde hét nadeel van zo'n strikt dagelyks feuilleton; wanneer ik byvoorbeeld een nieve liédjes-tekst componeer, dan laat ik daar de aanzetten toe soms dagenlang op myn rooster liggen teneinde daar te rypen; onderwyl hier nu, met dit wel spannende syrië-avontuur: hier dringt te tyd, ik noteer er maar op los, vaak sneller dan ik kan ademen; en nu, voor de eerste keer ooit, betreur ik dus één enkele voorbye alinea; dwz dus: die twee ofte drie zinnen waarin dat grote, stenen gebouw opduikt.
jullie belovende dat ik hier zéker geen gewoonte van ga maken, wil ik jullie verzoeken om dat mislukte zogenaamde fort van gisteren, voorgoed uit jullie geheugen te bannen, alsof het er nooit écht stond (en dat klopt ook, het hééft er ook nooit écht gestaan...)
in plaats daarvan zien we onze held, met geen kleêren aan, behalve een gescheurde gryze sloggi, optenief door de brede, noord-syrische vlakte strompelen (van dat "snelwandelen" er ook al geen sprake meer zynde...); en dan toch staat hy nu ineens, godlof!, oog in oog met een zeker bouwsel - gaan we hier weêr over naar de verleden tyd...
vergeve my!
"dit is wel vreemd," dacht jonathan geschrokken. "je ziet hier alles van op vele kilometers afstand op je af komen; soms sta je onderaan een diepe heuvel, maar wat later sta je er dan weêr bovenop, en zie je toch weêr zover je twee ogen reiken. desalniettemin," sprak jonathan byna hardop, "desalniettemin heb ik dit huis hier niet opgemerkt - maar nu sta ik er, zo opeens, helemaal vlak voor??"
het betrof, 'n driehonderd meters verderop, aan de voet van enkele wat grotere rotsheuvels, een kleine, sombere hut, uit leem opgetrokken; wél met gaten die, duidelyk, dienden als ramen, alsook, in het midden, een kleine, lage deuropening - doch: zonder houtwerk; dus zonder vensterluiken en/of zonder iets dat zou hebben kunnen dienen als een voordeur.
was dit een bewoond pand? of betrof dit, dacht jonathan naarstig, een vervallen soort schapenhok? nog meer waarschynlyk was het een tydelyk onderduik-adres van één ofte meerdere bloeddorstige krygers ten velde; extremistische jihadi's die hun hand er misschien niet voor zouden omdraaien, lezers, om jonathan zelf, by wyze van begroeting, met een botte sabel het hoofd van zyn twee schouders te snyden - naar dit onderhand welhaast gebruikelyk leek, in deze contreien (men kon al byna zeggen: sneed jouw gastheer jouw hoofd er niet metéén af, dan werd dat, in dit land, al byna ervaren als iets onbeleefds...)
dus bang was hy wel - maar restte hem veel keuze? hy stierf van honger en dorst. dus beklom hy het zanderige pad, misschien wel een verdroogde rivierbedding was het, die, zag hy, gestaag in enige bochten tot precies naar dat huisje leidde...
wordt vervolgd


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten