HEKSENJACHT
door onze correspondent robertus baeken, vanuit de korenvelden van salem...
aflevering zes...
Hoewel het studiebureau ons in hun bedrijf een prachtige en gevarieerde toekomst voorspiegelde, ging Kamiel niet akkoord met het voorgestelde loon. Met het idee dat het beter is één vogel in de hand te hebben dan tien in de lucht, tekende ik wél het aan me voorgelegde contract. Volgende week al kon ik daar beginnen.
Ondanks al die nieuwigheden in mijn leven, bleef ik als betoverd in een donkere cinézaal zitten, eindeloos luisterend naar het verlokkende stemmetje van Roosje in haar musical. Ik zou niet uit mijn droom stappen en weer de straat opgaan zonder enig benul te hebben hoe er volgende weken aan toe te zijn. De eerste dag na mijn tweede werkweek vroeg ik mijn directe overste permissie om een halfuur vroeger op te stappen, zogenaamd om administratieve redenen.
Ik maakte mijn opwachting op de eerste straathoek waarlangs, zo had ik het uitgerekend, Roosje na een godganse dag te hebben uitgekeken op massa’s koekjes over een voorbijglijdende band, van de fabriek op weg naar huis zou passeren.
Na twee minuten schoof de poort open. Meteen zag mijn waakzaam oog een massa jonge meisjes op bijna soortgelijke wijze van een band glijden, recht de bevrijdende straat op. Allemaal lekkere, elegante koekjes, maar niet één dat in een musical thuishoorde. Wel een weggelopen scriptgirl; eentje van hetzelfde slagroomtype met overdreven chocoladehagel over haar zoete lippen. Ik had haar ooit al ’n keertje in Roosjes gezelschap tegengekomen. Net vóór ze mij zou passeren, stak ik mijn hand op en deed ‘n stap naar voren. ‘Waar blijft je vriendin Roosje?’
‘Roosje is ziek!’
Jammer van de gemiste kans. Graag was ik al die tijd met Roosje onderweg geweest. Met mijn nieuwe vooruitzichten en inkomen was ik beslist een geschikte huwelijkskandidaat. Onderweg had ik haar kunnen uitnodigen om eerstdaags een poosje bij mij te zijn. Bijvoorbeeld zouden wij op een volgende avond samen iets kunnen gaan drinken. Tja, waarom niet? Zolang zij voor deze of ‘n andere reden in mijn gezelschap rondhing, vertoefde ik ook in haar buurt. Roosje was gebeeldhouwde slagroom. Ook haar volle lippen hadden het beslag van chocola, maar minder overdreven. Ik zou niet weten wat ik haar van mijn kant kon aanbieden. Mijn neus was groot. Mijn haar wat aan de dunne kant. Roosje mals en rond. Ik benig hard en vierkantig. Misschien vond zij het verschil leuk. Spannend. Opwindend.
Al moest ik eerst nog drie straten lopen, een plein oversteken en daarna alweer drie straten lopen, reeds hield ik mijn wijsvinger klaar aan de belknop. Nu enkel nog drukken.
WORDT VERVOLGD



























Geen opmerkingen:
Een reactie posten