HEKSENJACHT
door onze correspondent robertus baeken, vanuit de korenvelden van salem...
TWEEËNTWINTIG - B
Zo erg betreurde ik het einde dat ik zowel tegen de ingevallen stilte als tegen alle gezond verstand in revolteerde door er uit eigen beweging spontaan het eerste het beste in mij opkomende wijsje aan toe te voegen. Het kon me niks schelen hoe de buren het zouden opvatten. Vanuit de hal klonk mijn stem alvast gedempter dan Mozarts Papageno dat zij wekelijks vanuit mijn badkamer opvingen. Van mijn tienerjaren op school, herinnerde ik me nog: ‘Al die willen te kaap’ren varen… Moeten mannen met baarden zijn… Jan, Pier, Tjores en Corneel…’
Daarmee bracht ik de gehavende Patat niet enkel weer aan het lachen. Zij pikte er gretig op in. En zo begonnen we toch nog aan een vrolijk duet.
Jammer, halverwege werden we gestoord door de komst van mijn ouders. Aanleiding voor mijn zangeresje om er onverwijld vandoor te gaan.
‘Ralph! Zie jij vuurrood!’ reageerde ook Mamie. Het was de eerste keer dat zij me in vrouwelijk gezelschap aantrof. Over hoe Roosje eruitzag geen woord. Jammer van haar kwetsuren, anders zou ze vast aangenaam verrast zijn geweest.
‘Moet je toch niet vragen,’ giechelde Pa. ‘Met je meisje bezig zijn, vraagt reuze inspanning!’
Ik vroeg mijn ouders Patatje niet op haar natte vegen, builen, schrammen en kleerscheuren te beoordelen. ‘Het meisje had een ongelukje voor. Kan iedereen overkomen, - toch? Innerlijk ziet zij er sneeuwwit uit. Een hemels karakter.’
Pa dacht meer in euro’s. Wat zij voor de kost deed?
‘Productieleidster in een koekjesfabriek, niet ver uit de buurt. Hé man, je moest haar eens zien op zondag bij zonnig weer!’
WORDT VERVOLGD


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten