donderdag 18 februari 2021

gast-auteur


HEKSENJACHT

door onze correspondent robertus baeken, vanuit de korenvelden van salem...


22-B


‘Het verschil zit tussen onze oren!’ begon ik simpelweg. ‘Dat is ‘t verschil in persoonlijke smaak, goesting en verlangen. Wat wij wel gemeen hebben, is de wil om onszelf daarin terug te vinden. Een gewoonte, waardoor de één geobsedeerd bezig is met zang of om onroerend goed roerend te maken. De ander om zijn raadselachtige poëzie rond een Boze Koningin in het echt te beleven.’

    Hortensia zei dat ik ‘t haar niet hoefde te vertellen. De moeder wist alles over haar zoon. Ik hoefde geen vunzige praktijken uiteen te rafelen. ‘Maar hoe komen we van die heks af? Welke oplossing bestaat hiervoor?’

   ‘Die dame in ’t geniep een kopje kleiner maken, bedoel je? Zou ‘k nooit aan beginnen! Vooral vrees ik dat het geen zoden aan de dijk brengt. Een, twee, drie, hop! En Kamiel knielt al voor een andere Zwarte madame!’

   Weer ontmoette ik de op mij gevestigde radeloze blik met de vraag of ik écht niks beters kon verzinnen.

   ‘Hoe sterk een ketting ook mag zijn, maakt geen zak uit als je in aanmerking neemt dat zij geen gram meer kan heffen dan haar zwakste schakel! Zo verbergt die madame ook wel een geheime achillespees. Misschien moeten wij ons wapen daarop richten!’

   De mollige moeder leek te herademen. ‘En waaruit mag die kwetsbare pees dan wel bestaan?’

   ‘Ik heb de indruk dat er in haar tegenwoordigheid absoluut niet mag gelachen worden! Dan wordt die Boze Koningin, - heb ik zelf aan den lijve ondervonden, - nog bozer! Alsof zij vreest dat haar kabouters haar hierdoor afvallig zouden worden. Waarom? Ik weet het niet. Misschien ondergraaft humor haar onaantastbare status. Zet de lach haar volslagen ridicuul imago te kijk. Want natuurlijk wil zij er door niets aan herinnerd worden dat zij gewoon een vrouw is. Een vrouw die ook al eens erg stinkt, menstrueert, of minder volmaakt is dan haar menigte volgers zich hebben voorgesteld.’

   Achter donkere stapelwolken kwam het moedergezicht voldaan te voorschijn. Haar glimlach een stralende zon.

   Van de hoopvol ademende Hortensia kreeg ik het adres van Roosjes vriendin. Lucretia.

   ‘Zij woont tegenover het klooster in de Zwartzusterstraat.’


WORDT VERVOLGD

Geen opmerkingen: